De l’eau? C’est pour les grenouilles!
7-daagse huttentocht van Mérens-les-Vals naar Vicdessos
Een lagedrukgebied teistert in juni een groot deel van Europa. In plaats van een lentezonnetje krijgen we van de weergoden enkel maar kou, regen en sneeuw, maar onze honger naar de bergen is heel groot. Maar liefst 14 maanden moesten we thuis blijven omwille van verbouwingen en blessures.
Ons bivakmateriaal blijft helaas achter want Ivo kan door zijn sleutelbeenoperatie nog geen rugzak dragen, en dus trekken we maar van hut naar hut. Gezien het ‘dynamische weer’ achteraf gezien geen overbodige luxe:
« Bienvenue aux Pyrénées avec ses montagnes, ses averses, sa brouillard, ses orages, sa pluie, sa neige… »
Verslag van Debbie, 23 augustus 2010.
Slapen in een koelkast
Met de nachttrein van Parijs rechtstreeks de Pyreneeën in, een ware luxe. Samen met 3 andere trekkers stappen we om 7u ‘s morgens uit in het stille stationnetje van Mérens-les-Vals. Het duurt even voor we de ingang vinden van de bar “chez Noëlle” in de Rue Principale. In een ietwat kitscherig inrichting met allerlei opgezette jachttrofeeën nemen we een petit déjeuner. De eerste chocolat chaud moet er aan geloven.
Hoewel de weersvoorspellingen niet al te best waren, ziet het weer er vandaag best wel oke uit. We zetten de klim in door de vallei van de Ruisseau de Nabre. De witrode tekens van de GR10 zijn onze bakens. We komen voorbij een oud Romaanse kerkje van de 11de eeuw dat behalve het ontbrekende dak nog redelijk intact is. Als we verder omhoog gaan, leidt een indringende sulfietgeur ons naar de warmwaterbronnen. Helaas niet echt het ideale moment van de dag om een lichtwarm bad te nemen.
Bomen maken plaats voor struikgewas en we krijgen een zicht op de eerste besneeuwde bergtoppen. Achter ons zien we het skistation van Ax-les-Thermes in een uitgestrekt naaldbouw liggen. Het is hier duidelijk volop lente met bloeiende gele bremstruiken die de flanken bedekken en paarse rodendendron in de vallei. Ook het loofwoud heeft nog een frisgroene kleur.
Als we bijna aan het einde van het keteldal zijn aanbeland gaat het zuidwaarts richting Porteille des Bésines.Het gras wordt steeds schaarser en stenen worden in allerlei formaten onder de voeten geschoven. Het azuurgroene l’Estagnas is omheven door hoogreizende bergen. Wat een zalig gevoel om opnieuw in dit groots decor te kunnen rondlopen.
Op de col is het toch even uitkijken voor een veilige passage over een groot sneeuwveld. We kijken uit op de top van de Puig Pedros. Etang des Bésines ligt diep in de vallei. Het geklingel van de ezel lokt ons naar de gelijknamige hut die hoog uitkijkt over het meer.
De waardin peilt naar de ‘Guère Civile’ die in België op uitbarsten staat. We kijken haar wat verdwaasd aan. Op de Franse televisie blijken de communautaire problemen nogal uitvergroot te worden.
Nog een uurtje genieten we op het terras van de zon en een sirop à l’eau. Maar als het wolkendek resoluut dichtschuift, wordt het snel te fris en vluchten we naar binnen. De berghut blijkt een echte koelkast te zijn en dus trekken we ons net als de handvol andere gasten terug op de kamers. We wachten onder een dik pak dekens en met enkele kruiswoordraadsels het avondmaal af. Als we uitgehongerd het eten te lijf gaan, giet het water met bakken uit de lucht.
Waterhoenen
Na de ochtendnevel klaart alles weer uit. Omdat de etappe naar L’Hospitalet-près-l’Andorre maar een halve dag in beslag neemt, opteren we ‘s morgens een plaatselijke wandeling naar Coll de Coma d’Anyell via de GR10 en terug via een lokale route door de Porteille de Lanós. Deze keer vinden we heel wat meer sneeuwvelden op onze weg. Stijgijzers hebben we niet bij maar een pikkel wel en die kunnen we goed gebruiken. Twee Engelsen volgen in ons kielzog terwijl we ons een weg banen naar de col.
Zij trekken verder via de GR10, wij blijven de bergkam zuidwaarts volgen. Hoewel geen pad is aangeduid op de kaart is er wel sprake van een spoor die bovendien door rode strepen wordt aangeduid. Het uitgestrekte Estany de Lanós ligt als een zwarte vlek op een gedrapeerd lappendeken van gras en sneeuw. Er komen steeds meer wolken op en de zon wordt weggedrongen. Tijd om opnieuw af te dalen. De markering wordt minder duidelijk en als we nabij Etang de Moulsut zijn aanbeland is de mist opgekomen.
Net als we de Ruisseau de Coma d’Anyell willen doorwaden, begint het te regenen. We vluchten richting Refuge de Bésines voor een lunch onder het afdak. Het mistgordijn is compleet toegetrokken en als we verder door de vallei van Bésines afdalen begint het steeds harder te regenen. We hoppen van de ene steen naar de andere want het pad heeft veel weg van een bergriviertje. Enkel de bloemen zorgen voor nog wat kleur.
Na een lange natte afdaling kijken we uit naar een warme douche. De moed zakt ons in de schoenen als we om 15u voor de deur van de gîte d’étape in l’Hospitalet staan: “Le gîte ouvre à 17 heures. C’est possible que c’est aussi un peu plus tard…” Zeiknat duiken we in de bar van een hotel in voor een warme choco en trachten 2 uurtjes te slijten met het wereldkampioenschap voetbal. Zoals het de zuiderse mentaliteit betaamt, mogen we nog tot 17u30 wachten voor de vrouw des huizes komt opdagen: “Un troupeau sur la route”. Maar het voortreffelijke diner en de wijn maakt veel goed.
Koninginne-etappe
Collega-trekkers hadden me al gewaarschuwd, de route via Porteille de Ruhle zou ons trakteren op een serieus blokkenterrein. Gezien het onstuimige weer, leek het ons dan ook aangewezen zo vroeg mogelijk te vertrekken.
We hijsen onze nog natte bergschoenen weer aan en verlaten het dorp nabij de elektriciteitscentrale. Iets te snel willen we een onverharde weg induiken maar als dat doodloopt op een glibberig blokkenveld, besluiten we toch maar nog wat verder te zoeken. Enkel tientallen meters verder is een duidelijk pad te vinden die meteen de hoogte ingaat, de mist en regenwolken in, al snel volgt het een grote buis dat de waterkrachtcentrale en Etang de Pédourres verbindt. Het uitgetreden spoor is getransformeerd in een stroompje. Het donkere mistige weer heeft iets beklemmends.
Terwijl we denken dat niemand in dit hondenweer de bergen opzoekt, komen we opeens een visser tegen. Voorbij de stuwdam van l’Etang de Pédourres is de regen onder de vorm van sneeuw gevallen. Kleine narcissen zijn nog her en der zichtbaar maar van de lente is weinig sprake.
Het licht wordt feller en we hebben wat meer zicht op de omgeving. Zwarte rotsen en sneeuw, het is net winters Schotland. Af en toe spelen we het pad kwijt maar blijven op koers, al is het best wel avontuurlijk om onze weg door oude en nieuwe sneeuwvelden te banen. Van voorgangers is weinig te zien.
Het eerste stuk van de Etang de Couart is nog dichtgevroren. Wat verder komen we vader en zoon tegen, die hier al enkele dagen in hun tentje kamperen om te vissen. In dit deprimerende weer en deze nauwe cirque lijkt me zo’n verblijf alles behalve gezellig.
Vanaf het einde van het meer start de klim naar Porteile de Rulhe maar al snel blijkt dat de witrode tekens ons richting Estany de Jucla leiden. We proberen door te steken naar de juiste route maar het blijkt geen sinecure in deze chaos van grote rotsblokken en oude sneeuwvelden. Het gaat erg moeizaam en de twijfel slaat toe. Is het verantwoord om in deze omstandigheden door te gaan? Van steenmannetjes is niets te zien en de dichte mist belemmert ons een goede weg uit te zoeken. Hier zitten we aan de zuidkant, hoe is het terrein aan de minstens even steile noordkant? Ivo kan maar één arm goed gebruiken. We besluiten dat het in deze omstandigheden beter is om voor zekerheid te kiezen.
Eerst gaat het nog vlot bergaf maar ongemerkt wijken we af van de vallei van de Ruisseau de Mourguillou en duiken een parallelle zijvallei in. Regelmatig verdwijnt het pad en duikt het opnieuw op, onze humeur schommelt mee op en neer. Bij de Etang de Vidal begrijpen we niet goed vanwaar die rare vorm komt maar besluiten dat we enkel maar kunnen afdalen. De drassige ondergrond staat vol met waterplanten en onze schoenen worden echte siervijvers. Enkel ik blijk nog te genieten van de plaatselijke flora. Bij meer nr. 3 is mijn navigatiesysteem helemaal ontregeld. Ik zie maar hoogstens 2 meren op mijn kaart.
Het pad dat we volgen blijkt dan nog eens de verkeerde kant van de rivier te liggen. De schoenen moeten uit voor een doorwading, net op dat moment begint het opnieuw te regenen. IJskoud water en geen sandalen of wandelstokken bij. “What a day!”.
Tijdens de afdaling naar Mérens-les-Vals klaart het opeens helemaal uit. De bergen rondom worden zichtbaar. We lachen wat groen; misschien was het dan toch doenbaar geweest om over te steken.
Intussen heb ik weer bereik en kan ik Refuge du Ruhle waarschuwen dat we pas een dag later zullen aankomen. We hopen dat er nog plaats is in de chambres d’hôtes van Mérens want de gîte d’étape in het dorp is toe. De laatste klimmeters naar het Romaanse kerkje vallen zwaar. Even kijkt de waard ons wat bedenkelijk aan maar bevestigt dan dat er nog een kamer vrij is. Na meer dan 10u onderweg, zakken we opgelucht weg in de zachte matras.
Digestif
De zon is vandaag terug van de partij. We keren deels terug op de stappen van gisteren. Onze schoenen zijn nog kleddernat maar misschien drogen ze vandaag wel wat. We rusten even aan de Cabane de Mourguillou, een herderhut die best wel een overnachting waard is. De zwarte ‘Chevals de Mérens’ grazen in de vallei en laten zich gemakkelijk benaderen.
Tussen de bremstruiken klimmen we via de GR10 naar Pyramide de l’Herbes. Achter ons zien we aan de horizon enkele besneeuwde bergtoppen van Andorra liggen. Op de crête de la Lhasse hebben we zicht op het vervolg van de route naar Col des Calmettes. Er zijn nog behoorlijk wat sneeuwvelden op de bergflank. De cumuluswolken stapelen zich steeds meer op en her weer lijkt opnieuw een keerpunt te hebben bereikt. Het begint lichtjes te hagelen.
De GR10 splitst in twee alternatieve routes. We kiezen voor de hoogste route: meer sneeuw maar minder blokken en hoogteverschil. Etang Bleu ligt beneden ons. Er is wel nog een duidelijk spoor van voorgangers te zien. Doordat we in de namiddag passeren is de sneeuw al wat zachter. Dat betekent minder kans op uitglijden maar wel meer op inzakken. Ik schiet enkele keren met een volledig been in de sneeuw, gelukkig zonder verwondingen van onderliggende rotsen.
De Refuge du Ruhle heeft een adembenemend panorama. Zuidwaarts kijkt de hut uit op l’Estagnol, Etang de Juclar en Collada de Juclà. In het westen trekt de V-vormige vallei van de Ruisseau de la Coume de Varilhes met het achterliggende Massif de l’Aston de aandacht. We worden verwelkomt door de vriendelijke huttenwaard en twee andere trekkers, het gezelschap voor vanavond. Door het slechte weer is het nog rustiger dan anders. De gemeenschappelijke ruimte wordt de hele dag door een stoof verwarmd. Ideaal om de kleren en schoenen te kunnen drogen, en op wat op te warmen.
Bij het avondeten speelt buiten een betoverend spektakel van wolken af tussen de scherpe zwarte bergpieken en sneeuwvelden. Om de 10 seconden verandert het zicht. We sluiten de geslaagde avond af met een lokaal gestookte digestif van pruimen en peren, met alcoholpercentages die je naar adem doen happen.
Confit de canard
We trekken de volgende dag verder via de GR10 naar Col de Terre Négre en Col de Belh. Op de bergpas staat een bord die ons oproept respect op te brengen voor de Patou, een soort berghond uit de Pyreneeën die de kuddes in de bergen beschermt en herkenbaar aan zijn lange witte haar.
Het wolkendek hangt laag over de Crête des Isard en het duurt niet lang voor ook wij in de mist verdwijnen. Af en toe krijgen we een glimp van de diepe valleien naast ons. Wat later begint het alweer te druppelen, de regenjas wordt opnieuw uitgehaald. Korte houden paaltjes leiden ons door het vlakke grasplateau. Via de Col des Finestres gaat het naar Plateau de Beille, een ski-oord en bekend uit de Tour de France. Een eindeloze pista gaat op en neer tussen grote grasvlaktes en grazende koeien naar het skistation.
Daar schuiven we de voeten onder tafel voor een plat du jour, terwijl het buiten alweer wat harder regent. Confit de canard is zowat het streekgerecht hier. Het klaart opnieuw uit als we door het woud afdalen in de dichtbeboste vallei van de Aston. In de wildernis is het moeilijk op de GR10 te blijven en we geraken op een parallel pad die gelukkig dezelfde richting blijft uitgaan. Nabij de Refuge des Clarans is een iets betere onbemande hut, nog door de EDF (Electricité de France) gebruikt. Via aanwijzingen van de huttenwaard van Refuge du Ruhle vinden we hem zonder veel moeite temidden het bos. Er zijn dekens en matjes, en ook bevoorrading door de waard van le Petit Gîte in Siguer waar we volgende nacht zouden verblijven. De befaamde cassoulet lijkt toch niet zo veel aftrek bij trekkers te hebben.
Supervette afdaling
Er kondigt zich opnieuw een natte en mistige dag aan. Klimmend over een modderig parcours door het bos bereiken we de col van Sirmont. We trachten onze voeten droog te houden maar tevergeefs. Het gaat van de ene herdershut naar de andere. De cabane de Balledreyt is half ingestort, de Cabane de Coutal Marti is klein maar fijn en is ook een bevooradingspost van le Petit Gîte. We schuilen er om een hapje te eten en drinken een fruitsap uit de kist.
Tekens van de GR10 zijn er op deze vlakke bergkam niet meer te vinden. We dwalen af via de Pic du Col Taillat en pikken de GR10 op naar Pla de Montcamp. Een cabane ontwaart zich in de dichte mist. Enkele herdershonden blaffen ons tegemoet. Een jong koppel komt naar buiten.
Via Col de la Lène gaat het over de Crête de la Bède naar Col de Gamel. Door de courante passage van geiten en de regen is het pad één een supervette modderpartij geworden. We halen de pikkel uit om ons wat recht te kunnen houden op de steile afdaling. Een hele kudde geiten volgt ons mee bergaf. Er is weinig lachen aan.
Bij de bergpas blijken nog meer geiten te zitten. We trachten de kudde wat de richting van de andere uit te sturen en zetten het dan op een lopen. De GR10 wijkt wat van de route op de kaart maar al snel komen we bij het dorpje Gestiès. Er is weinig leven te bekennen. Siguer ligt dieper de vallei in, aan de gelijknamige rivier.
In Le petit gîte is geen plaats meer om te slapen dus leidt Fabrice ons naar een onderkomen voor trekkers dat gratis wordt aangeboden door de gemeente. Voor een warme douche kunnen we wel bij hem terecht, en ook voor een uitgebreid avondmaal die hij samen met zijn dochter bereidt. Er hangt een erg huiselijke sfeer en de kat des huizes zorgt voor het nodige vermaak.
Stop ours
De voorjaarsstorm heeft in deze streek veel schade berokkend, boomstammen versperren geregeld de wandelweg en dan moet er afgeweken worden. Veel valt er van deze laatste etappe niet te vertellen. Via Lercouil en Sem bereiken we Vicdessos. Als we het dorp binnenwandelen staat in grote gele letters ‘Stop Ours’ geverfd. Sinds 1996 zijn al meerdere malen Sloveense beren uitgezet en dat brengt nogal wat contoverse los. Vooral boeren zijn er niet over te spreken. Het grootste deel van het berendieet bestaat weliswaar uit plantaardig voedsel maar regelmatig moet een schaap of lam er aan geloven. Boeren krijgen daarom schadevergoeding van de staat. Ondertussen zouden door voorplanting opnieuw 20 Europese bruine beren rondzweren in de Pyreneeën, waaronder ook in de Ariège…
Conclusie
De Pyreneeën hebben opnieuw niet teleurgesteld, alleen het weer kon wat beter zijn. De tent geeft tot meer vrijheid om diep door te dringen in het hooggebergte. We gaan beslist nog eens terug voor een langere tocht.
BEREIKBAARHEID
- Thalys naar Paris Nord (€25 per persoon) die normaal in Gent zou vertrekken maar dat bleek dan in Brussel-Zuid te zijn
- Metro nr. 5 naar Paris Austerlitz richting Place d’Italie (€1,7 pp)
- Corail Lunea (nachttrein) naar Merens les Vals (€66,5 pp)
Terug
- Lift van Vicdessos naar Tarascon-sur-Ariège (ging heel vlot)
- Trein naar Toulouse Matabiau (€15 pp)
- Corail Lunea (nachttrein) naar Paris Austerlitz (€32 pp)
- Metro nr. 5 naar Paris Nord richting Bobigny (€1,7 pp)
- TGV naar Lille Flandres (€17 pp)
- IC-trein naar Gent (€14 pp)
Tip: Treintickets geboekt 3 maanden op voorhand om goedkope tickets te bemachtigen, via website van TGV Europe, betaald met VISA.
OVERNACHTING
Reserveren zeker tijdens de zomermaanden noodzakelijk (telefoneren). Lidmaatschap bij de (Klim- en Bergsportfederatie geeft korting op de overnachting.
Refuge des Bésines – 0033 9 88 77 35 28 – €29 pp half pension
Gîte d’étape in L’Hospitalet près l’Andorre – 0033 5 61 05 23 14 – €37 pp half pension – aanrader (heel lekker eten)
Chambre d’hôtes du Nabre in Mérens-les-Vals – 0033 5 61 01 89 36 – €35 pp half pension (ongeveer)
Refuge du Ruhle – 0033 5 61 65 65 01 – €28 pp half pension – aanrader (lekker eten, warm vertrek)
Cabane EDF (bij Clairance) – onbemande hut met luxe van matjes, slaapzakken en bevoorrading
Le petit gîte in Siguer – 0033 607 59 57 05 () – €35 pp half pension (ongeveer) – aanrader (lekker eten, huiselijke sfeer)
BEWEGWIJZERING
Op de GR10 witrode tekens. Daarbuiten lokale bewegwijzering, steenmannetjes of helemaal niets.
BEVOORRADING
Mérens-les-Vals (kruidenierszaak), Cabane EDF (bevoorrading door Fabrice van le Petit Gîte maar voorraad afhankelijk van passage), Siguer (kruidenierswinkel)
LINKS
Wie meer wil weten over beren: http://www.paysdelours.com




















