Hiking-info.net: Informatie over hiking, wandelen, buitensport,...

Verslagen  >  Pyreneeënoversteek, deel V: Langs Perdido en Posets

Pyreneeënoversteek, deel V: Langs Perdido en Posets

Over een alternatieve HRP door de Centrale Pyreneeën

Deze tocht maakte deel uit van een veel groter geheel, de Pyreneeënoversteek. In deze stevige zesdaagse worden de hoogste massieven van de Pyreneeën aaneengeknoopt. Ik koos voor enkele alternatieve routes in plaats van de “normale” HRP. Het begint in de beroemde Cirque de Gavarnie, en een lange zware klim wordt aan het einde van de eerste dag beloond met een van de mooiste uitzichten van de Pyreneeën : de noordflank van de Monte Perdido. Over eenvoudigere paden wordt daarna het Posets-massief bereikt, een onontgonnen woesternij met tientallen kristalheldere bergmeertjes. De Pico Posets (3369m), de tweede top van de Pyreneeën, ligt binnen het bereik van elke ietwat ervaren bergwandelaar.

Verslag van Willem, 13 januari 2008.

01/08/2007 : Dag 28 : Gavarnie – Refuge et Brèche de Tuquerouye

  • Vertrek : 8u05
  • Aankomst : 15u00
  • Wandeltijd : 5u05
  • Afstand : 14km
  • Klimmen : 1550m
  • Dalen : 210m

Gisteravond en vanochtend had ik een gevoel dat nu echt het tweede luik van de tocht begon. Nu de grote Ordesa-lus erop zat zouden we enkele dagen zonder grote omwegen pal oost lopen. De afspraken met mijn vrienden-medewandelaars waren allemaal perfect verlopen, bijna op het onwezelijke af. Na vier weken en een monsterlijke bergwandeling met iemand op een op voorhand bepaald punt en tijdstip afspreken en er dan perfect in slagen om elkaar daar dan ook op dat punt en tijdstip tegen te komen, het was eigelijk een mooi kunststukje. En zo stond ik dus na vier weken met Nicolas in Gavarnie. Er was nu geen enkel organisatorisch of praktisch probleem meer tot ik mijn terugreis naar huis moest boeken. Ik had in Gavarnie zo’n beetje een bevreid gevoel, en een gevoel dat niets of niemand mij nu nog kon tegenhouden op weg naar de zee.

We stonden om 6u45 op en pakten snel ons boeltje want we wouden een lift naar Gavarnie versieren. Ditmaal waren twee Italianen de weldoeners die ons 3,5 saaie en gevaarlijke kilometers langs weg tot het dorp bespaarden. Zo stonden we om acht uur al in het dorpje. Het contrast met gisteren kon niet groter zijn : de straten waren nog helemaal verlaten, het vuilnis werd opgehaald, alles in gereedheid gebracht om straks opnieuw een karrevracht dagjesmensen te verwelkomen. Plots werden we opgeschrikt door enkele paarden die luid hinnikend door de straten gallopeerden, achternagezeten door hun eigenaars. Dubbelgeplooid van het lachen bij dit tafereel begon we even later aan onze wandeling.

We namen niet de rechtstreekse route naar de Refuge des Espeguettes, maar maakten van de ochtendlijke rust gebruik om nog eens terug te lopen tot in de Cirque. Zo had Nicolas dat ook eens gezien, want dagjesmensen of geen dagjesmensen, de Cirque de Gavarnie is gewoon één van de meest spectaculaire plaatsen van de hele Pyreneeën. Zelf genoot ik nu ook van de wandeling over het brede pad met die kilometerhoge rotswand voor ons. De ezelstront was er nog, de dagjesmensen niet meer. We pauzeerden even aan de Hotellerie du Cirque en genoten van het overweldigende landschap. De hele Cirque lag nog in de heerlijk frisse schaduw. Het was nu 9u en in de verste verte waren nog geen andere mensen te bespeuren.

Na een paar minuten begonnen we dan aan de tocht naar de Refuge des Espeguettes. Het pad ging eventjes steil omhoog maar vlakte dan al snel helemaal uit tot een prachtig “sentier balcon”, soms uitgehouwen in de rotswand. In tegenstelling tot wat een bordje beneden ons wou laten geloven was het helemaal niet moeilijk. Bij de Chalet Pailla, waar enkele mensen genoten van een colatje, liepen we maar meteen verder. We kwamen nu het bos uit en meteen opende zich een uitzicht op de spectaculaire noordflank van de Astazou’s (3107m en 3012m), en achterop op de Brèche de Roland, de Taillon en het Vignemale-massief, met de Ossoue-gletsjer waar we nu bijna frontaal op keken. De Refuge zagen we nu ook liggen. Het was duidelijk dat Nicolas meteen het goeie klimritme te pakken had, wat mij uiteraard gelukkig stemde. Uiteindelijk stonden we rond 10u30 aan de hut.

Ik ging even naar binnen om bij de gardien te informeren naar het weer, maar vooral naar de Refuge de Tuquerouye. Die was open, wist hij mij te verzekeren. We namen een ruime pauze, maar toch ook niet té lang want de melkwitte lucht en de zich nu al vormende cumulusbewolking verraadden de mogelijke komst van hevig onweer. We stapten lekker door op het vrij geleidelijke klim naar de Hourquette d’Alans (2430m), lieten een zijsprong naar de Piméné links liggen en bereikten iets voor twaalven de col. Deze was mooi gelegen onder de verticale flanken van de Pic Rouge de Pailla. Voor een laatste keer genoten we van de terugblik op de Brèche de Roland (2808m), de Taillon (3144m) en de Vignemale (3298m). Het uitzicht naar de andere kant, op de mooie Cirque d’Estaubé, mocht ook gezien worden. Vooral de Pico Blanco, ten noordoosten van de Port Neuf de Pinède, was wondermooi. Mooie plooien met zachte kleurschakeringen tegen de top. Rechtstreeks uit een schilderij van Van Gogh geplukt, was de treffende vergelijking van Nicolas. En dan hadden we de Spaanse kant nog niet gezien…

We werkten nog wat eten binnen en begonnen rond 12u15 aan de afdaling. Al kort onder de col, veel sneller dan de kaart wou laten geloven, vonden we een afsplitsing naar de Port Neuf de Pinède. Het pad traverseerde licht dalend enkele vriendelijke puinhellingen. Iets voor het bereiken van de Dent de Tuquerouye, een opvallende, losstaande tandrots voor de couloir waardoor we straks moesten omhoogklimmen, verlieten we het pad en begonnen we door een chaos van rotsblokken over een schaars met steenmannetjes gemarkeerd pad te klimmen naar de col rechts van de Dent. Onderweg pauzeerden we nog even om wat te eten voor we de zware slotklim zouden aanvangen. Een groepje andere Belgische jongeren passeerde hier nu. Ze lieten hun rugzak achter en klommen verlicht verder naar de Brèche de Tuquerouye, waar wij straks ook naartoe moesten. Daarna zouden ze opnieuw afdalen, hun rugzakken oppikken en via de Hourquette d’Alans naar de Refuge des Espeguettes lopen, waar ze een overnachting geboekt hadden. Stevige dagtocht, ze zagen er nu al behoorlijk afgepeigerd uit en het onweer hing in de lucht…

Rond 14u bereikten we dan de col langs de Dent de Tuquerouye. Van hier konden we een eerste blik omhoogwerpen naar wat we nog moesten overwinnen. De klim naar de Brèche de Tuquerouye zag er straffe kost uit. Ruw geschat moest er over een puinhelling van 35-40°, naar boven toe eerder 45° geklommen worden naar het nauwe gat daar hoog in de bergwand. Er lagen links in de couloir nog ferm wat sneeuwvelden maar deze konden schijnbaar makkelijk vermeden worden. Hoog in de couloir leek het sneeuwveld de rotspartijen rechts te raken, die er van hier bijna onmogelijk te beklimmen uitzagen, maar daar kon ik nu nog moeilijk over oordelen. We pauzeerden even omdat hoog in de couloir andere mensen aan het klimmen waren, en steenslag hier wel een reëel gevaar was. Eenmaal ze boven waren begonnen we te klimmen.

Het eerste deel van de klim over het puin was steil en lastig, maar goed doenbaar. Met behulp van mijn wandelstokken hees ik me naar boven zonder al te veel terug te schuiven. Ik liet Nicolas rustig op z’n eigen tempo achter me verder klimmen en bereikte zelf al snel het steile sneeuwveld. Het raakte net niet de rotspartijen, ertussen was een smalle strook op het puin bewandelbaar. Twee mensen kwamen net afgedaald, zij kozen ervoor om leunend tegen de rosten voetje voor voetje in deze strook of te dalen. Toen ze gepasseerd waren deed ik net hetzelfde maar dan omhoog, tot de klim nog steiler werd. Dan koos ik er toch voor om op de rotsen steil verder te klauteren tot bij einde van het sneeuwveld. De Brèche, waarin nu de Refuge zichtbaar was, lag nu niet meer ver boven mij. Over een zeer steile puinhelling klom ik voorzichtig verder, en bereikte uiteindelijk rond 14u45 het einde van deze zeer zware beklimming.

Ik liep rond de refuge en werd, hoewel ik het al op tientallen internetfoto’s had gezien, meteen compleet overdonderd door het uitzicht aan de Spaanse kant. De met wandgletsjers gedrapeerde noordflank van de Monte Perdido (3355m), waar ik drie dagen geleden nog op de top had gestaan, torende hoog uit boven het kristalheldere water van het grote Lago de Marboré. Zacht hellende gesteentelagen staken achteraan het meer her en der uit boven het wateroppervlak. Ik ging m’n rugzak in de hut zetten en genoot vanop het terras met volle teugen van het uitzicht. Een kwartiertje later kwam ook Nicolas met z’n bek open van bewondering boven. Na een halfuurtje waren alle andere mensen terug afgedaald en bleven we alleen achter. We namen snel twee bedden in de hut in en begonnen uit te pakken. De wind was nu sterk aan het toenemen en gierde langs de hut, en de temperatuur zakte met de seconde. Nu en dan verdween de top van de Perdido al in de steeds dikker wordende wolkendeken.

Rond 16u30 daalde ik over de extreem steile puinhelling af naar het meer om een litertje of 8 water te halen voor vanavond, vannacht en morgenvroeg. We gingen daarna definitief binnen zitten want het werd nu ijzig koud buiten. Het hutje was knap ingericht met 12 bedden, een grote tafel, een houtkacheltje (én hout), noodtelefoon, en zelfs elektrisch licht. Buiten had ik enkele zonnepanelen gezien. Rond 17u kwamen twee Spanjaarden aan, een man en een niet onknappe vrouw van eind de twintig. Als ik het goed begreep (Spanjaarden en engels, tja…) hadden ze de Perdido beklommen langs de noordflank met een groepje van vier. Onderweg had één ervan zijn been gebroken en die lag nu aan de andere kant van het meer te creperen in afwachting van de helikopter. De vierde bleef bij hem. Dit leek voor deze mensen de normaalste zaak van de wereld. Breed lachend gingen ze nu nog door tot de Espeguettes. Om 18u kregen we twee lollige Duitsers van rond de 40 als gezelschap, en rond 20u30, wanneer ik al uitgeput was neergezegen in mijn slaapzak, kwam in het stilaan naderend onweer nog een Spanjaard de hut binnengesukkeld. Niet veel later viel ik in slaap.

02/08/2007 : Dag 29 : Brèche de Tuquerouye – Fuente de Petramula

  • Vertrek : 7u50
  • Aankomst : 16u10
  • Wandeltijd : 6u20
  • Afstand : 13km
  • Klimmen : 800m
  • Dalen : 1550m

Ik had de hele nacht als een blok geslapen, ondanks het onweer dat volgens de andere overnachters in de hut blijkbaar toch een beetje had gewoed. Om 6u50 waren we de eersten om op te staan. Na het eten bespraken we met de Spanjaard nog even het parcours dat we vandaag zouden doen. Hij verzekerde ons dat de afdaling in het Valle de Pineta, die op de kaart als “passage délicat” stond aangegeven, niet al te moeilijk was. Daarna gooide ik nog de gevraagde twee euro in de kluis om te betalen. Een makkelijke manier om van mijn kleingeld af te raken. Ik geloof dat ik de enige was die betaalde voor z’n overnachting.

Iets voor acht uur waren we op weg. Het was een luxe om eens geen tent op te moeten plooien maar daar tegenover stond dat ik het in de donkere refuge moeilijk had om te ontwaken. Het weer zag er nu vrij stabiel uit : tegen het grijze wolkendek waarin de top van de Perdido schuilging verschenen enkele blauwe gaten en in Frankrijk lag een mer de nuages in de Cirque d’Estaubé. De wind was ook helemaal gaan liggen. Ondanks de slechte weerberichten lieten we dus de veilige hut achter ons en gingen we op weg.

De afdaling aan de Spaanse kant van de refuge leek nog een stuk steiler dan gisteravond toen ik water was gaan halen. Ik schat dat de puinhelling hier op sommige plaatsen zo’n 45-50° steil was. Heel voorzichtig daalden we af naar de boorden van het meer want een ferme schuiver kon hier wel eens minder prettige gevolgen hebben. Na een tiental minuten bereikten we de oever. Zoals enkele mensen die dit gebied goed kenden me op voorhand hadden verteld omtrokken we het meer langs de oostkant ipv langs de westkant zoals op de kaart staat aangegeven. Op één plaats moesten we een steil sneeuwveldje traverseren dat in het meer uitliep, maar voor de rest was het een makkelijke route.

Nadat we de punt van het meer voorbijwaren kwamen we in het maanlandschap van het Balcon de Pineta terecht. Veelkleurige rotsblokken waren overal rondgestrooid op dit vegetatieloze plateau doorweven met tal van smeltwaterbeekjes. We klommen de ene rotsband na de andere over en staken een paar grote sneeuwvelden over. Gemzen sprongen overal weg als we op een nieuw heuveltje bovenkwamen. Lage wolken dreven over en hulden de top van de Monte Perdido in een mysterieuse grijze deken. De Astazou en de grenskam daarentegen priemden in een helderblauwe lucht. Ik was totaal gefascineerd door de woestheid van het landschap. Het Balcon de Pineta was weer zo een van die plaatsen waar ik met ingehouden adem elke hoek omliep.
Met behulp van de spaarzaam geplaatste steenmannetjes baanden we ons een weg naar de rand van dit wonderlijke plateau. En daar kregen we alweer een prachtig cadeau : voor ons gaapte plots een indrukwekkend niets waaruit mistflarden kwamen opgestegen uit een dampende wolkenpot in de diepte. We namen uiteraard meteen een pauze en namen wat foto’s, een landschappelijke reeks en heroïsche reeks. Er was maar één iets negatiefs aan deze plaats en dat was dat we een afdaling van 1100m voor de boeg hadden, tot onderin het dalhoofd van Valle de Pineta. Voor Nicolas de eerste grote afdaling van zijn tocht dus deden we het rustigaan. Het was aanvankelijk een heel steil pad met wat puin, maar technisch stelde het niet het minste probleem. De vele dagjesmensen die we nu begonnen kruisen vroegen ons allemaal of het meer en de Astazou niet in de mist zaten. Daarnet niet, maar nu? Wij kregen in elk geval steeds meer grijs en steeds minder Valle de Pineta te zien.

Rond 12u bereikten we eindelijk het einde van de afdaling. We namen een lange pauze met zicht op de Cinca-waterval, naar men ons vertelde de hoogste van heel Spanje. Daarna namen we samen met een horde dagjesmensen een grindwegje dat ons langzaam klimmend naar de Llanos en Refugio de Larri bracht. Het was nu weer echt zonnig geworden dus legden we ons nog eens in het gras. De goesting om nog aan de klim over de GR11 naar La Estiba te beginnen was eerlijk gezegd bij ons allebei niet zo heel groot. In de namiddag nog eens 500m klimmen, dat is nooit een leuk vooruitzicht, temeer omdat het wel redelijk warm was.

Rond 13u45 begonnen we er uiteindelijk maar aan en hard zwetend baanden we ons op het steile pad een weg naar boven. Eerst ging het door een dennenbos maar tegen de top aan kwamen we in een meer open weidelandschap terecht. De terugblikken op de Circo de Pineta met de prachtige waterval, de Pico de Pineta en op de Monte Perdido, waarvan de top nog steeds in de wolken zat, waren wondermooi. En nu werden we ook weer verrast door het zicht op die prachtige Pico Blanco, langs deze kant nog mooier dan vanin Frankrijk. Met open bek stonden we over onze schouder achterom te kijken. Na een korte pauze liepen we daarna op hoogte verder, en onder de Pico de Petramula werden we dan weer verrast door zo een prachtige verborgen hoek : Een groot, biljartvlak groen grasland, gescheiden van de Pineta-canyon door een smalle kalkstenen rotsband nodigde werkelijk uit om te bivakkeren. De bron ietsje verder was helaas uitgedroogd en met pijn in het hart lieten we dit plekje weer achter om de col over te steken via de GR11 en met zicht op de eindeloze zuidflank van de Robinera af te dalen in de richting van een grindwegje. Iets daarvoor vonden we een mooie kampplaats bij een bergbeekje met een behoorlijk debiet. Het was 16u10. De tent stond niet veel later recht, we wasten ons in het ijskoude water en genoten van een heerlijk zachte en windstille avond in de schaduw van de Robinera. Aaaaaah, de Pyreneeën.

03/08/2007 : Dag 30 : Fuente de Petramula – Collado de los Caballos

  • Vertrek : 7u35
  • Aankomst : 15u35
  • Wandeltijd : 5u15
  • Afstand : 24km
  • Klimmen : 1250m
  • Dalen : 830m

Zoals ik een beetje had gevreesd op voorhand werd het een saaie overgangsetappe. Maar, zoals ik had gehoop, maakte het einde toch heel veel goed.
Opstaan deden we zoals gewoonlijk rond 6u30, en om 7u35 waren we vertrekkensklaar. Al na 100m vonden we aansluiting op het grindwegje dat ons doorheen de vallei van de Rio Real naar Parzan zou brengen. Een lange afdaling, maar landschappelijk kon ik het aanvankelijk allemaal nog wel smaken : Mooie terugblikken in het dalhoofd waar we gebivakkeerd hadden, en voor ons onder de ochtendzon het de machtige, geïsoleerde toppen van de Punta Fulsa en de Punta Suelza. Rechts een hele keten kalksteentoppen van de Sierra de Espierba. Nu en dan passeerde er een auto van mensen die de Robinera of La Munia gingen beklimmen, maar niet genoeg om echt storend te zijn. Wat verder kwamen we in het bos terecht en uiteindelijk ging het via een haarspeldende asfaltweg omlaag naar Parzan, dat we al een tijdje in de diepte zagen liggen. Doorheen het dal zagen we nu ook het Cotiella-massief. Rond een uur of tien stonden we beneden.

Op voorhand had ik ernstig rekening gehouden met het scenario dat we zouden moeten gaan liften naar Bielsa voor inkopen. Maar nu troffen we hier nabij het benzinestation een echt supermarktje aan waar we eten konden kopen tot Benasque, binnen 3 à 4 dagen. Nicolas kreeg dan het zotte idee om nog een fles wijn te kopen ook die hij straks wel de berg zou opzeulen. Zoals altijd bij het passeren van een dorp kocht ik ook twee appels en een stokbrood, wat ik allemaal meteen oppeuzelde. In de toiletten van het tankstation vulden we nog onze waterzak bij alvorens te beginnen aan het tweede luik van de dagtocht.

We stoempten 2km de grote weg af in de richting van de Franse grens en namen dan bij een kleine elektriciteitscentrale een grindwegje naar rechts, dat ons, via de GR11 overigens, tot aan de Collado de los Caballos zou loodsen, zo’n 13km verderop en 1200m hoger in de bergen. Dit was de Spaanse “pista”. Nu en dan kwam een 4×4 voorbij die grote stofwolken in onze longen joeg. Voor mij waren de eerste twee uur naar de Collado de los Caballos één van de dieptepunten van de tocht. Het was nu snikheet, er was weinig of niets te zien, het was een enerverend pad waarop we maar heel langzaam klommen. Een soort pad dat de GR11 wel meer schijnt aan te doen. Onderweg hielden we een Spanjaard tegen om onze fles wijn te laten ontkurken, zelf hadden we daar geen materiaal voor mee.

Na meer dan twee en een half uur op deze eindeloze kloteweg bereikten we eindelijk de elektriciteitscentrale en het stuwmeertje van Urdizeto. Het liep toen al richting 14u. We gooiden ons rugzak eraf en genoten hier van het uitzicht dat zich nu toch had geopend. Aan de andere kant van het meer torende de Punta Fulsa hoog boven ons uit. Toch een uurtje lagen we hier in het gras te niksen. De lucht was helder, onweer zou er niet meer komen en ver moesten we vandaag niet meer. Het was uiteindelijk iets voor drie uur toen we weer vertrokken, maar niet zonder onze waterzak bij te hebben gevuld. Mijn verbruik bedroeg vandaag alweer 11 liter.

Het laatste stukje naar de col kon mij plots een stuk meer bekoren. Het grind hield op, we klommen de boomgrens voorbij, een klaterend beekje kronkelde zich door de groene vallei vol met mooie vlakke plekjes langs het water waar het heerlijk bivakkeren moet zijn. Maar we zetten nog even door, want we wisten dat het aan de andere kant van de col nog mooier werd. En inderdaad, toen we rond 15u30 eindelijk de Collado de los Caballos hadden overwonnen werden we beloond voor onze inspanningen met een heerlijk panorama op het Perdiguero-massief, maar vooral op het imposante Posets-massief, dat we morgen zouden gaan betreden. Sneeuwvlekken lagen nog her en der uitgestrooid op de hoogste flanken van de veelkleurige, plombe berg. We gingen van het pad af en liepen nog even cross-country door naar de kleine meertjes iets ten zuiden van de col, die ik maar de Ibones de los Callado de los Caballos noemde aangezien ze op de kaart geen naam hadden. We vonden er een heerlijke bivakplek met een eindeloos panorama over Bachimala, Perdiguero en Posets. Een waar paradijs op aarde. Een warm meer om te zwemmen, warme namiddagzon, verfrissend briesje, een grote groene vlakte voor de tent, een onwaarschijnlijk uitzicht. De ellende van eerder op de dag was op slag vergeten.

Na het avondwandelingetje tot het onderste van de twee meertje was het tijd voor enige rituelen. Deze col markeerde exact het halfweg-punt van mijn Pyreneeënoversteek. Ik bouwde een grote steenman naast de tent (die moet nog steeds te bezichtigen zijn). Daarna kraakten we ons flesje wijn op het stuw van grote Urdizeto-meer. Het was heerlijk warm, de wijn was lekker. Na te hebben genoten van het avondrood op de Posets doken we de tent in.

04/08/2007 : Dag 31 : Collado de los Caballos – Ibon de Llardaneta

  • Vertrek : 8u10
  • Aankomst : 16u55
  • Wandeltijd : 6u00
  • Afstand : 14km
  • Klimmen : 1400m
  • Dalen : 1090m

De tent was extreem nat gecondenseerd vanochtend, door een combinatie van de frisse windstille nacht en het zeer vochtige stukje alluvium waarop we gebivakkeerd hadden. Nicolas geraakte er niet uit vanmorgen. Had het iets met de wijn van gisteravond te maken? Pas na een halfuurtje sukkelde hij eindelijk uit zijn slaapzak. Iets voor half acht kwam de zon dan vanachter de Bachimala geschoven, een dik halfuur later waren we op weg. Het was nog steeds opvallend warm, ik vertrok ondanks het ochtendlijke uur en de 2350m meteen in shirt en was al snel aan het zweten.

De afdaling in het zachte ochtendlicht vond ik om één of andere reden heel bijzonder. Heel langzaam ging het door het groen naar beneden, met rechts van ons de impressionante, steile noordflank van de Punta Suelza, en recht voor ons het plombe Posets-massief. Na een halfuurtje kwamen we in het bos terecht. Nu en dan was er een open plek met een oude schuur en om één of andere reden moest ik dan steeds denken aan de Bucolica van Vergilius, die we in het derde middelbaar in latijn nog eens hadden gelezen. Ik genoot volop van deze mooie afdaling. Het Posets-massief voor ons werd steeds groter, steeds hoger en grijnsde ons uitdagend toe. Iets voor het landbouwersdorpje Bordas de Lisier kwamen we op een grindwegje terecht, waarvan de via de GR11 de meeste haarspelden coupeerden om uiteindelijk onderin het dal uit te komen. We liepen nu stroomopwaarts van de Rio Cinqueta verder, langs een tweetal kleine campings, en bereikten na een kort maar pittig klimmetje rond 11u Viados.

We liepen naar de refuge en zetten ons in de schaduw van een grote boom. Dankzij de thermometer aan de hut konden we nu eindelijk eens een getal plakken op de hitte : 27 graden in de schaduw, om 11u ’s morgens en op 1700m hoogte! We kochten een colatje en ik herschikte mijn rugzak wat, er was al heel de ochtend iets aan het klapperen binnenin. Daarna ging Nicolas naar binnen om te vragen of we ons afval én de lege fles wijn konden achterlaten. Ze konden hier toch met de auto naartoe.
De waardin keek hem een beetje boos aan en vroeg nors : “Waar wandelt ge nu naartoe?”
Waarop hij antwoorde “Pico Posets, we willen hem beklimmen”
Ze keek even met grote ogen en zei dan : “Oke, da’s wel voldoende, geef maar hier”
Met wat minder gewicht in de rugzak en even later ook in de onderste darmregio (goeie toiletten achter de hut !) begonnen we rond 12u15 weer in te pakken. Ik deed m’n 3L waterzak tot het randje vol want het was snikheet en we hadden een hele lange klim voor de boeg : van hier beneden op 1700m tot op de Collado de Eriste, op 2830m.

We staken via een houten brugje de beek over en begonnen daarna langzaam te klimmen in het Valle d’es Millas, met de Barranco de la Ribereta rechts onder ons. Aanvankelijk ging het helemaal niet steil omhoog, ideaal om wat warm te draaien, voor zover dat met deze temperaturen nodig was. Vanaf 1850m begon het in haarspelden plots stevig omhoog te gaan. Iets verderop, bij de samenvloeiing van twee beken, was het hele bos plotseling schijnbaar gerooid. Ik vermoedde dat dat kwam door een krachtige lawine die hier in het voorjaar van de berg was gedonderd. Niet veel later werden we staande gehouden door enkele Spanjaarden die vrijwilligers bleken te zijn van de lokale overheid van Aragon, en ons een vijftal minuutjes uitvroegen over de wandelmogelijkheden- en –faciliteiten in dit gebied.

We zaten allebei perfect in het ritme, klommen even snel en de hoogtemeters vlogen voorbij. Exact om de 100m klimmen stopten we even om een goeie scheut te drinken. Tijdens de hele tocht voelde ik me zelden zo sterk bergop. We kwamen ook nauwelijks andere mensen tegen, ondanks het feit dat het zaterdag was. Niemand leek dit stukje Pyreneeën al ontdekt te hebben. Onterecht…
Zo rond de 2250m, nadat we het bos waren uitgklommen en even links van de beek een soort plateau hadden doorkruist, werd het plots andere koek. We namen de meest directe route naar Collado de Eriste. Haarspelden kenden ze hier blijkbaar nog niet. Het pad liep gewoon recht de gras- en grindhelling van zo’n 35° op. Nu was het plots wel afzien. Ons voeten gleden constant terug op de losse ondergrond. Op 2450m pauzeerden we lange tijd aan het begin van een groot blokkenveld. We vulden onze waterzakken ook terug bij aan de beek want de 3 liter vanin Viados waren al allemaal binnengegoten tijdens de klim.

Na het steile stuk kwamen we in een grote kom terecht waar steenmannetjes ons, gestaag klimmend en laverend tussen grote rotsblokken, naar de voet van de echte slotklim naar de col gidsten. We moesten enkele kleine sneeuwveldjes over en klommen daarna heel steil over het puin omhoog, om uiteindelijk iets na 16u de col (2830m) te bereiken. Het was een hele lange klim geweest. Boven kwam aan de andere kant plots het Maladeta-massief in zicht, verrassend dichtbij. Een heleboel sneeuwvelden kleefden nog onder de top van de Pico de Aneto (3404m), de hoogste van de Pyreneeën. Achterom hadden we een prachtige terugblik op de Punta Suelza, de Monte Perdido en de andere toppen van de Cirque de Gavarnie, op de Vignemale, heel in het oog springend door de Glacier d’Ossoue waar we recht opkeken, op La Munia, en nog een heleboel meer.

Op voorhand was het het plan om vanop de col naar de Tuca de la Forqueta (3010m) te klimmen, maar de lange klim was nu toch in de benen gekropen en het zag er niet zo simpel uit als ik had verwacht. Na een korte pauze begonnen we dus maar meteen met de afdaling naar het Ibon de Llardaneta, waar we wouden bivakkeren. Dit zou meteen onze uitvalsbasis worden voor de klim naar de Posets, morgen heel vroeg. Tijdens de steile afdaling op het puin kwam het meer al snel in zicht. Langs enkele wegsprintende gemzen stonden we iets voor de klok van vijven aan de oever. Er was al een andere, grote groep, een jeugdbeweging of iets dergelijks vermoedde ik. We stelden onze tent op een vlak stukje tussen de steenblokken een vijftigtal meter verderop. Op een tweetal decibelspuwende pubers na maakten ze het gelukkig niet al te bont.
Na het eten liep ik nog even naar het piekje (2749m) net ten zuidoosten van het meer. In feite was het een grote platte top met tijdens de rotswanden verrassend genoeg tal van mooie, vlakke bivakplekken in het gras, veel beter dan die aan het meer. Van hier had je bovendien een prachtig uitzicht op het meer, op de wonderlijke Diente de Llardaneta, en op de Posets zelf. Ook naar het oosten, richting vallei en de toppen aan de noordflank ervan, en op de Aneto, was het uitzicht prachtig. We kropen heel vroeg in de tent want morgen stond één van de absolute topdagen op het programma : de beklimming van de Posets (3369m), en de hoge doorsteek naar de Ibones d’Escarpinosa, waar ik zoveel moois over had gehoord.

05/08/2007 : Dag 32 : Ibon de Llardaneta – Ibones d’Escarpinosa

  • Vertrek : 7u00
  • Aankomst : 16u50
  • Wandeltijd : 6u45
  • Afstand : 13km
  • Klimmen : 1100m
  • Dalen : 1720m
  • Bergtoppen onderweg : Pico Posets (3369m)

Onze wekker ging vanochtend dus extra vroeg, rond 6u05. Het was nog goed donker op dat moment, tientallen sterren prijkten nog hoog aan de hemel. Toen we rond 7u op weg waren was de zon net aan het opkomen en was de kleur van de hemel veranderd in diepblauw. We liepen het meer langs, vulden onze waterzakken aan de smeltwaterbeek die aan de andere zijde via een mooie waterval van de helling kwam gestort, en verborgen iets verder onze rugzakken een 20-tal meter boven het pad. Enkel water, EHBO, eten, portefeuille en GSM gingen mee naar boven. Als ons klein dagrugzakje gepakt was doken we het Canal Fonda in. De eerste wandelaars die via het pad dat van de Refugio Angel Orus kwam begonnen aan de klim zaten vlak achter ons aan.

Het Canal Fonda was zoals verwacht nog voor een deel opgevuld met sneeuwvelden en sneeuwbruggen, die vroeg of laat zouden instorten. We volgden een pad dat rechts van de sneeuwvelden door het puin langs de helling liep. Iets verderop staken we de sneeuw over en klommen langs de andere kant van de geul via een vaag, zigzaggend pad onder de steile flanken van de Diente de Llardaneta over los puin verder omhoog. De mensen achter ons hadden we intussen ook alweer vlot afgeschud. We leken helemaal als eersten naar boven te gaan op deze zondagochtend. Voor ons lag enkel de berg, helemaal verlaten, wachtend om beklommen te worden.

De laatste 80m klimmeters voor het bereikten van de Collado de Llardaneta (3005m), het zadel tussen de Diente de Llardaneta en de zuidgraat van de Posets, waren nog bedekt met een dik en behoorlijk steil sneeuwveld, waar we frontaal over omhoog moesten. Gelukkig was er een mooi spoor ingestampt, want anders was het op dit ochtendlijke uur (alles lag nog beenhard en goed glad door de nachtelijke uitstraling) niet te doen geweest zonder stijgijzers. Nu ging we al bij al vlotjes naar boven op het convex-vormige sneeuwveld, dat in het midden zo’n 25-30° steil was. We bereikten zonder probleem de col waar we even pauzeerden om wat te eten en te drinken. We stonden nu net onder de wonderlijk mooie Diente de Llardaneta, één van de meest opvallende toppen van het hele gebergte. Een zeer smalle, afgeronde kam die geïsoleerd stond van elke andere top. Er stond zowaar een tentje net onder de berg. Van eigenaar geen spoor, die lag allicht nog te maffen. Op de berg voor ons was nog steeds niets of niemand te zien.

Zigzaggend over een wirwar van sporen baanden we ons over het losse puin snel een weg naar boven. Intussen werd het al duidelijk dat het uitzicht niet echt zo uitzonderlijk zou zijn aangezien de lucht heel heiïg was. We wisten meteen ook dat vanmiddag opletten geblazen werd want de lucht verraadde een beetje de komst van onweer. Alle contrast was verdwenen, opgelost in een melkwit geheel. Gestaag klommen we door naar de top. En dan, op 3200m ongeveer, gebeurde het. Ik keek net op om het volgende stukje van de klim te overschouwen. Nicolas, die enkele meters voor mij over een steil stuk puin naar boven aan het ploeteren was, schoof plots weg met zijn linkervoet. Tegelijkertijd schoof ook zijn rechtervoet weg. Hij stak z’n wandelstok nog hard in de grond maar ging desondanks languit tegen de grond en schoof zo nog een meter of twee naar beneden.

Geschrokken klom ik snel naar hem toe. De schade was gelukkig beperkt gebleven tot een diepe schaafwonde op de knie. De EHBO hadden we meegenomen naar boven dus wasten we meteen de wonde uit met water, kuisten ze met een steriel doekje en ontsmetten ze daarna met isobetadine. Het bleef lichtjes verderbloeden maar Nicolas is een beest en hij was vastbesloten om verder te klimmen. En dus klommen we na een paar minuutjes verder. Op zo’n 3320m bereikten we uiteindelijk de kam en over de rotsen klauterden we makkelijk verder naar de top, die we al van ver zagen liggen door het betonnen paaltje dat erop stond.

Om 8u52 precies stonden we boven. Helemaal alleen, ver voor de volgende klimmers. Op 3369m. Op de tweede top van dit hele gebergte.
Door de heiïge lucht viel het uitzicht wat tegen. Het hele Posets-massief zagen we nu uiteraard liggen, met tal van meertjes in het Valle d’es Ibons. De hoogste waren nog met wat ijs bedekt. Heel ver in de diepte, meer dan anderhalve kilometer, zagen we in de groene vallei de huisjes van Viados, waar we twintig uur geleden nog een colatje aan het drinken waren. Naar het noorden en noordoosten was er de enorme woesternij van het Perdiguero-massief. In het oosten was het Maladeta-massief zichtbaar als een donkere massa bergen onder het tegenlicht van de laagstaande ochtendzon. In het zuiden was het Cotiella-massief goed te zien. Naar het westen en noordwesten waren de Punta Suelza, de Bachimala, la Munia en de Monte Perdido te zien, en met enige goeie wil ook net de Vignemale en het Néouvielle-massief. Het was een heel mooie top, maar ze kon in de verste verte niet tippen aan de Monte Perdido. Noch qua schoonheid en dramatiek van de beklimming, nog qua uitzicht. Al had dat laatste natuurlijk ook met de ondankbare atmosferische omstandigheden te maken.

Na een goed halfuur, toen de eerste andere klimmers stilaan in de buurt van de top kwamen, begonnen we met de afdaling. Vlotjes bereikten we de Collado de Llardaneta, onderweg vergaapte ik me weeral aan de Diente de Llardaneta, voor mij toch het mooiste wat deze klim te bieden had. Op het steile sneeuwveld, waarvan de sneeuw nu zacht aan het worden was, kruisten we nu enkele tegenliggers. Meestal gingen de klimmers al een stuk op voorhand aan de kant, de meesten van hen hadden een pickel in de hand. Al bij al was er niet zoveel volk op deze berg, pakken minder dan op de Perdido. Na een pauze doken we door het Canal Fonda omlaag en stonden rond 11u15 uiteindelijk terug helemaal beneden.

We gingen onze rugzakken terug oppikken en terwijl Nicolas z’n knie nog wat verder verzorgde ging ik water halen voor ons tweeën aan de beek nabij Ibon de Llardaneta. Het was duidelijk dat het debiet van deze smeltwaterbeek al ferm was toegenomen ten opzichte van vanmorgen, door de hogere temperaturen. We pakten onze rugzak terug goed in en begonnen daarna te dalen over het pad naar de Refugio Angel Orus. We zouden dit pad echter niet blijven volgen, maar al snel een zijsprong maken om via het Ibon del Alforches (op de kaart ook wel Ibon de Grist genoemd) door te steken naar de Collado de la Plana. Op de kaart stond die zijsprong ingetekend op 2550m. Op 2450m waren we nog niets tegengekomen dus vroeg ik een tegenligger of hij meer wist. De Fransman zei dat de splitsing nog een stuk lager lag, maar toen we even later de beek overmoesten sloegen we zijn raad toch in de wind en begonnen we à l’improviste en met behulp van hoogtemeter en kompas op zo’n 2400m oost-noordoostwaarts te lopen om zo het meer te bereiken.

Na een kwartiertje over al bij al vrij makkelijk terrein, waarbij het enkel opletten was om in het lange gras putten te vermijden, kregen we enkele steenmannetjes in zicht. Nu en dan verscheen er een vaag spoor of een nieuw steenmannetje maar grotendeels zochten we toch onze eigen weg naar het meer. Op het einde werd alles wat rotsachtiger. Rond 13u15 kwam de waterspiegel in zicht. Het Ibon des Alforches ligt ingebed in een behoorlijk ruige omgeving onderaan het Valle d’es Ibons. Het meer trok echter niet zoveel aandacht : het was nu, zoals vanmorgen vroeg al verwacht, het weer dat ons stilaan zorgen begon te baren : er begon zich stilaan zware cumulusbewolking te vormen in het westen en noorden en het werd duidelijk dat we in de loop van middag of avond nog gedonder zouden krijgen. Voorlopig zag het er nogal safe uit dus besloten we om na een eet- en drinkpauze nog aan de klim naar Collado de la Plana te beginnen en daar wel te kijken hoe ver we nog zouden geraken. Rond 13u45 waren we weer op weg.

Het pad naar de col was wel vrij duidelijk gemarkeerd met steenmannen en nu en dan een paaltje met wit-rode markering dat in de grond geslagen was. Over gras en rotsen ging het vlotjes omhoog naar de col. We kregen mooie terugblikken op het langwerpige meer met daarachter de plombe oostkant van de Posets. Echt mooi was deze kant van de Posets eigelijk niet, gewoon gigantisch groot en machtig. Na drie kwartier klimmen bereikten we het meertje onder de col. We probeerden dit langs rechts te omtrekken om de col te bereiken maar verzeilden in een groot blokkenveld en haalden pas na wat gesukkel de col. Langs de noordflank is het allicht simpeler.

Vanop de col hadden we een mooie terugblik op de Posets, maar vooral een schitterende doorkijk naar het oosten, op het Maladeta-massief, en dichterbij op de steile, ruige bergtoppen aan de zuidflank van het Valle de Batiziellas. Maar terwijl we daar stonden vielen ook de eerste regendruppels uit de dikke wolken. Lang pauzeren was er niet bij. We moesten stilaan naar beneden. Over de rotsachtige ondergrond baanden we ons, half met steenmannetjes, half op eigen gevoel, een weg naar de kleine meertjes op de vlakte voor de Agujas de Perramo. Eenmaal we die hadden bereikt waren we de steenmannetjes helemaal kwijt en zochten we ons een eigen weg om steil te dalen naar het grote Ibon de Perramo. De Ibones de la Tartera de Perramo lieten we daarbij ver rechts onder ons liggen.
Deze meren, diepblauw van kleur en gelegen diep onder ontzag inboezemende toppen als de Tuca de Chinebro (2742m) en de Aguja de Ixeta (2837m) behoorden tot de mooist gelegen van de hele tocht en ademden helemaal de typische landschappelijke sfeer van het oostelijke Posets-massief uit. Maar de donderder rommelde nu tussen de bergen en opgejaagd namen we te weinig tijd om nu nog van onze dagtocht te genieten.

Aan het Ibon de Perramo overlegden we even, en besloten dan om van het opnieuw droge weer (veel meer dan wat gespetter hadden we tot dan nog niet gehad) gebruik te maken om nog verder te dalen naar de Ibones d’Escarpinosa. Dit was misschien een beetje optimistisch want Joery had me op voorhand verteld dat dit stukje nogal de moeite was. Door een razend steile couloir vol rotsblokken en een enorm blokkenveld daalde ik in ijltempo af naar de twee kleine meertjes, daar ergens in de diepte in het bos. Het was 16u50 toen ik daar uiteindelijk aankwam. De donder zat nu al vlakbij. Snel zocht ik een redelijk beschutte hoek voor de tent (achteraf kwam ik tot de ontdekking dat dat op enkele meters van het plaatselijke latrine-gebied was, beschut inderdaad) en stelde ze zo rap ik kon op. Net toen ik ermee klaar was vielen de eerste dikke regendruppels uit de zwarte lucht.

Ik was intussen al een tiental minuten beneden en Nicolas was er nog steeds niet. Ik begon me zorgen te maken dat hij in de moeilijke slotafdaling ergens ten val was gekomen ofzo en liep even later in de regen terug. Net toen ik terug wou beginnen klimmen op het blokkenveld kwam hij tot mijn grote opluchting net beneden. We liepen naar de tent en meteen brak het onweer in alle hevigheid los. Hagel donderde neer op het tentzeil en de donder knalde nu tussen de bergen. Het was eindelijk het eerste echte zware onweer van de tocht, na meer dan een maand pas. Ongeloofelijk eigelijk. Na anderhalf waaide de eerste bui over en gingen we naar buiten om te koken. Er was nu zelfs wat blauwe lucht. Ik maakte een wandelingetje rond het meer. De atmosfeer was plots tot rust gekomen en het wateroppervlak was een spiegel waarin de Perdiguero schitterde. Het ondiepe meertje was opvallend helder. Het debiet van de waterval lag nu behoorlijk hoog. Een paradijslijk plekje inderdaad.

Rond 21u begon het weer zachtjes te regenen en een uur later begon de kermis opnieuw. Iets voor middernacht bereikte het onweer zijn hoogtepunt, 5 tot 10 ontladingen per seconde en één zuivere inslag op minder dan 100m afstand. Terwijl de ene donderslag na de andere de bergen leek te doen trillen lag ik in de tent half te genieten, half bang te wezen van dit machtige natuurlijke klank- en lichtspel.

06/08/2007 : Dag 33 : Ibones d’Escarpinosa – Benasque

  • Vertrek : 8u10
  • Aankomst : 10u30
  • Wandeltijd : 2u05
  • Afstand : 9km
  • Klimmen : 50m
  • Dalen : 830m

Het onweerde nog een groot deel van de nacht maar desondanks sliep ik toch nog redelijk goed. Om 6u30 ging de wekker, maar we draaiden ons gewoon nog eens om en pas rond 7u15 kropen we uiteindelijk uit onze slaapzak. Het was toch maar een kort dagje. Een klein uur later was alles ingepakt en konden we op weg.

Het weer was nu eindelijk wat tot rust gekomen en een schuchter zonnetje probeerde de doorweekte natuur af te drogen. Het was voorzichtig dalen over glibberige stenen en boomwortels richting Ibon de Batiziellas. Tussen de naaldbomen en de blokken graniet. Als daar niet die prachtige zuidflank van de Perdiguero (3222m) had gestaan, ik had me ergens op de GR20 gewaand in Zuid-Corsica. Al snel bereikten we de grote groene vlakte waarop de Batiziellas-meren lagen. Het grootste meer lieten we op ruime afstand rechts liggen, het kleine passeerden we even verderop wel. Een groene plas water waarin het steile graniet in het zuiden prachtig weerspiegeld werd.

Even verderop namen we de rechtstreekse route naar het Valle de Estos en Benasque. Via een mooi, zigzaggend pad ging het door een dicht bos naar beneden. Onderweg kwamen we opnieuw een vuursalamandertje tegen. Al snel bereikten we de brede GR11-grindweg onderin het dal en na een korte pauze vervolgden we verder door het dal naar het zuidoosten, terwijl het nu opnieuw lichtjes begon de regenen en de bergtoppen terug in de wolken verdwenen. Na een klein stuwmeertje te zijn gepasseerd bereikten we al snel Camping Aneto, het was toen rond 10u30.

Het SMS-berichtje van thuis voorspelde niet al te veel goeds voor het weer vannacht en morgenvroeg, dus besloten we een dak boven ons hoofd te zoeken. Op camping Aneto zat alles, inclusief de kamers à 20€ die ideaal waren geweest, propvol. We maakten er enkel een tweetal uur gebruik van de internetverbinding, ik had al twee weken geen serieuze mededeling aan het thuisfront kunnen doen. Daarna ging ik aan de receptie informeren naar de toestand aan de oostkant van de Coll de Mulleres, het grote obstakel voor binnen twee dagen, indien er nog sneeuw zou liggen op het randje van verantwoord zonder materiaal. Men belde meteen twee berggidsen én de Refugi de la Renclusa en ik moest er niets voor betalen. Wat een service! En nog goed nieuws ook : de Mulleres was reeds sneeuwvrij.

Toen we hiermee klaar waren zat ons werk op de camping erop en begonnen we te liften naar Benasque. Onze verbazing was groot toen er na vijf minuten een ware bus stopte, tot we moesten vaststellen dat dit gewoon een lijnbus was en we moesten betalen. Goed ja, die ene euro kon er nu wel af. Na enkele minuutjes bereikten we het dorp, in de hoop een goedkoop hotelletje te vinden.
1e poging : 1-sterrenhotel “El Puente” : 110 euro !
Men een mond waar de zever bijna uitliep van ontzetting liepen we maar snel weer naar buiten. 110 euro voor de allergoedkoopste tweepersoonskamer in een krakkemikkelig hotel !
2e poging : 0-sterrenhotel “Solana” : volzet.
3e poging : 0-sterrenhotel “Salvaguardia” : een paar bazelende Spanjaarden en een receptie die blijkbaar een paar kilometer verder lag bij ene Daniel thuis, die we moesten opbellen. Hotel Salvaguardia bleek voor de helft ook hoerenkot te zijn. Het maar afgebold.
4e poging : het portaal van de plaatselijke sporthal : 0 euro, douches binnen, maar een boze concièrge. Vertokken.
5e poging : Privé-kamer huren : bazelende Spanjaard of alles volzet. Hopeloos.
Het liep tegen vijf uur en we hadden nog steeds niets gevonden in dit dorp, waaraan ik stilaan een gloeiende hekel begon te krijgen. Om eerlijk te zijn kookte ik gewoon vanbinnen. Waarom was er hier in godsnaam niets betaalbaar te vinden??
Uiteindelijk liepen we binnen in een ander 1-sterrenhotel, genaamd “El Pilar”. 65 euro was het hier voor een tweepersoonskamer. Ruim boven ons zelf opgelegd maximumbudget van 50 euro, maar uit pure miserie hebben we toch niet lang getwijfeld.

Het was weer een veelbetekenende middag geweest : zoals meestal had ik op een zekere manier wel uitgekeken naar het afdalen naar de beschaving, maar zoals altijd viel die confrontatie dan ferm tegen. Al was met een warm bad, een lekkere pizza, een glaasje wijn en een paar cake’s in de rugzak voor de komende dagen toch al snel een deel van de ellende vergeten.

Conclusie

De tocht kent haar zwaartepunten rond de Monte Perdido en het Posets-massief. De doorkruising van deze gebieden volgens de gelopen route vereist enige ervaring in het gebergte. Landschappelijk zijn deze gebieden echter niet te missen. Het Posets-massief is een nog redelijk onontdekt stukje paradijs. De beklimming van de Posets is niet al te zwaar en biedt een geweldig panorama over de Pyreneeën.
Vroeg in het seizoen (voor half juli pakweg) moeilijk zonder materiaal vanwege de hoge routes.

Technische moeilijkheden

De zwaarste passage van deze tocht is de Brèche de Tuquerouye, waar zowel aan de Franse als aan de Spaanse zijde een zeer steile (tot 45°) puinhelling moet worden overwonnen. Voor onervaren wandelaars kan deze passage te zwaar en/of indrukwekkend zijn. Ook de Collado de Eriste is een vrij zware col. In het Posets-massief zijn de paden soms redelijk weinig belopen en onduidelijk. Goeie kennis van kaart en kompas in aan te raden. De beklimming van de Pico Posets verloopt voor een groot deel over puin maar is technisch zeer eenvoudig.

Sneeuw is aan de Franse zijde van de Brèche de Tuquerouye te verwachten tot diep in het seizoen (tenminste half juli). Pickel en stijgijzers lijken mij dan aangewezen. Ook op de Collado de Eriste is sneeuw te verwachten tot in de loop van de maand juli. De beklimming van de Pico Posets wordt pas zeer diep in het seizoen helemaal sneeuwvrij. Een pickel is aangewezen in de maand juli, wanneer het Canal Fonda en de klim naar Collado de Llardaneta nog grotendeels dichtgesneeuwd zullen zijn.

Transport

Gavarnie is bereikbaar met bussen vanuit Luz-Saint-Sauveur, tweemaal daags. Luz is eveneens met de bus te bereikten vanuit Lourdes, dat TGV-aansluitingen naar Parijs heeft en een rechtstreekse nachttrein naar Brussel.
Vanuit Benasque : geen idee. Weet dit te melden via de comments

Beste periode

Half juli – september. Voor half juli is op de hoge cols nog sneeuw te verwachten.

Reacties

Transport:
Benasque:http://www.alosa.es/


U bent aan het woord

Naam:

Email:

Locatie:

Website:

Onthou mijn gegevens

Hou me op de hoogte van verdere reacties?

Lokatie

  • Beschrijving

    Dwars doorheen de massieven van Monte Perdido en Posets, Centrale Pyreneeën

  • Geschatte totale afstand
    87km, 6200m klimmen
  • Kaarten

    Mapa Excursionista/Cartes de Randonnées 1/50000, nr.23 Aneto-Posets

  • GPS coordinaten vertrekpunt
    42.752559 (lat), 0.008926 (lng)

Steekkaart

  • Deelnemers
    Nicolas en ikzelf
  • Reisdatum
    van 01 augustus tot 06 augustus 2007
  • Moeilijkheidsgraad
    Zwaar en af en toe wat technisch.
Wie bent u?
Aanmelden | Registreren

Copyright © 2008 Hiking-info.net | .
Niets mag gekopieerd worden zonder voorafgaande toestemming van de respectieve maker of auteur.
Alle rechten voorbehouden.