Hiking-info.net: Informatie over hiking, wandelen, buitensport,...

Verslagen  >  Meerdaagse Trektocht in Oost-Groenland

Meerdaagse Trektocht in Oost-Groenland

Ongerepte wildernis

Toen we vorig jaar op de nationale luchthaven van Reykjavik incheckten voor onze vlucht naar Isafjordur, viel ons oog op een bordje met daarop een bestemming waarvan we nog nooit hadden gehoord: Kulusuk. Zouden we dan toch een IJslandse bestemming over het hoofd hebben gezien, vroegen we ons af. Enig opzoekingswerk leerde ons echter dat dit dorpje helemaal niet in IJsland ligt, maar in Groenland, en wel aan de ongerepte oostkust. Hoewel we ons IJslands avontuur nog moesten aanvangen, was de honger naar een nieuw avontuur onmiddellijk gewekt! Toen we in het najaar van 2006 op zoek gingen naar informatie over Oost-Groenland, bleek dat de regio zelfs uitstekende trekkingmogelijkheden bood. Lang hebben we vervolgens niet meer getwijfeld: onze huwelijksreis zou richting Groenland gaan! Zelfs de angst om een ijsbeer tegen het lijf te lopen kon ons niet meer van onze plannen afbrengen.

Het is de bedoeling om volledig op individuele basis een tiendaagse trektocht te maken, waarbij we al onze bagage (kookapparatuur, kledij, tentmateriaal, voedsel voor 10 dagen) zelf dragen.
Concreet ziet de planning er als volgt uit. Vanuit Kulusuk nemen we een bootje richting het Qingertivaqfjord, het officiële startpunt van onze trektocht. Van daaruit wandelen we in een vijftal dagen naar het inuïtdorpje Tiniteqilaaq, waar we even tot rust kunnen komen. In dit dorpje moeten we een boottocht zien te versieren om op het eiland Ammassalik te geraken. Vandaar zal het in een viertal etappes richting eindbestemming Tasiilaq gaan, met z’n 1500 inwoners de “hoofdstad” van Oost-Groenland. Eenmaal daar aangekomen, liggen alle verdere pistes open: misschien rusten we een aantal dagen uit of gaan we mee met een of andere excursie, maar even goed opteren we voor een tweede meerdaagse tocht.

Verslag van kenneth, 13 juni 2008.

Vrijdag 20 juli 2007

Met onze loodzware rugzakken en veel te zware handbagage springen we rond een uur of 9 ’s morgens kinderlijk enthousiast de camper in van mama Ria en papa Noël. Als ware luxebeesten zouden we op de luchthaven van Eindhoven worden gedropt. De autorit verloopt gelukkig zonder hindernissen en we komen ruim op tijd in Eindhoven aan.
Uit onze IJslandreis hebben we een aantal lessen getrokken, waarvan “voldoende proviand inslaan” misschien wel de voornaamste is. De culinaire ontberingen die we in IJsland hebben moeten doorstaan, zullen ons geen tweede keer te beurt vallen; deze keer hebben we onze voeding dan ook nauwgezet gerantsoeneerd: op de gram afgemeten porties ontbijtgranen (375 gr muesli voor 2 personen), calorierijke tussendoortjes (3 ‘koeken’ per persoon, waaronder snickers en allerhande mueslibars), een arsenaal aan soepjes en stevige en gevarieerde avondlijke stoofpotjes. Enfin, we denken onze trektocht iets meer ‘ingespannen’ aan te vatten!
Ook vestimentair zijn we er aanzienlijk op vooruitgegaan: allebei thermisch ondergoed, een extra fleece-trui, een nieuwe slaapmat voor mezelf en een superwarme slaapzak (comfort tot -2°) voor Kenneth.

Even na 1 uur ’s middags zet ons vliegtuig koers in Noord-Westelijke richting. De vlucht verloopt vlekkeloos en om kwart over 2 plaatselijke tijd (in IJsland is het 2 uur vroeger) zetten we voet op IJslandse bodem. Alles voelt heel vertrouwd aan: de luchthaven (hoewel deze een serieuze innovatie en uitbreiding heeft doorgemaakt), de busrit naar de camping, de camping zelf en de nabijgelegen 10/11-supermarkt (met heerlijke zelf samen te stellen slaatjes!). Alleen het weer komt ons minder vertrouwd voor: terwijl de zon ons vorig jaar meermaals aangenaam verraste, laat ze zich deze keer van haar mindere kant zien; zelfs een poging om eventjes te piepen blijkt een te grote opgave.

Na een smaakvol avondmaal nemen we nog even een plons in het verwarmde Laugardalur-zwembad met zijn kenmerkende Ijslandse hotpots. Een aansluitend avondwandelingetje brengt ons vervolgens terug richting tent. Even horen we in de verte nog het gejoel van de lokale voetbalfans, maar wanneer na een poosje de laatste kreten uitsterven, kruipen we in ons nest.

Zaterdag 21 juli 2007

Om ons vliegtuig naar Kulusuk zeker niet te missen, zouden we vroeg uit de veren springen. Ons plan was dan ook opstaan om 7u. Zo halen we probleemloos onze vlucht van 10u.
Na een korte verfrissing staan we om 8u klaar aan de bushalte. Bizar, maar rondom ons merken we bijzonder weinig beweging. Heel Reykjavik lijkt wel nog te slapen. En bussen vallen er nauwelijks te bespeuren… heel merkwaardig allemaal. Opeens komt bij Kenneth echter het besef dat we na de landing waarschijnlijk hebben nagelaten de klok van mijn GSM aan te passen aan de plaatselijke tijd. En inderdaad, al snel blijkt dat we niet om 7u zijn opgestaan, maar 2 uur vroeger! Kenneth heeft het behoorlijk moeilijk om deze misser van zich af te zetten en besluit dan maar – uit pure frustratie – om helemaal te voet naar de luchthaven te stappen; er is toch tijd zat …
Hoewel ik de reactie van Kenneth overdreven vind, ga ik hem achterna. Onmiddellijk wordt ons echter duidelijk dat een dagtocht doorheen een slapend en grauw Reykjavik niet de grootste aanrader is. Op de luchthaven krijgen we een nieuwe tegenvaller te verwerken: onze vlucht blijkt voor onbepaalde duur uitgesteld wegens de dichte mist in Kulusuk … De moraal zakt nog verder wanneer we even later vernemen dat er gisteren zelfs geen enkel vliegtuig richting Kulusuk is opgestegen, en wel om dezelfde reden. Om de stress van zich af te zetten, besluit Kenneth een eindje te wandelen richting strand. Bij terugkomst vernemen we tot onze grote blijdschap dat we dan toch groen licht krijgen om in te schepen! In tussentijd leggen we contacten met een aantal andere Groenlandgangers, waaronder een Deense verpleegster en een Noorse trekker.

Eenmaal op het vliegtuig kan de pret niet meer op: de vlucht verloopt rimpelloos en bij het naderen van Groenland zien we beneden ons de eerste ijsbergen! Na twee uurtjes vliegen landen we op spectaculaire wijze op Groenlandse bodem, waarbij we machtige panorama’s te zien krijgen van de Oost-Groenlandse kust. Wanneer we de luchthaven verlaten, worden we volledig overweldigd door het arctische karakter van het gebied: overal gletsjers en fjorden vol reusachtige ijsblokken. Ongelofelijk mooi!

In tegenstelling tot onze vorige trektochten hebben we deze keer voor een satelliettelefoon geopteerd. Het desolate karakter van de regio verplicht ons hier eigenlijk toe. De afspraak was dat we de satelliettelefoon aan de helikopterbalie zouden vinden, maar daar blijkt men van niets te weten… Gelukkig vinden we na enig zoekwerk een vriendelijke Inuït van The Red House (de organisatie die ons de satelliettelefoon verhuurt) met een pakje voor de heer Gijsel! Na een geslaagd testtelefoontje naar het thuisfront zetten we koers richting Kulusuk-dorp. We passeren aan de rand van het fjord een aantal blauwe huisjes en kijken onze ogen uit.

In het dorp gaan we meteen op zoek naar een winkeltje. We hebben immers nog een gasbidonnetje nodig om te koken. Een jongetje brengt ons naar een kiosk, maar daar blijkt nauwelijks iets te koop, laat staan gasbidonnetjes. We besluiten nog wat verder rond te wandelen en worden plots vanuit een huisje aangesproken door een westerling. Het blijkt zowaar een Vlaming te zijn (David) die al meer dan 10 jaar in Denemarken verblijft en ’s zomers de kost verdient als berggids in Groenland. Hij steekt ons onmiddellijk een gasbidonnetje en een pot spaghetti toe en wijst ons de weg naar een mooi kampeerplekje even buiten het dorp. David vertelt ons dat hij de helft van zijn dagen bij een inuïtfamilie doorbrengt in het dorp en de andere helft in zijn tent boven op een bergrug. Volgens hem is de sterrenhemel in het voorjaar werkelijk fenomenaal. Allemaal bijzonder interessant natuurlijk, maar zijn uitweidingen over de ruwheid van Oost-Groenland bevallen ons minder. Wanneer we hem onze plannen uit de doeken doen, vraagt hij plots of we een “magnum” bij hebben. Wat bedoelt hij in godsnaam met een “magnum”, vraagt Kenneth zich af. Ik besef meteen dat hij het niet over een frisco heeft, maar doelt op een bepaald type geweer waarmee je makkelijk een ijsbeer omlegt. Weg onze overtuiging dat we zeker geen ijsbeer zullen tegenkomen! David vertelt ons dat hij altíjd zijn magnum meeneemt wanneer hij het dorp verlaat, of hij nu peddelt met zijn kajak dan wel te voet op pad gaat. “Welcome in the Wild East”, besluit hij licht triomfantelijk.
Na de avondmaaltijd strekken we nog even de beentjes tijdens een rustige wandeling doorheen het dorp. Overal liggen poolhonden aan de ketting, de ene keer schijnbaar duttend, de andere keer hevig jankend. Van zodra één hond zijn keel openzet, baadt al snel het hele dorp in één groot gehuil. Het heeft iets magisch!
Vermoeid van het vroege opstaan kruipen we rond half 8 in ons warme nest.

Zondag 22 juli 2007

Na een rustige nacht breken we rond een uur of 8 onze tent op om vervolgens al wandelend ons muesli-ontbijt te verorberen. Door de aanwezigheid van duizenden muggen die o zo graag eens in onze oren zouden prikken, is zittend eten totaal uitgesloten. Om 9u30 begeven we ons naar de kade, waar een zekere SIGGI, een Ijslander die zich in Kumiit heeft gevestigd, ons rond een uur of 10 met zijn boot zal komen oppikken. Intussen zien we hoe de ene na de andere Inuït zijn bootje klaarmaakt om op zeehonden te jagen. De aanwezigheid van een vijftal dode zeehonden in het ijskoude water – een betere bewaarplaats is moeilijk denkbaar – getuigt van deze meedogenloze jacht. Gelukkig worden de beestjes niet zozeer voor hun pels geschoten, maar dienen ze als voedingsbron voor de lokale bevolking.

Wanneer we even voor 10 uur een bootje zien naderen, blijkt het niet SIGGI te zijn – met wie we de boottocht hadden geregeld – maar een kameraad van hem, eveneens een Ijslander. Van hem komen we te weten dat SIGGI blijkbaar ergens vast zit tussen de ijsschotsen, een gekend fenomeen tijdens het jagen… Onze boot baant zich in eerste instantie rustig een weg tussen de vele ijsschotsen, maar eenmaal de haven achter ons, draait onze stuurman de hendel open en stuiven we in een rotvaart het fjord tegemoet. We varen langs metershoge ijsschotsen en krijgen de ene gletsjer na de andere in het vizier. Ontzéttend indrukwekkend! De schittering van de zon op het wateroppervlak maakt het plaatje compleet.

Nabij het Inuïtdorpje Kumiit zwenk ons bootje westwaarts het Qingertivaqfjord in, en naarmate we dieper in het fjord komen, vermindert het aantal ijsschotsen drastisch. Het arctische karakter van Kulusuk maakt zowaar plaats voor een zomers sfeertje, met een griet van een zon en een bij momenten staalblauwe hemel. Halverwege het fjord vertraagt de boot plots. Omdat het eigenlijk onze bedoeling is om pas helemaal achterin het fjord aan land te gaan, vragen we onze stuurman om opheldering. Hij vertelt ons dat het vanwege het laagtij te riskant is geworden om nog verder te varen. We begrijpen dit uiteraard en springen vol enthousiasme aan wal.

Na het nuttigen van een koekje starten we gezwind onze trektocht. Onze ambitie voor vandaag bestaat erin om tegen het einde van de namiddag het uiteinde van het fjord te bereiken en daar ons tentje neer te poten. Al snel blijkt dit een vrij ambitieuze doelstelling; het is allerminst evident om zonder waarneembaar pad en temidden van kniehoog struikgewas een behoorlijk tempo te ontwikkelen.

Halverwege het vooropgestelde traject staan we plots oog in oog met een serieuze hindernis: een kolkende rivier die krachtig in het fjord uitmondt. Na wat heen en weer geloop lukt het ons uiteindelijk om een dertigtal meter hogerop de rivier over te steken. Maar we zijn nog niet goed en wel aan de overkant of ik verlies mijn evenwicht. Met een smak ga ik tegen de grond en bots pijnlijk tegen de rotsen. Gelukkig geen breuken of kneuzingen, maar wel een hevig bloedende elleboog en schaafwonden aan mijn scheenbenen. Een leuke binnenkomer!

Na het likken van de wonden begint het geleidelijk vlotter te lopen, en even krijgen we zelfs een klein paadje onder de voeten. Lang duurt dit echter niet en wanneer we even verderop opnieuw temidden van het struikgewas verzeild raken, besluiten we de voordelen van het laagtij op te zoeken en helemaal beneden aan de rand van het fjord te lopen. Vlak voor ons ontvouwt zich nu op indrukwekkende wijze het keteldal Solporten. Het tempo gaat de hoogte in en al snel bereiken we de brede rivierdelta die in het fjord uitmondt. Daar vinden we een ideaal kampeerplekje.

Het panorama vanuit onze tent is er één om duimen en vingers van af te likken, met in oostelijke richting een fenomenaal uitzicht over het Qingertivaqfjord en rondom ons imposante pieken en gletsjers.
Na een fotosessie is het tijd voor ons avondmaal. We kiezen unaniem voor chili con carne, vorig jaar in Ijsland met voorsprong tot lekkerste instantmaaltijd verkozen. Hoewel het zonnetje lekker schijnt en het toch een kleine 10 graden warm moet zijn, slagen we er niet in onze maaltijd buiten op te eten; muggen, muggen en nog eens muggen…

Maandag 23 juli 2007

Na een vrij onrustige nacht kruipt Kenneth al rond een uur of 5 van onder de deken. De zon schijnt al fel en maakt van onze tent zowaar een minisauna. Ik hou het iets langer vol en wrijf om half 7 mijn slapersogen uit. Merkwaardig genoeg is het ondanks de heldere hemel ook ’s nachts helemaal niet koud geworden. Een onverwachte meevaller!

Om 8u10 zetten we koers richting het Lakesoen, alias het ‘zalmenmeer’. Volgens onze wandelkaart steken we de gletsjerrivier die in het Laksesoen uitmondt, best zo dicht mogelijk bij het meer over. We steken onze wandelstokken in de rivier en stellen tot onze consternatie vast dat oversteken op deze plaats volstrekt onmogelijk is: de rivier blijkt maar liefst 2 meter diep! Er zit niets anders op dan de rivier stroomopwaarts te volgen en het wat verderop te proberen. Mocht het echt niet lukken, dan zullen we onze plannen drastisch moeten wijzigen en noodgedwongen de zuidelijke route over een gletsjer moeten nemen. Even verderop blijkt de rivier zich echter te vertakken, wat een oversteek, hoewel ijskoud aan de voeten, perfect doenbaar maakt. Als beloning trakteren we onszelf op een havermoutpapje. Kenneth vond het ook een ideaal moment om zijn haar te wassen.

Na de pauze trekken we eerst verder westwaarts richting het Illenera-dal. De hele tijd hebben we een fenomenaal zicht op de achterliggende gletsjer Qaqqarniaq. Ook hier moeten we een aantal rivieren doorkruisen en tijdens een van deze doorsteken speel ik tot mijn ontsteltenis een van mijn watersandaaltjes kwijt… Nochtans een onontbeerlijk attribuut om veilig en pijnloos een ijskoude gletsjerrivier te doorwaden. Kenneth doet nog een vermetele poging om het kleinood terug te vinden, maar zonder resultaat.

Na zes en een half uur wandelen krijgen we voor het eerst zicht op het Sermilikfjord, onze vooropgestelde eindbestemming voor vandaag. Vanuit de hoogte zien we dat het fjord bezaaid is met gigantische ijsbergen, in zoverre zelfs dat het fjord nog volledig dichtgevroren lijkt! De ideale habitat voor ijsberen, denken we onmiddellijk bij onszelf. Om het risico op een bezoek van een dwalende ijsbeer te minimaliseren, besluiten we onze tent niet vlakbij het Sermilikfjord op te stellen, maar in de beschutting van de vallei.

Intussen schijnt de zon nog steeds uitbundig, wat mij ertoe aanzet het voorbeeld van Kenneth van deze ochtend te volgen en mijn haar eveneens een wasbeurt te gunnen (met de eco-shampoo, die tegelijk ook dienst doet als wasmiddel en tandpasta). Een goede keuze, zo blijkt, want achteraf voel ik mij zo fris als een hoentje!
Na een deugddoende kop soep en een zonnebaadsessie belanden we tijdens de avondmaaltijd opnieuw in de tent om de waanzinnige kolonie muggen te ontvluchten. De ‘pasta met ham en kaas’ blijkt een tegenvaller en allerminst een concurrent voor de chili con carne van gisteren.

Na de maaltijd besluiten we nog een eind hogerop te klimmen voor een spectaculair uitzicht op het Sermilikfjord. Vanop deze hoogte krijgen we voor het eerst een goed zicht op het fjord en zien we dat het weliswaar bezaaid ligt met gigantische ijsbergen, maar dat het verre van dichtgevroren is. Dankzij de felle avondzon krijgen we een onwaarschijnlijk mooi panorama, met links de open zee, rechts imposante gletsjerstromen en aan de overkant de immense Groenlandse ijskap.
Voor het slapengaan belt Kenneth nog even huiswaarts met de satelliettelefoon om iedereen aan het thuisfront gerust te stellen. Na een smaakvolle chocolademousse kuipen we vervolgens rond 21u voldaan in onze bedstede.

Dinsdag 24 juli

Ook vandaag zijn we opnieuw vroeg uit de veren. Na een overheerlijk expeditieontbijt (zonder de minste ironie!) binden we de rugzakken aan voor een tocht langs het Sermilikfjord. Het eerste uur gaat het nog makkelijk, maar na het schiereiland Nuuk (niet te verwarren met de hoofdstad) begint de bergwand plots steiler omhoog te lopen. Om de kaap vlot te ronden, moeten we een heel eind hogerop. Vanop het hoogste punt zien we in de verte zowaar een groep van zeven wandelaars. Aangezien zij uiteindelijk voor een lagere route opteren is er van een echte ontmoeting geen sprake. De afdaling naar de baai loopt op het eerste zicht gevaarlijk steil bergaf, maar dankzij de weelderige begroeiing van lage struikjes blijkt het toch doenbaar. Eenmaal beneden moeten we de broekspijpen en wandelschoenen opnieuw inwisselen voor korte broek en watersandaaltjes. We letten er trouwens op om voldoende korte pauzes in te lassen om onze geteisterde voeten de nodige rust te gunnen.

Aan het einde van route 6.1 laten we het Sermilikfjord achter ons en zetten we koers naar het oosten. Rond 16u15 vinden een ideaal kampeerplekje in de schaduw van een imposante gletsjer. Omdat de zon het intussen wat laat afweten, zakt de gevoelstemperatuur drastisch. Het duurt dan ook niet lang voor ik de tent opzoek, vergezeld van “een goed boek” en een streepje muziek op de i-pod. Kenneth moet het nog even volhouden, want hem staat nog een culinaire opdracht te wachten. Hij besluit ditmaal resoluut voor een tweegangenmenu te gaan, met als voorgerecht een heerlijke aardappelpuree, gevolgd door een “rijstschotel op Balkanse wijze”. Zoals zo vaak bij instantmaaltijden smaakt de eerste portie van deze rijstschotel nog behoorlijk, maar gaat het vanaf de 2de portie snel bergaf. Rond half 10 kruipen we in onze slaapzak om, zo voelt het nu toch aan, een iets koudere nacht tegemoet te gaan.

Woensdag 25 juli 2007

Onder een staalblauwe hemel kruipen we rond 7u uit ons tentje. Zoals elke morgen gaat Kenneth, gewapend met zijn pepperspray, water halen voor het ontbijt. Op de terugweg naar de tent ziet hij plots een poolvos vlakbij de tent. Ik grijp snel naar het fototoestel en slaag erin een aantal leuke foto’s – en zelfs een filmpje – te maken van dit speelse dier.

Gesterkt door een muesli-onbijt gaan we rond een uur of 8 op pad. Eerst nog even in de vallei, maar nadien genadeloos de hoogte in, richting een bergpas van zo’n 450 m hoogte. De combinatie van het vroege ochtendlijke klimwerk, een zware rugzak, de felle zon en de afwezigheid van enig pad, laat zich bij mij gevoelen. Nog maar eens blijkt dat ik eerder een middag- en avondsporter ben dan een vroege vogel. Een korte pauze aan het eerste bergmeertje is dan ook welgekomen. Van hieruit hebben we een prachtig uitzicht over de noordelijk gelegen bergen!
Een aantal kilometer verderop komen we aan een volgend meertje. Ook hier nemen we een zalige pauze: prachtige zon, kraakheldere hemel, oorverdovende stilte, majestueuze uitzichten én heerlijk warme koffie. Vervolgens klimmen we nog wat hoger een heuvel op en krijgen we opnieuw een schitterend uitzicht op het Sermilikfjord. Het contrast tussen de blauwe lucht, het ijzige fjord en het meer dat erin uitmondt (Sapulit) is fenomenaal mooi.

De steile afdaling naar het langgerekte meer in het volgende dal verloopt aanvankelijk vlot. Helemaal beneden blijkt het echter niet zo eenvoudig om vlot bij de oostelijke oever van de rivier te komen. Een indrukwekkende rivierdelta snijdt ons de pas af en noopt ons tot enig zoekwerk naar een geschikte oversteekplaats. Uiteindelijk vinden we een plekje, maar echt eenvoudig gaat het niet: het ijskoude water en de vrij lange doorsteek zorgt voor een opkomend misselijk gevoel. We hebben even de tijd nodig om op onze positieven te komen maar stellen opnieuw vast dat zo’n ijskoud waterbad echt wel een weldadige invloed heeft op onze voeten.

Langs het prachtige groen-blauwe meer loopt zowaar een klein pad en met vaste tred krijgen we snel de andere kant van het meer in het vizier. Onderweg worden we verrast door een imposante bergpiek die ons sterk doet denken aan de Matterhorn in Zwitserland.
Rond 16u40 vinden we een leuk kampeerplekje aan de boorden van het meer. Alweer een schitterend uitzicht voor, achter en naast ons! Deze reis lijkt nu al niet meer te overtreffen!
Niet ver van onze plek treffen we de restanten van een vissersboot aan. Blijkbaar komen de inuït van het nabijgelegen dorp Tiniteqilaaq hier van tijd tot tijd vissen.
Kenneth zorgt ‘s avond nogmaals voor een smaakvolle pot puree gevolgd door chili con carne. Ik besluit ook mijn duit in het zakje te doen en maak nog een heerlijke chocolademousse klaar, een trouwcadeau van Sara en Jelle. Een mooie afsluiter van een schitterende dag!

Donderdag 26 juli 2007

Opnieuw doet de zon haar opperste best om ons zo vroeg mogelijk uit de tent te jagen. Om half 9 laten we ons kampeerplekje achter ons en zetten we koers richting een nauwe fjord niet ver ten zuiden van het grote meer. Het duurt niet lang voor we het uiteinde van het fjord bereiken, waar zich een pracht van een vallei openbaart: rechts het smalle fjord met nog enkele kleinere ijsbergen, en links tal van kleine riviertjes die glinsterend de berghelling komen afrollen. Hier beneden hebben we ook goed zicht op de klim die ons te wachten staat. Omdat de havermoutpapjes wat flauwtjes bleken en allerminst de classificatie ‘krachtvoer’ verdienden die we ze hadden toegedicht, grijpen we als snel naar een snickers en wat ham.

Halverwege de klim bereiken we een nauwe kloof waarin zich een klein meertje heeft genesteld. Vanaf hier buigen we langzaam af naar het zuidwesten, om na een uurtje de kam van de berghelling te bereiken (+- 500m). Het uitzicht is bijzonder indrukwekkend: in het oosten imposante bergen, gletsjers en het langgerekte fjord met aan de overkant het eiland Ammassalik, en ten westen het met ijsbergen bezaaide Sermilikfjord. Bij al dat moois laat Kenneth zich zelfs verleiden tot een telefoontje naar het thuisfront.

Waar de bergkam merkelijk versmalt, stoten we voor het eerst op een steenmannetje, zij het een zeer imposant exemplaar. We zitten dus op het juiste spoor! Omdat het ons verstandiger lijkt om op de bergkam zelf te lopen (in plaats van een vijftigtal meter lager), wijken we af van de suggestielijn op de wandelkaart. Een goede keuze, zo blijkt: de kam biedt ons een merkelijk beter overzicht, waardoor we wellicht sneller het dorpje Tiniteqilaaq zullen ontwaren.

Het doel van vandaag bestaat erin om te kamperen met zicht op het dorpje Tiniteqilaaq en pas de volgende middag effectief richting dorp te trekken. Maar wanneer we Tiniteqilaaq eenmaal zien liggen, besluiten we meteen door te stoten en morgen een rustdag in te lassen. Omdat de vermoeidheid genadeloos toeslaat, zijn we bijzonder opgelucht wanneer we uiteindelijk via de plaatselijke afvalberg en het kerkhof het dorpje binnenwandelen. De eerste aanblik van Tiniteqilaaq is bijzonder aantrekkelijk: een kleurig dorpje tegen de achtergrond van een ijzige fjord. Een tweede, meer nauwgezette, aanblik maakt echter duidelijk dat ‘Tini’ welhaast op een vuilnisbelt is gebouwd: werkelijk overal liggen kapotte fietsen, kookfornuizen, prullaria, speelgoed, werkmateriaal,… De mensen zullen hier wel andere dingen aan hun hoofd hebben, maar als westerling is dit toch op z’n minst bevreemdend. Ik krijg al snel de neiging om de Groenlandse IVAGO te spelen.

In het midden van het dorp zien we enkele vaklui aan een huis werken. Het blijken een Deen en een Duitser te zijn die in opdracht van een Deense firma in het dorp allerhande renovatiewerken uitvoeren. We vragen hen waar we het best ons tentje kunnen opslaan, maar krijgen direct een aanlokkelijk voorstel. De leider van de bende, een zekere Flemming, biedt ons een slaapplaats aan in een huisje van een zekere Helmut, een van de Duitse werkmannen. Helmut blijkt een bijzonder vriendelijke peer te zijn: eenmaal geïnstalleerd in onze kamer met 2 matrassen (hoera!), trakteert hij ons op een heus avondmaal: goulash met véél rijst! Wanneer we eveneens de sleutel van het bad- en washuis krijgen, kan de pret al helemaal niet meer op! Dat de warme douche deugd doet, is een understatement van jewelste. Tot mijn verbazing stel ik trouwens vast dat het “vuil” op mijn benen eigenlijk enorme blauwe plekken zijn, de restanten van mijn val tijdens de eerste etappe…

Na de douche worden we bij Flemming verwacht voor een biertje. Kenneth laat dit aanbod welgevallen en maakt 4 blikjes soldaat. Ikzelf hou het bij een aantal glazen rode wijn. De Duitse mannenpraat gaat over heldendaden, straten vol dronken Inuït op de dag dat ze hun uitkering krijgen, de vraag wat toeristen hier in godsnaam komen zoeken en het gevaar van ijsberen. Blijkbaar werd er 8 weken terug nog een jong mannetje geschoten op het dorpsplein… Flemming toont ons ook de weersvooruitzichten: morgen zou een mooie dag worden, maar nadien is het gedaan met de pret: zaterdag regen en nadien wisselvallig. Op grond van deze vooruitzichten nemen we ‘s avonds het besluit om morgen reeds te starten met het tweede deel van onze trektocht en enkel de voormiddag als rustdag te gebruiken… De gezellige avond eindigt rond half 12 in een heerlijk warme kamer.

Nog iets over het toilet: die ziet er uit als een echte WC, maar dan zonder ‘sasj’ en water. Wel hangt er een plastic zak over de bril, en nadat je ‘je ding’ hebt gedaan, wordt verwacht dat je de zak dichtknoopt en in een grote emmer deponeert. Wat er vervolgens met de volle emmer gebeurt, weten we niet… Helmut blijkt enorm trots op deze manier van “werken”. Volgens hem gaat het er bij de Inuït heel wat minder hygiënisch aan toe.

Vrijdag 27 juli 2007

We wisten dat Helmut al rond 5u uit de veren zou zijn, in functie van de werkzaamheden. Uiteraard zouden wij het rustiger aanpakken en er een gezapige ochtend van maken. We staan op het gemak op, schuiven onze benen onder de heerlijk gedekte ontbijttafel, lummelen wat rond in het dorpje en gaan tot driemaal toe de winkel binnen voor wat lekkers. Het gaat er allemaal bijzonder relaxed aan toe en met een grote zak chips in de hand kijken we uit over het haventje, waar een Inuït druk bezig is zijn boot watervrij te maken. We verzorgen onze voeten – ik kamp met groots opgezette blaren aan de zijkant van beide voeten – en genieten van de warmte van de zon.

Om 13u worden we aan de haven verwacht. Flemming zou ons met zijn boot naar de overkant van het fjord brengen, naar Ammassalik eiland, het startpunt van het tweede deel van onze trektocht. In eerste instantie vaart het bootje nog tergend langzaam de haven uit, maar na een paar minuten draait Flemming de gashendel volledig open en zweven we in volle vaart tussen de rotspartijen richting overkant! Spectaculair, maar ook bijzonder koud.

Omdat het wegens de geringe diepte van de zee onmogelijk blijkt om bij de rivier aan land te gaan – ons geplande startpunt – worden we een kilometer verderop aan wal gebracht. Na een stamppotje van kool, aardappelen en gehaktballen hijsen we onszelf – en de zwaarder geworden rugzak (verse inkopen!) – de hoogte in: er wacht ons immers een klim naar een hoogte van zo’n 500m. De vele losse stenen bezorgen ons op een bepaald moment wat angstzweet, maar als een ware berggeit baan ik me een weg naar boven, met Kenneth in mijn kielzog. De prachtige vergezichten die ons op de top te beurt vallen, maken deze hindernissenloop ruimschoots goed!

Gaandeweg probeert Kenneth de ambities aan te scherpen: waarom zouden we niet doorlopen tot Sø 5 (meer nr. 5) nu het nog mooi weer is? Persoonlijk ben ik deze piste niet zo genegen; het parcours dat we net achter de rug hebben, was al niet zo eenvoudig en ook het vervolg van de route ziet er behoorlijk geaccidenteerd uit. Bovendien is het intussen al vrij laat geworden. Gelukkig ziet ook Kenneth snel het nutteloze van de plannen in en besluit hij dat het welletjes is geweest voor vandaag.
We slaan onze tent op aan de voet van een immense cirkelvormige gletsjer vlakbij een prachtig, idyllisch bergmeertje. Omdat we vlakbij nog een ander tentje zien staan, informeren we eerst bij hen of we niet storen. Het Duitse koppel verzekert ons dat ze er absoluut geen probleem mee hebben, wel integendeel. Ze zijn zelfs blij dat ze niet alleen staan. De angst om een ijsbeer tegen het lijf te lopen zit er bij hen blijkbaar ook in.
De avondzon zorgt voor een prachtig lichtspel en geeft de nodige warmte tijdens de avondlijke kooksessie. De pot schaft deze keer craqottes met kaas, gevolgd door pasta met roomsaus, hesp en spinazie, en als afsluiter een chocolademilkshake. En zonder ironisch te zijn, het smaakt écht! Rond 22u duiken we overgelukkig onze tent in, een iets koudere nacht tegemoet.

Zaterdag 28 juli 2007

Ondanks de mindere weersvoorspellingen is het deze ochtend alweer de zon die ons uit een diepe slaap haalt. “Regent het überhaupt ooit wel eens in Groenland?”, vragen we ons verbaasd af. Verrukt om zoveel meeval genieten we met volle teugen van ons ontbijt. Wat een privilege om in zo’n natuurpracht, aan de boorden van een idyllisch bergmeertje, te kunnen ontbijten!

Het bioritme van onze buren blijkt verrassend gelijklopend met het onze. Omdat het niet meteen duidelijk is wie als eerste gaat vertrekken – we weten van elkaar dat we allebei dezelfde kant uit moeten – laat het vertrek deze keer wat langer op zich wachten. We hebben duidelijk het gevoel dat zij na ons willen vertrekken, vermoedelijk omdat ze niet goed weten hoe ze de route best aanvatten. Uiteindelijk vind ik het welletjes en besluiten we, jonge honden als we zijn, het voortouw te nemen en klimmen we gezwind in de richting van een kleine bergkam.

Al snel krijgen we de immense cirkelvormige gletsjer in het vizier. Volgens de kaart is het raadzaam de gletsjer in zuidelijke richting te ‘ronden’, wat we dan ook van plan zijn. Wanneer we aan de gletsjerpoort komen, wordt het ons duidelijk dat de werkelijke situatie enigszins verschilt van hetgeen de kaart aangeeft: voor de gletsjerpoort heeft zich een vrij omvangrijk gletsjermeer gevormd, waardoor we op zoek moeten naar een alternatieve route. De opwarming van de aarde laat zich duidelijk ook hier gevoelen…
Na wat zoekwerk vinden we een geschikte, zij het vrij steil oplopende route langs een riviertje. Via een hoger gelegen bergmeer komen we uiteindelijk opnieuw op de eigenlijke route terecht.

De volgende uren lopen we afwisselend op en neer, maar steeds op zeer rotsig terrein. We komen tot de vaststelling dat het Ammassalik-eiland aanzienlijk minder ‘vruchtbaar’ is dan de regio die we de voorbije dagen hebben doorkruist. Terwijl het gebied boven Tiniteqilaaq bij momenten vrij zompig en bloemrijk is, lopen we nu meer in een soort woest maanlandschap. Hoewel iets minder spectaculair, blijft het indrukwekkend!

Rond de middag merken we dan toch de eerste tekenen van een weerskentering: vanuit het zuiden komen geleidelijk meer en meer sluiers opzetten, duidelijk de voorbode van een naderende storing. Toch zal het nog even duren voor de zon er de brui aan geeft, wat ons ertoe aanzet om voldoende zonnige rustpauzes in te lassen. Niet ver van 5, onze eindbestemming voor vandaag, houden we nog een zalige pauze aan een klein bergmeertje. Met wat lectuur in de hand genieten we van een kop koffie en wat koekjes.

Bij het naderen van 5 wordt de omgeving wat lieflijker, met zelfs een aantal mooie graspartijen die onze tent wel zou weten te pruimen. Maar uit nieuwsgierigheid lopen we toch nog even door; volgens de Lonely Planet moet hier ergens een ‘wilderness camp’ staan. En inderdaad, even voorbij 5 staan 3 kleine houten hutten. Jammer genoeg blijken ze alledrie op slot. Met het naderende regenweer zou een dak nochtans geen overbodige luxe zijn, maken we ons de bedenking. Een tiental meter verderop zien we plots nog een andere hut staan, beduidend kleiner van postuur en met een aflopend dakje. Tot onze grote vreugde staat deze hut wél open! Een houten bedconstructie en een wankel tafeltje, meer is het niet, maar we voelen ons de koning te rijk.

De laatste zonnestralen grijpen we aan om nog even de rivier in te duiken en ons lichaam met een wasbeurt te verwennen. Nadien verwarmen we ons aan een pot pasta met ham en kaas en bellen we nog even naar het thuisfront. Rond 21 u sluiten we het deurtje van onze hut en treden we – voor het eerst ! – een donkere nacht tegemoet.

Zondag 29 juli 2007

De donkere hut zorgt ervoor dat het deze keer wat langer duurt alvorens we onze slapersogen uitwrijven. Wanneer Kenneth het deurtje van de hut opent, blijk het, zoals verwacht, te regenen. Omdat het in die omstandigheden weinig aantrekkelijk is om verder te trekken, opteren we ervoor de ochtend in de hut door te brengen, met eerst een licht ontbijt en vervolgens wat gezapig lezen. Opnieuw bewijzen de leesboekjes hun waarde!
’s Middags eten we aardappelstamppot met rundsvlees – een tegenvaller, het moet gezegd. Ik haal nog eens de satelliettelefoon boven en verras mijn moeder met een verjaardagstelefoontje.

Wanneer we rond 13u gepakt en gezakt klaar staan, begint het plots opnieuw harder te regen, waardoor we wijselijk onze start nog wat uitstellen. Maar vanuit een hut toekijken hoe de regen naar beneden druppelt, gaat toch snel vervelen en is weinig uitdagend voor ambitieuze mensen. Uiteindelijk vertrekken we rond half 3 richting Sö 1, nog slechts twee dagen van onze eindbestemming Tasiilaq verwijderd.

Het eerste stuk van de route, langsheen de meertjes Sø 4 en Sø 3, loopt goeddeels omlaag. We hadden toch verwacht een smal paadje – of minstens de sporen ervan – aan te treffen, maar niets van dat alles! In plaats daarvan krijgen we zeer rotsig en bijgevolg moeilijk begaanbaar terrein voorgeschoteld. Bovendien is de omgeving, mede door het mindere weer, minder imposant dan de dagen voorheen. Al deze factoren samen drukt de stemming enigszins.
Ter hoogte van Sø 2 staan we opnieuw voor een rivierdoorwading. Zoals zo vaak gaat Kenneth voorop en zoekt hij z’n evenwicht op steen die boven het water uitkomt. Ik volg hem op de voet en verwacht dat hij snel op een andere steen zal gaan staan. Mis poes: Kenneth blijft staan, ik verlies mijn evenwicht en probeer me vast te klampen aan Kenneth om niet in het water te vallen. Helaas, een fractie later wordt de stilte abrupt verstoord door een luide plons in het water… Mijn val bleek onvermijdelijk: indien ik mij aan Kenneth was blijven vastklampen, waren we wellicht allebei in het water gevallen, met inbegrip van het fototoestel… Dan liever zelf een natte broek! Op zo’n moment wordt het pas duidelijk dat een zware rugzak met wat extra droge kledij geen overbodige luxe is.
Het laatste deel van de tocht van vandaag verloopt verder langs Sø 2 en vervolgens via een steile en rotsige bergpas omhoog naar *Sø *1, een groot komvormig meer met verder naar het zuiden zicht op de open zee.
Een tiental meter boven de oever van het meer vinden we een ideale kampeerplek. We planten gauw ons tentje neer en ontwaren opnieuw enkele streepjes blauw aan de hemel. Ik doe nog een (vergeefse) poging om mijn kleren op het dak van onze tent te drogen.

Omdat de astronautenvoeding ons stilaan de strot uitkomt, gaan we deze keer voor een sober avondmaal: Kenneth eet wat brood en kaas bij een soepje en ikzelf stel mij tevreden met een pot aardappelpuree. Bij het ondergaan van de zon stellen we met genoegen vast dat het toch stukken gezelliger is in de tent dan in de hut waarin we vorige nacht sliepen. Onze tent is en blijft een knus huisje!

Maandag 30 juli 2007

Vandaag zijn we één maand getrouwd!
Gesterkt door een heerlijke portie expeditie-ontbijt, gooien we rond 9u de rugzakken op onze rug. Op papier gaan we een lange, zij het niet al te zware dag tegemoet met als ultiem doel een warme douche in Tasiilaq!
Het begin van de tocht langs de noordzijde van Sø 1 blijkt aanvankelijk minder eenvoudig dan gehoopt. Het is wat zoeken naar een geschikt traject langs de steile oever en het voortdurende klimmen en dalen doet ons aanzienlijk minder snel opschieten dan verwacht. Na een uurtje komen we dan toch op een paadje terecht en schiet ons tempo met bokkensprongen de hoogte in.

Wanneer we de zuidelijke oever van Sø 1 naderden, krijgen we voor het eerst wat oriëntatieproblemen. Bovendien blijkt de doorsteek naar de Kong Oscars Havn – de baai waarin ook Tasiilaq is gelegen – een weinig uitdagend stuk met lastige zandstroken. Doordat we tot dusver vrijwel geen pauzes hebben genomen – we willen allebei zo snel mogelijk in Tasiilaq aankomen – steekt de vermoeidheid de kop op. Al deze elementen samen voeren Kenneth tot een zeldzame uitbarsting van frustratie.

Wanneer we na een aantal meertjes uiteindelijk zicht krijgen op Tasiilaq, gaat alles opnieuw vlotter. We hebben nog wel een kilometer of 8 te gaan, maar de spirit is weer helemaal terug! Tasiilaq ligt heel mooi en idyllisch aan het fjord en de weinige ijsbergen die in het fjord ronddrijven, geven de baai een prachtige aanblik.

Rond half vier bereiken we de eerste huizen van Tasiilaq! Hand in hand lopen we het dorpje binnen en in de verrassend grote supermarkt kopen we wat chips, frisdrank en ander lekkers – het wordt een klassieker na een trektocht!

Volgens de Lonely Planet is The Red House dé place to be om in Tasiilaq te overnachten. Tot onze grote vreugde blijkt er nog plaats voor ons, en we boeken meteen een kamer voor twee nachten. Hoe gezellig ons tentje ook moge zijn, een echte matras ligt ook niet slecht! The Red House heeft trouwens meer weg van een berghut, met houten muren die voor de nodige knusheid zorgen. Robert Peroni, de gastheer, heeft diverse extreme expedities op zijn palmares en maakte van The Red House het paradepaardje van een sociaal-ecologisch toerisme met aandacht voor de noden van de plaatselijke Inuït.
Leuk is ook dat The Red House over een soort living met bijhorende bibliotheek beschikt en er zelfs een keukentje is waar we ons eigen potje kunnen stoven. We nemen snel een heerlijke douche en proberen nog een avondmaal te versieren. Wanneer we te horen krijgen dat die er voor ons niet meer in zit – de inkopen voor die dag waren net gedaan – gaan we zelf inkopen doen. De bereide mix van zuiderse groenten, patatjes en kip, overgoten met een flesje rode wijn, doet onze smaakpapillen dansen van plezier.

Na de maaltijd maken we kennis met een groepje Duitse trekkers die een week aan de westkust van Groenland hebben doorgebracht en nu voor een aantal dagen de regio rondom Tasiilaq willen verkennen. De sfeer is gemoedelijk en er worden wat verhalen uitgewisseld.
Een bezoek aan het dorp stellen we uit tot morgen. Rond 23u kruipen we moe maar voldaan in onze slaapzak, voor de eerste keer in een écht bed!

Dinsdag 31 juli 2007

Rond 8u worden we gewekt door wat gestommel in de ontbijtruimte, die zich vlak naast onze kamer bevindt. Lang duurt het niet voor we zélf aan de ontbijttafel aanschuiven, en wat we daar aantreffen overstijgt onze stoutste verwachtingen: vers brood , alle soorten confituur, choco, verschillende kazen, vlees, muesli, fruitsla, … zalig!

Vandaag hebben we een rustdag gepland: tijd om de mentale en fysieke mens te sterken. We overhandigen triomfantelijk onze berg vuile was aan een van de medewerkers van The Red House en kijken uit naar de verse kleren die ’s avonds op ons zouden wachten.

In de voormiddag bezoeken we het dorpje en amuseren we ons met het aanschouwen van de plaatselijke Inuït. We besluiten nogmaals richting supermarkt te gaan, wat een wandeling op zich blijkt: eerst een heel eind omlaag tot aan de haven, vervolgens omhoog richting het kerkje, en nadien opnieuw omlaag richting de supermarkt. ’s Namiddags zoeken we de warmte van de huisbibliotheek op en maken we nog een wandeling naar een Inuïtruïne die we echter nooit te zien krijgen. Terug in The Red House neemt Kenneth nog een vierde douche om vervolgens na een heerlijk aperitiefje (rode wijn en chips) aan te schuiven voor een viergangenmenu: – stukje parmesaankaas – chinese noedels met curry – rijst, vis, erwtjes, worteltjes en sla – ananasbereiding –
Achteraf voel ik mij zo vol als een ei, hoewel ik er volgens Kenneth absoluut niet zo uitzie.
Na een verkwikkende douche (de 2de voor mezelf en de 5de voor Kenneth) maken we het ons nog gezellig in de living van The Red House.

Bijgedache
Bier blijkt onder de Inuït-bevolking een zeer grote boosdoener te zijn, waarvan we vandaag al een staaltje te zien kregen: mannen en vrouwen die ’s middags langs de kant van de straat bier zitten drinken en er niet voor terugdeinzen met elkaar op de vuist te gaan. Er was zelfs een zwalpende vrouw die ons aanklampte en verkondigde dat het stappen niet zo vlot ging “omdat ze een beetje te veel gedronken had”. Zielig om zien… Ook de zorg om eigen en andermans materiaal laat te wensen over: fietsen liggen kapot langs de weg – of gewoon in de zee – en overal slingeren elektrische apparaten in het rond.

Woensdag 1 augustus 2007

Gisteren hebben we een planning opgemaakt voor onze resterende vakantiedagen. We hebben allebei nog enorm veel zin in een tweede trektocht en besluiten de volgende ochtend – vandaag dus – te vertrekken.
We laten ons het ontbijt weer heerlijk smaken en pakken onze beide rugzakken. Het materiaal dat we niet nodig hebben, mogen we gelukkig in The Red House achterlaten, waardoor we toch een aantal kilo gewicht uitsparen.

Hoewel het vrij bewolkt is, blijkt het allerminst onaangenaam: er staat geen zuchtje wind en het voelt relatief warm aan. We vermoeden een graad of 11.
We laten Tasiilaq achter ons en trekken door de Flower Valley langs het met kunstbloemen opgesmukte kerkhof. Opmerkelijk: alle graven zien er hetzelfde uit en bestaan louter uit een wit kruis. De naam van de overledene wordt niet vermeld.
We zetten onze weg verder, lopen langs een handvol kleinere meertjes en krijgen een aantal mooie watervallen te zien. Na een uur of twee bereiken we het langgerekte Sø 168, het grootste meer in het zuiden van Ammassalik. De meeste meren en bergen dragen hier geen specifieke naam, maar worden aangeduid met hun respectievelijke diepte, hoogte en/of rangnummer.

De volgende uren lopen we over eenvoudig terrein langs de zuidzijde van het meer en hebben we mooi zicht op gletsjers links en rechts van ons. Rond vijf uur in de namiddag bereiken we de uiterste westpunt van het meer, waar we een geschikt kampeerplekje vinden met magnifiek uitzicht. Beetje bij beetje breekt het wolkendek open, maar later op de avond maakt die alweer plaats voor een snel opkomende mist, die gelukkig net boven ons tentje en het meer blijft hangen. We prijzen ons gelukkig dat we niet verder zijn doorgetrokken richting de hoger gelegen meertjes, een idee waarmee Kenneth even had gespeeld.

Als avondmaal kiest Kenneth bewust voor de minder smaakvolle pot Goulash en laat hij het blik spaghetti aan mij over. Een geste die ik zéér weet te waarderen!
Omdat het door de mist snel kouder wordt, kruipen we na het avondmaal snel onder de deken.

Donderdag 2 augustus 2007

Vandaag gaan we ‘dagtrippen’! We laten de tent voor het eerst een dagje staan en trekken met lichte rugzak gezwind de bergen in. Doel van de wandeling is het bergmeertje aan de voet van de Mittivakkatgletsjer. Om daar te geraken opteren we voor de route langs drie opeenvolgende meertjes. Een bergmeertje vormt immers een ideaal oriëntatiepunt en zorgt doorgaans voor mooie uitzichten. De meertjes blijken het best te bewandelen langs hun noordelijke oever en hebben iets mysterieus over zich.

Even voorbij het derde meertje komen we opnieuw twee schuilhutten tegen, die prachtig uitzicht bieden op het achterliggende Sermilikfjord. Hetzelfde Sermilikfjord als tijdens de eerste trektocht, maar met veel minder ijsbergen – een gevolg van de nabijheid van de open zee. Wie de schuilhutten aan de hand van de kaart zoekt, komt ietwat bedrogen uit, want ze blijken een stuk verder te liggen dan de kaart aangeeft, meer in de richting van het fjord.

De volgende kilometers krijg ik het mentaal wat moeilijker. We banen ons een route doorheen de rotsen en ik krijg stellig de indruk dat we serieus aan het “prutsen” zijn. Kenneth vertrouwt blijkbaar op zijn oriëntatievermogen en bereikt na enig klimwerk een heuvel van waarop zich een prachtig zich ontvouwt over de uitgestrekte Mittivakkatgletsjer. Na een paar minuten bereik ook ik de top van de heuvel en moet ik wel schoorvoetend toegeven dat er van “prutsen” eigenlijk geen sprake was. We genieten van het uitzicht en zien doorheen onze verrekijker in het midden van de gletsjer zowaar een eenzame wandelaar lopen!

Aangezien een luswandeling er niet in zit, nemen we dezelfde route terug richting ons tentje. Terug aan de boorden van “ons” meer komen, springen we allebei poedelnaakt het meer in voor een kortstondige wassessie. Ijskoud, maar o zo deugddoend!

’s Avonds versterken we de innerlijke mens met een wat waterig uitgevallen pot chili con carne. Rond 21u40 trekken we ons terug in onze tent.

Vrijdag 3 augustus 2007

De warmte van de zon wekt ons genadeloos rond een uur of 7. We kramen de tent op en trekken via route 3.4 in oostelijke richting verder. Bedoeling is om tegen de middag kamp te maken in de buurt van een kleine schuilhut en daar te genieten van het prachtige weer. Onderweg passeren we een kleiner bergmeertje en een aantal leuke watervallen. Deze keer heeft de kaart het bij het rechte eind: de hut bevindt zich inderdaad aan de oever van een lieflijk meertje, in de schaduw van de machtige berg Vegasfjeld.

Hoewel het pas 11 uur is, besluiten we hier minstens een aantal uur te blijven; een betere plek zouden we toch niet vinden en het heeft weinig zin om al verder in oostelijke richting door te stoten. De tent laten we nog even in de rugzak; zo houden we alle mogelijkheden open.

Er waait vandaag een vrij frisse wind, maar dankzij een stralende zon kunnen we ’s middags met volle teugen genieten van de ruige omgeving rondom ons. Een kop koffie en een boek zorgen voor een heel ontspannen sfeertje.

Rond 14 uur scherpt Kenneth de ambities aan en trekken we met een kleine rugzak naar de hoger gelegen vallei even ten noorden van ons. Volgens Kenneth zou zich daar wel eens een meer kunnen bevinden. De tocht verloopt bijzonder relaxed; het feit dat we nu eens geen zware last op onze schouders moeten torsen, is daar uiteraard niet vreemd aan. Eens in de vallei aangekomen, zien we in de dalkom inderdaad een prachtig meertje glinsteren. Kenneth krijgt er niet genoeg van en besluit nog ettelijke honderden meters hoger te klimmen, op zoek naar een nog hoger gelegen gletsjermeer. Na een uurtje blijkt dat hij niet alleen een illusie armer is – veel meer dan wat sneeuwrestanten kreeg hij niet te zien – maar dat hij ook zijn muggennetje is kwijtgespeeld! Bij het nemen van een foto heeft hij het netje afgezet en natuurlijk laten liggen…

We laten de vallei voor wat ze is en zetten opnieuw koers richting onze tent, waar we rond 17u arriveren. We besluiten onze tent neer te poten op een leuk plekje aan de rivier en verwennen onszelf met een lekker aperitiefje (salami en tonijn uit blik). Vervolgens spelen we onze laatste droogvoermaaltijd naar binnen, een ‘Hongaarse schotel met noedels en rundsvlees’. Eigenlijk hadden we vandaag perfect naar Tasiilaq kunnen doorwandelen, maar we vreesden een overdaad aan Tasiilaq-city. Achteraf gezien geen slechte keuze: niets mooier en idyllischer dan een plekje aan de rand van een fonkelend bergmeertje, in de schaduw van de Vegasfjeld!

Kenneth kan zijn ogen nog tot 21 uur openhouden, maar na het verorberen van een grootse chocolademousse vallen ze onherroepelijk dicht.

Zaterdag 4 augustus 2007

Rond half 8 slaan we onze laatste ontbijtgranen achter de kiezen onder – het houdt niet op! –
alweer een zalig zonnetje.
We voelen in alles dat het einde van de reis nadert. Om 8 uur zijn we al goed op pad richting Tasiilaq. De enige rivier die we moeten kruisen, blijkt een lachertje, en lang duurt het niet voor we Tasiilaq in het zicht krijgen.
Rond de klok van 10 uur lopen we het dorpje binnen. Na een korte passage in de supermarkt stappen we gezwind richting het ons vertrouwde ‘Red House’. En jawel, er is nog plaats voor ons tot maandagochtend. Ideaal!
De zon is alomtegenwoordig. Ongelofelijk wat een weer ons hier in Groenland te beurt valt. Meestal niet warmer dan een graad of elf, maar zo lekker!

‘s Namiddag doen we het rustig aan, vergezeld van een boek, een kop koffie en een doos brownies. Onze zelf bereide “spaghetti met scampi’s en St-Jacobsvruchten” smaakt heerlijk, iets wat onze medetafelgenoten in de keuken volmondig beamen.

Tijdens ons avondmaal treedt er plots verwarring op. Voorafgaandelijk hadden we geïnformeerd naar een “whale-watching tour”, maar Robert Peroni meldde ons toen dat de toer volgeboekt was. Plots krijgen we echter te horen dat we toch meekunnen, maar dan moeten we wel meteen vetrekken. Stante pede laten we ons eten staan en gaat het in looppas naar de haven. Tot onze verbazing zien we geen enkele boot klaarstaan. Ergernis. Ontzet wandelen we terug richting The Red House, waar we vernemen dat ze een eigen haventje hebben van waaruit alle toertochten starten… Gevloek. Een paar minuten later blijkt echter dat we niets gemist hebben: als gevolg van de sterke deining op de open zee, is de boot snel moeten terugkeren. Het risico om te kapseizen bleek te groot.
Waarschijnlijk zal de tocht morgen om dezelfde reden evenmin kunnen doorgaan. Uiteindelijk besluiten we om morgen mee te gaan op excursie naar twee enorme gletsjers met de welluidende namen Karale en Rasmussen.
Na alle commotie maken we nog een kleine avondwandeling langs de huisjes van Tasiilaq en zien een handvol schattige puppy’s langs de kant van de weg. Het “oh schattig” verstomde enigszins toen bleek dat de 3 kleine puppy’s hun dode broertje aan het verorberen waren …

Zondag 5 augustus 2007

Voor het eerst in weken worden we nog eens door een wekker uit onze slaap gerukt. Na een stevig ontbijt en een korte tussenstop aan het winkeltje (eten voor vanmiddag op de boot) stappen we rond 10 uur op de boot richting de spectaculaire getijdengletsjers Rasmussen en Karale. Het belooft een zonnige, lange (6 à 8 uur) en kostelijke (1000 DK pp) tocht te worden. Vol verwachting gaan we met een 9-koppige groep, voornamelijk Duitse toeristen, van wal. Eenmaal op volle zee komt de halfopen boot geregeld in een mistgordijn terecht, van waaruit dan plots een gigantische ijsberg opduikt. Indrukwekkend!

Na zo’n 2,5 uur varen krijgen we de restanten van de voormalige US-base Ikateq in het vizier. Duizenden verroeste tonnen brandstof en afgedankte pantservoertuigen heten ons welkom. Tijdens de Tweede Wereldoorlog fungeerde deze militaire basis als tussenstation richting Europa. Onze Inuït-stuurman baant de boot richting kade en iedereen klimt aan wal. Op de basis worden we vergast op een nieuwsgierige poolvos, die zich door onze aanwezigheid allesbehalve laat afschrikken.

We wandelen over de vrij intacte landingsbaan (een twee kilometer lange strip), kruipen in oude legervoertuigen en bespeuren de overblijfselen van soldatenkwartieren. Op zich een grote schande natuurlijk dat de Amerikanen deze basis nooit behoorlijk hebben ontmanteld, maar de aanblik van deze roestkleurige schroothoop tegen een panorama van majestueuze bergen, maagdelijk wit-blauwe gletsjers en fjorden heeft wel iets mysterieus en blijkt bijzonder fotogeniek.

Wanneer we na een uurtje terug aan boord willen gaan, blijkt het eb zijn intrede te hebben gedaan, waardoor de boot schijnbaar letterlijk aan de grond is genageld. Schudacties helpen niet. “Mannen overboord” helpt evenmin, maar “vrouwen overboord” gelukkig wel. Probleem: we moeten er natuurlijk allemaal opnieuw in geraken! Het plan om verderop – na een rivierdoorsteek – aan boord te gaan wordt uiteindelijk verlaten ten voordele van een waadsessie doorheen de branding. En wij die dachten dat we gisteren voor het laatst het ijskoude water hadden moeten trotseren…!

Terug in de boot kruipt iedereen opnieuw in de kleren en varen we geleidelijk richting de Karalegletsjer. We bevinden ons nu werkelijk in een ADEMBENEMEND landschap: in het midden van een ijzige fjord, met voor en naast ons spectaculaire getijdengletsjers en op de achtergrond puntige granietbergen. Onbeschrijfelijk mooi! Het ideale moment voor een koffiepauze, vindt onze vriendelijke Inuït-kapitein. In het zonnetje geniet iedereen zichtbaar van het landschap, de zon en elkaars gezelschap.
Ook de Rasmussengletsjer, een halfuurtje verderop, blijkt een kanjer: voor ons duikt een tiental meter hoge gletsjerwand op, doorkliefd met ontelbaar veel spleten en getooid met talrijke ‘ijspilaren’.

Op de terugweg krijgen we zowaar nog meer spektakel te zien: op respectabele afstand van de boot duiken voor en naast ons walvissen op. Volgens onze kapitein gaat het om humpback- en fin whales. Pogingen om dichterbij te varen leveren jammer genoeg niet veel op. Van zodra we de plek naderen waar ze even voordien nog een waterkolom omhoog spoten, laten ze zich niet meer zien, om een aantal minuten later opnieuw elders op te duiken.

Ondertussen blijkt dat een sanitaire stop geen overbodige luxe zou zijn. Onze kapitein geeft het goede voorbeeld en plast in een boogje over de boeg van de boot. Kenneth doet hem dit even later na, in zijn zog gevolgd door een Duitse metgezel. De vrouwen blijven uiteraard op hun honger zitten…

Met nog een tweetal uur varen voor de boeg, merken we dat de zee stilaan woeliger wordt. Alsof dat nog niet volstaat, komt er ook nog eens een dichte mist opzetten waardoor de temperatuur gevoelig zakt. Regelmatig krijgt de boot een pak water te verwerken en al deze factoren leiden ertoe dat zelfs in het beschutte deel van de boot, de mensen van pure kou beginnen klappertanden. Hoe dicht we ook tegen elkaar aanschurken, veel helpt het allemaal niet. Onze Inuït kan het schijnbaar allemaal niet deren; hoeveel douches hij ook over zich krijgt, hij blijft al fluitend de golven trotseren.

Rond acht uur ’s avonds bereiken we uiteindelijk de haven van Tasiilaq. Als ijsklompjes zoeken we onze toevlucht in The Red House. Lang geleden dat we nog zo onder koude te lijden hebben gehad. Het kost me bijzonder veel moeite om opnieuw op temperatuur te komen, mede door het gebrek aan heet water bij het douchen. Onze zelfbereide maaltijd – wok met patatjes – en de rode wijn brengen uiteindelijk wél soelaas, en al snel valt een gevoel van totale voldoening over onze lichamen. Het duurt dan ook niet lang meer voor we de bedstede opzoeken.

Maandag 6 augustus 2007

Onze laatste overnachting in The Red House zit erop, evenals ons laatste uitgebreid ontbijt. Omdat de volgende nacht geen enkele kamer vrij is, moeten we The Red House verlaten. Maar treuren doen we niet, want we krijgen een andere kamer toegewezen in een apart houten huis!

Rond 13u maken we een kleine dagrugzak klaar om een wandeling aan te vatten richting een bergmeer ten zuidwesten van Tasiilaq. Tijdens de tocht krijg ik geleidelijk meer ambitie en lanceer ik het idee om door te stoten naar de top van de Qaggartivakajit, dé panoramaberg van Tasiilaq. Zoals te verwachten viel, gaat Kenneth er meteen op in. De route lijkt ons minder gevaarlijk dan de kaart laat uitschijnen en het weer is opnieuw prachtig. En hoewel het al behoorlijk laat is (rond 15u), lijkt het ons toch doodzonde om de berg niet te beklimmen.

Vol goede moed vatten we dus het laatste ambitieuze plan van onze reis aan. In tegenstelling tot de aanbevolen route op de kaart, die in zuidelijke richting loopt, kiezen wij voor de minder steile westelijke route. En inderdaad, de klim levert aanvankelijk geen enkel probleem op. Enkel de laatste honderden meters vragen onze volle aandacht. Op de steile en stenige bergflank is het echt opletten geblazen om niet onderuit te gaan.
Na anderhalf uur klimmen staan we op de top, waar we ons aan een ronduit indrukwekkend panorama vergapen. Het uitzicht reikt bijzonder ver: in het westen de immense Groenlandse ijskap, in het zuiden de open zee, in het oosten de eilanden rondom Kulusuk en in het noorden de enorme pieken van het kustgebergte. De zon komt speels tussen de wolken piepen en licht delen van het 360°-panorama op. Dit uitzicht is werkelijk de kers op de taart van onze Groenlandreis!
Nog onder de indruk van al dat moois beginnen we aan de afdaling. Onderweg passeren we prachtige bloemenvelden waarin we ons gewillig neervlijen voor een foto.

Vlakbij Tasiilaq komen we een oude bekende tegen: David, de Vlaamse gids die we in Kulusuk hadden ontmoet, is er op pad met zijn Deense vriendin! Het ideale moment om het gasbidonnetje terug te geven en hem nogmaals te bedanken voor deze gunst!

Rond 19u arriveren we bij ons huisje, waar we worden opgewacht door een Franse vrouw die samen met haar man en een Duitser al 2 uur op ons staat te wachten. Peroni had hen ook een kamer toegewezen in ons huisje, maar wij hadden de enige sleutel…

Omdat we ’s avonds meer zin hebben in de huiselijke gezelligheid van The Red House, maken we daar een heerlijke lasagneschotel klaar. Een fles rode wijn maakt de maaltijd “af”. Nadien maken we het nog gezellig met een wat oudere Duitse leraar en een koppel Amerikanen uit Oregon. De gesprekken gaan over grizzlyberen in Yosemite National Park, over de wanpraktijken van Bush, over de staatstructuur van België en zelfs over autisme. Na zoveel isolement doet het toch deugd om weer eens onder de mensen te komen.

Rond kwart na elf trekken we de deur van The Red House achter ons dicht en kruipen we onder de wol.

Dinsdag 7 augustus 2007

Na een rustige nacht beseffen we dat dit onze laatste uren op Groenlandse bodem zullen worden. Omdat de boot nog wel even op zich laat wachten, trekken we nog een laatste keer richting bakker voor een lading ontbijtkoeken.
Een van onze huisgenoten, een Duitser van rond de 50, hierna gemakshalve Manfred genaamd, neemt het zekere voor het onzekere en vertrekt alvast richting haven. Een week geleden maakte hij nog deel uit van een groep Duitsers die even ten Zuid-Westen van Ammassalik een trektocht waren gestart. Voor onze huisgenoot bleek het echter allemaal een beetje té: het tempo lag te hoog, zijn oude knoken geraakten niet vlot meer over de rotsen en met de dag groeide het besef dat hij hiervoor toch net iets te oud was geworden. Dan maar een belletje naar Tasiilaq, vanwaar hij werd opgehaald met een bootje. Nu zat er voor hem niets anders op dan vroegtijdig huiswaarts te keren. Er viel zichtbaar enige ontgoocheling van zijn gezicht te lezen.

Even voor 8 uur bereiken we de haven, waar Manfred al een tijdje op wacht staat. Van een bootje valt echter nog niets te bespeuren. Opnieuw blijkt dat je afspraken in Groenland best met enige zin voor flexibiliteit benadert. Wanneer er om half 9 nog steeds geen bootje is komen opdagen, krijgen we het toch stilaan een beetje benauwd. Een belletje van Manfred naar Peroni stelt ons echter gerust: de boot heeft weliswaar een beetje vertraging, maar zal ons zeker om 9 uur komen oppikken. Dit moet ruim voldoende zijn om het vliegtuig van half 12 in Kulusuk te halen.

En inderdaad, rond 9 uur komt een kloeke Inuït aangevaren in een kleine motorboot, om vervolgens in gestrekte draf richting Kulusuk te varen. De tocht blijkt een onverwachte meevaller, niet in het minst door de spectaculaire aanwezigheid van enkele walvissen, die zich al spuitend laten opmerken. Alle lof trouwens voor onze vriendelijke Inuït, voor wie geen inspanning te veel is om ons zo dicht mogelijk bij deze reuzen te brengen. Tot onze grote blijdschap slagen we erin om de sierlijke staart van een prachtexemplaar op de gevoelige plaat vast te leggen.

Na zowat een uurtje varen bereiken we de kust van Kulusuk. Opmerkelijk: het indrukwekkende arsenaal ijsschotsen van drie weken terug is spectaculair geslonken.

Ons vliegtuig blijkt een stipte reisgezel en na twee uur vliegen zetten we opnieuw voet op Ijslandse bodem. Jammer genoeg heeft een Atlantische depressie Reykjavik in haar greep en is het er druilerig. Even spelen we met het idee om morgen voor één dag een wagen te huren, maar wanneer we de prijs te horen krijgen (150 euro per dag), laten we dit plan wijselijk varen. Ook een overnachting in de jeugdherberg vlak naast de camping zit er niet in: alles volzet… Dan maar de tent neerpoten, om hem een uur later honderd meter verder te verplaatsen in een poging ons te onttrekken aan luidruchtige jongeren.

’s Avonds vullen we onze maag met een slaatje, gevolgd door tortellini met kaassaus. We kunnen voor het eerst sinds lang opnieuw muggenvrij buiten eten, toch wel een verademing! Na de maaltijd maken we nog een wandeling naar een botanische tuin even voorbij de camping, waar we in een knus theehuisje belanden. We bestellen er thee en koekjes en smeden het plan om hier morgen in culinaire stijl onze reis af te sluiten. Rond 22u (biologisch 20u) kruipen we in onze slaapzak.

Woensdag 8 augustus 2007

Onder een betrokken hemel zetten we ’s ochtends koers richting het centrum van Reykjavik. Veel meer dan wat koffie drinken in een bookshop doen we niet.
’s Namiddags duiken we opnieuw het zwembad naast de camping in en jeunen we ons bij een partijtje waterbasket.
De culinaire verwachtingen van gisteren worden met verve ingelost!

Donderdag 9 augustus 2007

Tijdens de terugtocht denken we geregeld terug aan de formidabele ervaringen die ons de voorbije weken te beurt zijn gevallen.

Jammer genoeg krijgen we nog een bittere pil te verwerken: in de haastige rush van de vliegtuigterminal naar de TGV raakt Kenneth onze tent kwijt. Een roemloos einde voor een trouwe metgezel die ons zowel in Noorwegen als in Ijsland en Groenland vele diensten heeft bewezen.

Conclusie

Deze reis was werkelijk om duimen en vingers van af te likken en overtrof al onze voorgaande reizen, Noorwegen en Ijsland incluis.

Oost-Groenland is makkelijk te bereiken vanuit Ijsland.
Er zijn dagelijkse vluchten van Reykjavik naar Kulusuk.
De vlucht zelf duurt slechts 2 uurtjes.
Wie (even) niet wil kamperen, kan in Kulusuk terecht in Hotel Kulusuk.
In Tasiilaq logeer je best in The Red House. Het duurdere Hotel Angmagssalik is een alternatief.
Boottochten regel je best ter plaatse.

Reacties

den dzjow

Zeer inspirerende tocht! Het maakt een mens alleen maar warmer om ook eens naar Groenland te trekken.

Sounds nice en lijkt mij allemaal nog veel (practisch) haalbaarder dan ik had verwacht.

Btw de tocht is min of meer gelijk met hetgeen Jolanda Linshooten beschrijft (zei het in omgekeerde volgorde).

Het verslag alleen al is een ware lust voor lijf en leden, dus wat moet de reis zelf dan wel niet geweest zijn? Een hoogtepunt in jullie jonge huwelijk, en misschien wel de reis van jullie leven!

Een prachtige reisbeschrijving die we van ver en toch O zo nabij mochten meebeleven . Mams


U bent aan het woord

Naam:

Email:

Locatie:

Website:

Onthou mijn gegevens

Hou me op de hoogte van verdere reacties?

Lokatie

  • Beschrijving

    Oost-Groenland, district Ammassalik

  • Geschatte totale afstand
    +- 150 km
  • GPS coordinaten vertrekpunt
    65.65346273061466 (lat), -37.67417907714844 (lng)

Steekkaart

  • Deelnemers
    Kenneth Gijsel & Anneleen De Greve
  • Reisdatum
    van 22 juli tot 04 augustus 2007
  • Type van de activiteit
    Wandelen
  • Moeilijkheidsgraad
    Zwaar en af en toe wat technisch.

Fotoalbum


Bekijk alle foto's in het fotoalbum.

Wie bent u?
Aanmelden | Registreren

Copyright © 2008 Hiking-info.net | .
Niets mag gekopieerd worden zonder voorafgaande toestemming van de respectieve maker of auteur.
Alle rechten voorbehouden.