Hiking-info.net: Informatie over hiking, wandelen, buitensport,...

Verslagen  >  Sneeuwschoentocht door het Totes Gebirge

Sneeuwschoentocht door het Totes Gebirge

met veel gesukkel, koude maaltijden en trench foot

De beste sneeuwomstandigheden en de minste kans op gevaarlijke plaatlawines tref je in de Alpen aan tijdens de vroege lente. Met deze wijsheid trok ik eind maart naar het Totes Gebirge in de Oostelijke Alpen. Mijn ervaring met wintertrekkings was nog niet fameus na enkel dagtochten door de sneeuw in de Hoge Venen, Sauerland en Zwarte Woud, een meerdaagse door de Eifel en één solowintertrekking in de Vogezen. Het Totes Gebirge kent een klassieke winteroversteek die bijna enkel op tourski’s wordt afgelegd. Afhankelijk van de sneeuwcondities doe je er vijf dagen tot twee weken over. Ongeveer twee derde van deze doorsteek plande ik in in de tocht. De conditie was in orde, maar mijn materiaal niet.

Verslag van den dzjow, 03 januari 2010.

Vrijdag 30 maart: Gößl (720m) – Hintere Lahngangsee (1496m)

Lawinenlagebericht für die Steiermark vom 2007-03-30 07:30

Schlagzeile:
Tageszeitlicher Gang der Lawinengefahr !

Gefahrenbeurteilung:
Allgemein:2
Allgemein herrscht in der Steiermark mäßige Lawinengefahr. Die Hauptgefahrenstellen liegen im kammnahen Steilgelände sowie in eingewehten Rinnen und Mulden der Hochlagen. Ein tageszeitlicher Gang der Lawinengefahr stellt sich ein. Am Nachmittag können sich aus dem sonnseitigen Steilgelände einzelne Feuchtschneelawinen von selbst lösen und teilweise bis zum Grund abgehen.

Schneedeckenaufbau:
Der Schnee hat sich sonnseitig gesetzt, er ist hier auch bis auf rund 1800m angefeuchtet,
stellenweise auch durchfeuchtet, schattseitig liegt hingegen teilweise gesetzter pulvriger
Schnee. Eingeschneiter Graupel kommt phasenweise als mögliche Gleitschicht in Frage. Die
letzten Einwehungen erfolgten in die West- bis Nordwesthänge. Über Nacht hat sich in den
Ausstrahlungsgebieten ( vor allem im Norden ) wieder ein Harschdeckel bilden können, der oft tragfähig ist.

Wetter:
Während es im Bereich der nördlichen Kalkalpen oft sonnig ist, bringt die Nähe zu einem Tief über Mittelitalien dem Süden der Steiermark Wolken. Diese werden dichter und erstrecken sich bis zu den Niederen Tauern. Vor allem am Nachmittag kann es auch zu einigen Schneeschauern oberhalb 900 bis 1200 m kommen. Die Temperaturen in 2000m liegen anfangs bei -4, am Nachmittag bei -1 bis +1 Grad. Der Wind weht schwach bis mäßig aus östlichen bis südöstlichen Richtungen.
Morgen wird es vor allem im Südwesten feuchter, oberhalb 1200 – 1400 m kann es etwas
schneien. Der Nordosten ist bei wolkigem Wetter begünstigt.

Tendenz:
Vorerst wenig Änderung der Lawinengefahr.

(Bron: Zentralanstalt für Meteorologie und Geodynamik / Regionalstelle Graz (www.lawine-steiermark.at)

  • Afstand: 7.5km
  • Duur: 5h20
  • Klimmen: 820m
  • Dalen: 10m

GrundlseeGößl (720m) is het kleine dorpje achteraan de oevers van de Grundlsee (708m) gelegen. Een bakker en wat boerderijtjes, meer is het niet. Het is lente, de zon schijnt volop en het is zacht in het dal. Zwanen pronken hun witte veren op het water. Het verdorde gras kan beneden weer ademen nu de sneeuw is verdwenen. Maar daarboven ligt nog een andere wereld. Daar gaat het allemaal zo snel niet. Steile besneeuwde bergflanken begrenzen het plateau van het Totes Gebirge. Aan de overkant van het meer pronkt een witte Zinkenkogel (1854m), de noordoostpunt van het Dachsteinmassief.

Ik trek nog een stukje het dal door op mijn sportsloefjes. Een eindje verder in het nauwe dal ligt nog een ander meer verzonken in stilte, de Toplitz See (718m). Ik loop nog een eindje langs de steile meeroever voort voorbij de Fischerhütte. De laatste sneeuwrestjes smelten weg tussen de bomen. Prachtig is het hier. Je zou vergeten waarvoor je eigenlijk hier naartoe bent gekomen.

Terug in Gößl trek ik mijn trekkingschoenen aan en hijs de rugzak op mijn rug, sneeuwschoenen hangen aan de zijkant gegespt. Steil loop ik zigzaggend over een paadje tussen de bomen in noordelijke richting de berghelling op. Reeën vluchten weg. Zij zijn opgelucht dat de sneeuw zich eindelijk terug trekt naar hogere oorden.

Lang duurt het niet. Ik hoef nog niet tot 1000m hoogte te klimmen om al sneeuw onder de voeten te hebben. Het gaat snel. Op 1100m zijn de sneeuwschoenen al af de rugzak. Er ligt al meer dan een halve meter natte sneeuw tussen de bomen. Nog een eind verder krijg ik het moeilijk om de route meteen terug te vinden. De zon verdwijnt intussen. Wolken vanuit het zuiden overtrekken de hemel.

DrausengatterlEn dan kom ik aan het dilemmastuk aan, Drausengatterl (1380m). Nergens kan je zomaar het plateau van het Totes Gebirge op geraken zonder enige risico’s te nemen. Het pad overbrugt een verticale rotswand met kabels (op de AV-karte is dit stuk in stippellijnen aangegeven). Maar die liggen nu over een groot deel ondergesneeuwd. Ik moet over een kort stuk zeer steile sneeuw traverseren. Het loopt niet vlot maar ik slaag er wel in. Daarna is het nog niet gedaan. Op weg naar de Vordere Lanhngang See (1494m) blijft de helling over een afstand van 400m rond 30° steil onder de verticale wand van de Graswand. Ik probeer zo snel mogelijk voort te lopen, maar het is niet gemakkelijk om op brede sneeuwraketten een helling te traverseren. Het is constant met mijn enkels scheef gewrongen voort sukkelen. Verschillende lawinebanen liggen over de helling naar beneden uitgesmeerd. Allemaal natte sneeuwlawines. Telkens zo’n lawinebaan oversteken is laveren over harde brokken sneeuw.

Ik geraak de helling toch over zonder noemenswaardige problemen. De zon schijnt niet meer en de sneeuw is niet nat genoeg om voldoende cohesie te verliezen. Een eind verder kom ik bij de Vordere Lahngansee uit en bereik zo het Lahngangtal, een groot karstdal op het plateau van het Totes Gebirge. Ik ben boven, maar een plateau kan je het hier nog niet bepaald noemen. Bergmuren die tot 500m boven de dalbodem uit toornen, omgeven het dal. Het meer is uiteraard nog een witte sneeuwvlakte. Rond 2m sneeuw moet hier intussen liggen. Ik volg de steile helling langs de meeroever, maar heb er al snel genoeg van en ruil de helling in voor het vlakke meer. Maar dan zak ik een stukje verder de ondergrond in. Er blijkt zich onder de sneeuw net op de oever van het meer een diepe holte te bevinden in de sneeuw. Ik zit vast met één been en geraak er maar niet uit. De sneeuw is hard en verijst. Ik moet uiteindelijk mijn sneeuwschoen uit doen, mijn been eruit halen en dan mijn sneeuwschoen in de holte weer opvissen. Ik heb al meteen genoeg van dit meer en ga resoluut de helling weer op.

Eerste Bivak
Achter het meer loop ik nog een tijdje voort. De sneeuw wordt zachter en ik zak stilaan dieper weg. Tussen de Vordere en Hintere Lahngang See in stel ik mijn Akto recht op de helling. Ik heb zelf houten sneeuwpiketten gemaakt. Geen enkel probleem om ze daarmee stevig te verankeren. Wanneer ik de Akto in trek begint het licht te sneeuwen en is het al donker. De avond verloopt niet zoals ik het wens. Ik heb een ionstoofje bij dat brandt op ethanol. Daarnaast heb ik een eigen kookpot gemaakt. Het is niet meer dan een blik hondenvoer waaraan ik een handvatje heb geschroefd. Waartoe de drang om gewicht te beperken een mens niet heen kan drijven. Maar ik ondervind al snel grote problemen. De ethanol wil niet doorbranden in deze koude. Wat ik ook doe, isoleren van de sneeuw, warm wrijven,… Het haalt maar voor een half minuutje iets uit. Daarna krimpt de vlam weer ineen tot een blauw waakvlammetje. Meer dan een uur probeer ik water aan de kook te brengen om mijn gevriesdroogde maaltijd klaar te maken, maar ik zie meteen dat het nooit zal lukken. Uiteindelijk heb ik water van, wat zou het zijn, 50°? Dan doen we het daar maar mee. Dood zal ik er niet van gaan, maar plezant is het toch niet. -4° is het wanneer ik veel te laat kan gaan slapen.

Zaterdag 31 maart: Hintere Lahngangsee (1496m) – Feuertal (1820m)

Lawinenlagebericht für die Steiermark vom 2007-03-31 07:30

Schlagzeile:
Mäßige Lawinengefahr!

Gefahrenbeurteilung:
Allgemein:2
In der Steiermark herrscht mäßige Lawinengefahr. Die Hauptgefahrenstellen liegen in im
kammnahen Gelände sowie in sehr steilen Rinnen und Mulden der Exposition Nord. Hier können noch bei großer Zusatzbelastung Schneebretter ausgelöst werden.

Schneedeckenaufbau:
Die Schneedecke hat sich in den letzten Tagen sehr gut setzen können. Nur in den Hochlagen der Schattseiten liegt Triebschnee auf kantigen Formen auf, welcher ausgelöst werden kann. Derzeit sind im Gelände alle Schneearten anzutreffen: vom Pulver über nassen Schnee bis zum Bruchharsch. Untypischerweise ist die Schneelage in den West- und Nordhängen durch die Schneeverfrachtung der letzten Woche gut. Die Schneefallgrenze in der Nacht pendelte zwischen 1000 – 1300 m. Darunter wurde der Schnee durch den Regen nass. In den nördlichen Gebirgsgruppen konnte die Schneedecke erst ab 1300 m über Nacht an Festigkeit zulegen.

Wetter:
In Tief über dem Balkan schaufelt feuchte Luftmassen Richtung Steiermark. Großteils schneit es, in den nördlichen Gebirgsgruppen kann sich auch kurzzeitig die Sonne zeigen. Der Niederschlagsschwerpunkt liegt zwischen Gurk- und Seetaler Alpen und der Koralpe. Die Temperaturen in 2000 m liegen zwischen –3°C und 0°C. Der Wind weht lebhaft aus südlichen Richtungen. Morgen stauen sich in den südlichen Gebirgen noch Wolken, Sonnenschein gibt es vom Dachstein bis zur Rax.

Tendenz:
Im Norden Tagesgang der Lawinengefahr.

(Bron: Zentralanstalt für Meteorologie und Geodynamik / Regionalstelle Graz (www.lawine-steiermark.at)

  • Afstand: 8.0km
  • Duur: 6h15
  • Klimmen: 280m
  • Dalen: 50m

Rotgschirr‘s Ochtends sneeuwt het eerst nog en ik kom niet snel uit de veren. Later in de ochtend wordt het droog maar het blijft zwaar bewolkt. Het heeft niet zoveel gesneeuwd deze nacht. Ik ontbijt en pak in. Tussen de naaldbomen door trek ik langs de Hintere Lahngang See (1495m) al klimmend naar de Almen van de Elmgruben (1621m). Hier kan ik een tourskispoor opvissen. Het loopt makkelijker en sneller in het spoor want nu zak ik minder diep weg in de sneeuw. De sneeuwlaag wordt geleidelijk minder nat als ik hoger kom maar sneeuw blijft wel bij elke stap aan mijn sneeuwschoenen plakken en maken ze soms tot bijna een kilo zwaarder.

Ik loop in noordoostelijke richting verder. Het karstdal wordt geleidelijk meer open en van op een drempel zie ik plots over de dichtgesneeuwde Elmsee (1620m) met de Pühringerhütte (1638m) aan de overkant. Ik daal kort af naar de meeroever en loop langs de zuidkant naar de hut. De Pührningerhütte is een grote hut maar ze is op slot. Naast de hut staat een kleiner houten gebouw. Hier kan ik wel binnen. Het is de winterraum. In het donker kan ik stapelbedden en dekens ontwaren. Ik sluit de deur weer. Vermits ik hier niet zal slapen interesseert de winteraum me nu niet. Ik eet mijn middagmaal op en kom op het idee om in het portier proberen waren aan de kook te brengen. Die kan ik dan in mijn thermos verder meenemen en zo heb ik nog warm water voor het avondeten deze avond. Als mijn ionstoofje deze avond met de koude weer niet wil branden heb ik tenminste wel warm water bij me.

Maar eerst water zoeken. Als het eenmaal kan wil ik geen sneeuw smelten. De zon komt af en toe tevoorschijn en het begint wat te dooien. Uit de afvoerbuis van de dakgoot van de hut druppelt smeltwater afkomstig van het dak. Ik zet er mijn pot onder en na een twintigtal minuten is mijn voorraad groot genoeg. Met de deur dicht in het portier van de winterraum beschut tegen elk zuchtje wind lukt het nu wel om op mijn alcoholbrandertje water aan de kook te brengen. Het gaat meteen de thermos in.

Elm & SalzofenTijdens de namiddag trek ik verder oostwaarts om onder de westflank van Rotgschirr (2270m) zuidwaarts af te buigen. Hier begint een gemarkeerde sectie van de winterroute over het plateau van het Totes Gebirge. Ik klim hogerop en het duurt niet lang of ik vind de eerste paal die uit de sneeuw steekt. Intussen is het weer zwaar bewolkt geworden. De zon laat zich niet meer zien maar het blijft wel droog. Naarmate ik hoger kom wordt de sneeuw weer helemaal droog. Meer en meer krijg ik stukken gekartonneerde sneeuw onder de sneeuwschoenen aangeboden. Het is lastig lopen want ik breek de laag telkens stuk en zak dan redelijk in de sneeuw weg. Ik begin er van te zweten.

Het plateau is hier wel erg mooi. Op het Hetzkogelsattel (1845m) loopt de gemarkeerde winterroute verder in zuidoostelijke richting. Op de kaart staat hier een splitsing aangegeven met een tweede winterroute die via het oosten afbuigt naar het noordoosten en zo door het Feuertal helemaal naar de noordoosthoek van het plateau te lopen alwaar zich de hoogste toppen van het Totes Gebirge bevinden. Deze route neem ik maar ik vind geen markeringen meer. Erg is het niet want geleidelijk loop ik een dal in waar er maar één mogelijke richting is om verder te lopen. Er verschijnen weer veel dolines en het is constant op en af verder ploeteren door de lossere sneeuwlaag.

In zo een doline houd ik er uiteindelijk mee op en stel de Akto recht onder het aanschijn van de top van Feuertalberg (2376m). Gelukkig heb ik snel een warme maaltijd. Het water in mijn thermos is nog brandend heet. Het is donker wanneer ik ga slapen. Toch had ik gehoopt vandaag al verder te kunnen opschieten. Het is zwaar lopen op het plateau en moeilijk om een grote dagafstand af te kunnen leggen.

Zondag 1 april: Feuertal (1820m) – Weißenbachtal.(790m)

Lawinenlagebericht für die Steiermark vom 2007-04-01 07:30

Schlagzeile:
In extrem steilen Hängen oberhalb 1800 m noch Schneebrettgefahr!

Gefahrenbeurteilung:
Allgemein:2
In der Steiermark herrscht am Vormittag geringe und ab Mittag mäßige Lawinengefahr. Die Hauptgefahrenstellen liegen in im kammnahen Gelände sowie in sehr steilen Rinnen und Mulden der Exposition Nord. Hier können noch bei großer Zusatzbelastung Schneebretter ausgelöst werden. Dort wo sich die Sonne zeigt, sind noch Nassschneerutsche möglich.

Schneedeckenaufbau:
Einige cm Neuschnee sind von den Gurktaler Alpen bis zu den südlichen Wölzer Tauern
dazugekommen. Die Verbindung der Neuschneeschicht mit der Altschneedecke ist nur mäßig. Die Schneedecke hat sich in den letzten Tagen sehr gut setzen können. Oberflächlich ist diese meist sehr hart. Nur in den Hochlagen der Schattseiten liegen noch ältere Triebschneepakete auf kantigen Formen auf, welche ausgelöst werden kann. Derzeit sind im Gelände alle Schneearten anzutreffen: vom Pulver über nassen Schnee bis zum Bruchharsch. Untypischerweise ist die Schneelage in den West- und Nordhängen durch die Schneeverfrachtung der letzten Woche gut. In den mittleren Lagen konnte die Schneedecke keinen Harschdeckel ausbilden.

Wetter:
Mit einer Südostströmung werden weiter Wolken in die Steiermark geführt. Großteils ist der Himmel von Wolken bedeckt und es können immer wieder einige Schneeflocken vom Himmel fallen. Der Niederschlagsschwerpunkt liegt im Bereich der Koralpe. In den Nordalpen kann sich am Nachmittag auch kurz die Sonne zeigen. Die Temperaturen in 2000 m liegen bei 0 Grad. Der Wind frisch auf und weht lebhaft aus südlichen Richtungen. Morgen scheint nördlich der Tauern die Sonne, aber auch im Süden kommt teilweise die Sonne hervor.

Tendenz:
Keine wesentliche Änderung der Lawinengefahr.

(Bron: Zentralanstalt für Meteorologie und Geodynamik / Regionalstelle Graz (www.lawine-steiermark.at)

  • Afstand: 16.5km
  • Duur: 8h00
  • Klimmen: 460m
  • Dalen: 1490m

Bivak Feuertal‘s Ochtends ben ik weer niet zo vroeg uit de veren. Het is koud maar de zon komt er toch geleidelijk door wanneer ik ontbijt en de tent afbreek. Ik trek verder in noordoostelijke richting door het Feuertal. Het landschap is verbluffend mooi en in het sneeuwdek heeft de wind rare vormen geblazen. Constant op en af loop ik verder tot ik aan een uitgestrekte en diepe doline kom die op de AV-karte de naam Ochsenmaiden draagt. Redelijk steil daal ik naar de bodem af om de langgerekte doline een stuk verder weer uit te klimmen, een klim die krachten kost. Achter de doline houd ik even een pauze en bekijk op de kaart het verdere verloop van de route. Het Schneetal loopt snel dood op de flanken van Temlberg (2327m). Hier moet ik in noordoostelijke richting verder klimmen naar een hoog zadel, het Temlbergsattel (2055m), gekneld tussen Schermberg (2396m) en Temlberg (2327m).

Op het zadel krijg ik een indrukwekkend zicht in alle richtingen. De blik naar het oosten is erg wild. Ik lijk langs geen kanten meer op een plateau te zitten. Pieken als Brotfall (2380m), Großer Priel (2515m) en Spitzmauer (2442m) rijzen omhoog tot tegen en, in het geval van Großer Priel, zelfs in de wolken. Tussen Spitzmauer en Brotfall gaapt een diep en smal kloofdal, de Klinserschlucht waardoorheen ik het plateau zal proberen te verlaten richting het Priel Schutzhaus.

Ik daal af in de Klinserschlucht wat telkens steiler en steiler wordt. Beneden is het voorzichtig verder lopen door een netwerk van dolines. Diep in het kloofdal ontmoet ik een groep gemzen. Ze staan vlak boven me op grote rotsblokken en blazen eens naar me. Eigenaardig genoeg zijn ze niet zo bang en vluchten niet van me weg.

RotgschirrWanneer ik aan het eindpunt van de Klinserschlucht kom gaapt een lange helling voor me naar beneden waarop ik links het Priel Schutzhaus (1422m) zie liggen. Langs deze berghut loopt de afdaling het plateau af naar het dal waar wat verder op het oord Hinterstoder (591m) ligt. Rechts gapen de steile bergwanden van de Warscheneck Gruppe. Het ziet er niet gemakkelijk uit om hier af te dalen. Aanvankelijk lukt het goed. De sneeuw is wel nat geworden hier en wat lager liggen grote sneeuwrollers op de helling. Maar naarmate ik lager schuin probeer af te dalen wordt het moeilijker en moeilijker. De sneeuw is te nat en heeft niet genoeg cohesie meer zodat ik door de steilte begin te schuiven. Het wordt me duidelijk dat ik niet tot bij de hut zal kunnen geraken. In plaats daarvan beslis ik om recht naar beneden af te dalen. Meermaals kom ik ten val en glij een stukje verder naar beneden. Aan de hut is er volk zie ik, wellicht allemaal tourskiërs. Ze zullen wel denken, wat is die daar aan het sukkelen.

Er verschijnen meer en meer struiken die met hun bovenste takken uit het sneeuwdek steken. Beneden kom ik in een kom terecht op een open plek tussen de naaldbomen. Wat verderop vind ik het zomerpad terug en daal erover verder af in ontelbare zigzags. De sneeuw verdwijnt geleidelijk naarmate ik lager kom. Op een gegeven ogenblik kruis ik twee Oostenrijkse tourskiërs. Ze lopen op hun skibotten over het pad omhoog, hun ski’s nog op de rugzak gebonden. Ze spreken me aan met een grap. Eerst versta ik het niet maar dan begrijp ik dat één van hen wil suggereren dat ik ga parapente zweven. Mijn regenhoes hangt over de rugzak tegen de smeltdruppels uit de bomen en daarbij lijk ik eerder een ingepakte parachute mee te zeulen dan een rugzak. Ik kan toch allesbehalve lachen met zijn grap en daal snel verder af. Het duurt lang vooraleer ik beneden ben. Een afdaling van meer dan 1000 hoogtemeters heb je nu eenmaal niet in één twee drie afgelegd.

KlinserschluchtBeneden in het dal krijg ik wel mooie zichten op de bergen hogerop maar verder is er niet veel te zien. Ik moet een stukje het dal door om naar de noord gerichte hellingen van de Warscheneck Gruppe te klimmen. Daar moet ik heel deze berggroep langs de noordkant af lopen om op de oostrand van deze lange bergkam het smalle plateau langs de zuidkant van de bergen te kunnen vinden. In de winter kan je de Warscheneck Gruppe nu eenmaal niet doorsteken. Daar zal ik nog wel twee dagen mee zoet zijn.

SneeuwrollerWat verder klim ik het Weißenbachtal in over een brede bosweg. Wat hogerop kom ik bij een almweide uit waarop ik besluit te bivakkeren. Ik zit nog steeds onder de sneeuwgrens, plots een heel andere wereld. Het woud zit hier vol reeën. Regelmatig hoor ik ze blaffen en later wanneer het donker is hoor ik ze op de almweide rondlopen.

Het is donker wanneer ik het avondmaal bereid. Gelukkig is het hier beneden niet koud genoeg om mijn ionstoofje niet te laten werken. Ik heb kokend water. Als ik mijn buik gevuld heb ga ik meteen slapen. Morgen wordt een niet zo interessante dag. De doorsteek langsheen de noordkant van de Warscheneck Gruppe loopt niet zo hoog en ik besef dat ik zal flirten met de sneeuwgrens. Dat wordt vaak ploeteren met papsneeuw of misschien ook opnieuw aangevroren smeltwater. Ik val snel in slaap na deze zware dag.

Maandag 2 april: Weißenbachtal.(790m) – Tommerl Alm (1300m)

Lawinenlagebericht für die Steiermark vom 2007-04-02 07:30

Schlagzeile:
Tagesgang der Lawinengefahr!

Gefahrenbeurteilung:
Allgemein:2
In der Steiermark herrscht am Vormittag geringe und ab Mittag mäßige Lawinengefahr. Die Hauptgefahrenstellen liegen in im kammnahen Gelände sowie in sehr steilen Rinnen und Mulden der Exposition Nord oberhalb von 2100 m. Hier können noch bei großer Zusatzbelastung Schneebretter ausgelöst werden. Dort wo sich die Sonne zeigt, sind noch Nassschneerutsche möglich.

Schneedeckenaufbau:
Einige cm Neuschnee sind von den Gurktaler Alpen bis zu den Seeckauer Tauern
dazugekommen. Der Neuschnee ist recht feucht gefallen. Oberflächlich ist die Schneedecke je nach Höhe nass bis hart. Nur in den Hochlagen der Schattseiten liegen noch ältere Triebschneepakete auf kantigen Formen auf, welche ausgelöst werden kann. Untypischerweise ist die Schneelage in den West- und Nordhängen durch die Schneeverfrachtung der letzten Woche gut. In den mittleren Lagen konnte die Schneedecke keinen Harschdeckel ausbilden.

Wetter:
Das Wetter ist heute in der Steiermark zweigeteilt. In den südlichen Gebirgsgruppen stauen sich noch Wolken und es kann leicht schneien. Die Schneefallgrenze liegt bei 1400 m. Vom Dachstein bis zur Rax zeigt sich die Sonne. Es wird föhnig und mild. Die Temperaturen in 2000m steigen auf +1 Grad an. Der Wind weht leicht bis mäßig aus südlichen Richtungen. Morgen mittags dreht der Wind auf Nord und die ersten Wolken einer Kaltfront ziehen auf. Die Schneefallgrenze sinkt während der Nacht von Dienstag auf Mittwoch unter 1000 m.

Tendenz:
Am Mittwoch kann die Lawinengefahr wieder ansteigen.

(Bron: Zentralanstalt für Meteorologie und Geodynamik / Regionalstelle Graz (www.lawine-steiermark.at)

  • Afstand: 20.0km
  • Duur: 10h20
  • Klimmen: 1510m
  • Dalen: 1000m

Großer Priel‘s Ochtends is het vrij mooi weer en de opkomende zon kleurt de steile oostrand van het plateau rood evenals de Großer Priel. Ik breek de tent op en vertrek weer op weg. Het pad wordt gemarkeerd met bordjes die een dagwandeling aangeven. Of dit ook echt vaak belopen wordt heb ik al mijn twijfels bij want de bordjes zien er erg versleten uit en op enkelen is de verf er volledig af verweerd. Al snel kom ik weer op de sneeuw terecht maar er blijft lang slechts een tiental centimeter liggen. Afwisselend door weiden en stukjes bos wandel ik verder naar het dalhoofd.

Ik kom bij een afgelegen boerderij uit achteraan in het dal, de Obere Puchebnerreit (854m). De boer is buiten en spreekt me aan maar ik versta geen snars van zijn taaltje. Hij is duidelijk in een dialect aan het praten. Uit zijn klank, gelaatsuitdrukkingen en de enkele woorden die ik wel begrijp maak ik op dat hij zich afvraagt wat ik hier doe en waar ik naartoe ga. Als ik teken doe dat ik hogerop het dal ga uit klimmen maakt hij me duidelijk dat dit niet zal lukken. Er ligt veel te veel sneeuw volgens hem. Met zijn hand maakt hij een gebaar vanaf de grond dat er zeker meer dan een meter sneeuw ligt ginder boven. Ik moet ermee lachen en doe teken dat ik daar wel tegen opgewassen ben. Hij lijkt het niet te snappen. Die dingen die opzij op mijn rugzak hangen heeft hij wellicht nog nooit gezien. Wanneer ik verder loop en nog eens een paar maal achterom kijk zie ik hem me stokstijf blijven na gapen met een blik van ongeloof. Voor mij nogmaals een bewijs dat de noordkant van de Warscheneck Gruppe niet veel wandelaars op bezoek krijgt en al zeker niet tijdens de winter.

Niet zo veel hoger boven de boerderij begint het pad steil omhoog te klimmen. De boer heeft het helemaal kapot gereden met zijn trAktor om nog bij enkele stapels opeengestapelde boomstammen te kunnen komen. Daar voorbij wordt het weer een echt smal wandelpad dat langs de bergflank het bos in stijgt de dalbodem uit. Ik houd hier halt om mijn ontbijt te verorberen in de eerste zonnestralen. Deze ochtend heb ik meteen ingepakt en nog gewacht om te ontbijten. Het was erg koud op de bivakplek beneden in het dal en ik had erg veel onaangenaam aangevroren condens in de tent.

Na de pauze klim ik verder. Het wordt al snel moeilijker op het steile smalle pad want de sneeuwlaag wordt steeds dikker. Wat hoger trek ik mijn sneeuwschoenen weer aan. Na lange zigzags kom ik rond 1500m hoogte aan de bovenrand van de dalhelling aan. Hierachter opent het bos zich en verschijnt een grote vlakte, de Kühboden. Er ligt hier weer veel sneeuw en het zicht op de steile oostrand van het plateau van het Totes Gebirge verschijnt weer boven de naaldbomen, een prachtig zicht. Ik steek de vlakte door en kom na een tijdje zo weer in het bos terecht. Niet veel verder liggen de skipistes van het skigebied van Hinterstoder.

Untere RottalIk steek enkele pistes voorzichtig over en dwars enkele sleepliften. De skiërs kijken verbijsterd toe als ze mij op sneeuwschoenen met zware trekkersrugzak voor hun voeten voorbij zien glippen. Bij de grote piste daal ik langs de rand af naar de Huttererböden (1399m), een verzameling van hutjes die nu tot après-ski kiosken zijn omgetoverd. Ik bestel er een cola en bekijk er voor kort de skidrukte eens. Niks voor mij. Snel ben ik weer weg.

Een eindje verderop draait het pad een hangend dal in langs de noordkant van de Warscheneck Gruppe en is het weer meteen stil. Hier komt niemand meer. Het pad is lastig. Er ligt niet veel sneeuw meer, afwisselend tussen 10 en 40cm. Op plekken waar de zon schijnt is de sneeuw erg nat, waar het pad in de schaduw ligt zijn er stroken met ijs. Zonder sneeuwschoenen aan loopt het meestal vlotter maar af en toe ligt er toch te veel sneeuw om zonder sneeuwschoenen gemakkelijk verder te kunnen. Een aantal keer gooi ik de rugzak af om te wisselen. Achteraan in het dal dien ik een lawinebaan door te ploeteren. Een lawine is hier naar beneden gekomen en heeft ook heel wat bomen plat gelegd.

Een eind verder wanneer het hangend dal weer langzaam afdalende wordt uit gelopen steek ik mijn sneeuwschoenen weer op de rugzak. Een mooi zicht op de hoogste toppen van het Totes Gebirge volgt in het westen. Dit wordt meteen het laatste vergezicht voor vandaag. Wat verder duikt het pad het woud in en loop ik over een lange afstand over bredere boswegen verder waarbij ik vaak de kaart dien boven te halen bij een splitsing van wegen. Geleidelijk kom ik weer onder 1000m uit tot dicht bij de dalbodem. Beneden loopt het weer door almweiden en langsheen enkele boerderijen verder. Op het weiland is de sneeuw al helemaal weggesmolten maar wanneer ik in het bos terecht kom waar de zon niet tot bij de bodem kan komen ligt er weer meteen een natte sneeuwlaag.

Het klimt weer lastig verder door de sneeuw naar een col in het woud. Ik laat de sneeuwschoenen op de rugzak. De col (870m) overgestoken daalt het smalle paadje weer af naar een dalbodem. Hier beneden stroomt een beekje en vul ik mijn watervoorraad weer bij met wel 4l water. Het is nodig want straks kom ik op het plateau van de Warscheneck Gruppe terecht en als ik daar op water wil rekenen zal ik er moeten smelten en met mijn ionstoofje is dat een risico om daarop te rekenen.

Een lange klim volgt nu door het woud naar de Dümlerhütte (1495m) die op de oostkant van de Warscheneck Gruppe gelegen is. De route langs deze hut zal me eindelijk op de oostrand van het plateau van de Warscheneck Gruppe brengen alwaar de fameuse doorsteek van het gehele Totes Gebirge aanvangt. Het wordt alsmaar lastiger omhoog klimmen door de sneeuw en ik begin uitgeput te geraken. Ik probeer zo lang mogelijk zonder sneeuwschoenen door te lopen tot ik tot dieper dan de knieën in de natte sneeuw zit. Nabij de Tommerlalm (1230m) gaat het echt niet meer verder en moet ik de sneeuwschoenen aantrekken. En dat loopt ook echt niet gemakkelijk verder. De sneeuw blijft met kilo’s aan mijn TSL’s plakken en ik blijf diep weg zakken. Ik loop me pleures.

Toch blijf ik doorzetten. Graag zou ik de Dümlerhütte willen bereiken. Toch komt het er niet van. Bijna honderd hoogtemeters boven de Tommerlalm houd ik ermee op en stel mijn Akto recht in het bos vlak naast het pad. Eten en weer meteen slapen. Ook deze keer gelukkig toch geen problemen om mijn ionstoofje te laten branden.

Die Höchsten Gipfels Totes Gebirge

Dinsdag 3 april: Tommerl Alm (1300m) – Lücker Hütte (1840m)

Lawinenlagebericht für die Steiermark vom 2007-04-03 07:30

Schlagzeile:
Anstieg der Lawinengefahr!

Gefahrenbeurteilung:
Allgemein:2
In der Steiermark herrscht am Vormittag geringe Lawinengefahr. Mit den Neuschneezuwächsen steigt im Norden der Steiermark die Lawinengefahr auf mäßig an. In den südlichen Gebirgsgruppen scheint die Sonne länger und lässt die Gefahr von Nassschneerutschen ansteigen. Die Hauptgefahrenstellen liegen im kammnahen Gelände sowie in sehr steilen Rinnen und Mulden der Exposition Nord oberhalb von 2100 m. Hier können noch bei großer Zusatzbelastung Schneebretter ausgelöst werden.

Schneedeckenaufbau:
Ausstrahlungsbedingt konnte die Schneedeckenoberfläche in der Nacht an Festigkeit zunehmen. Wärme und Sonne lassen den Schnee bis in die mittleren Lagen wieder feucht werden. Oberflächlich ist die Schneedecke je nach Höhe nass bis hart. In den Hochlagen wird der Neuschnee auf einer harten Schicht abgelagert. Die Verbindung untereinander bleibt daher gering. In den Hochlagen der Schattseiten liegen noch ältere Triebschneepakete auf kantigen Formen auf, welche ausgelöst werden können.

Wetter:
Von Nordwesten nähert sich eine Kaltfront. Am Vormittag zeigt sich in der Steiermark die
Sonne. Bereits am späten Vormittag treffen im Norden die Wolken ein und es beginnt zu
schneien. Die Schneefallgrenze sinkt bis zum Abend auf 1000 m ab. Die Temperaturen gehen in allen Höhenlagen etwas zurück und liegen in 2000 m am Abend bei –3 Grad. Der Wind weht mäßig bis lebhaft aus Nordwest. Am Mittwoch wird es noch etwas kälter und im Nordstau schneit es noch weiter.

Tendenz:
Ein weiterer Anstieg der Lawinengefahr wird erwartet.

(Bron: Zentralanstalt für Meteorologie und Geodynamik / Regionalstelle Graz (www.lawine-steiermark.at)

  • Afstand: 11.5km
  • Duur: 6h00
  • Klimmen: 780m
  • Dalen: 240m

Dümler HütteIk word gewekt door sneeuwval op de tent en heb niet veel zin om direct op te staan. Nadat ik nog wat doorslaap tijdens de ochtend kruip ik er pas tegen tien uur uit. Het sneeuwt nu niet meer. Wanneer ik gegeten heb en ingepakt is het al bijna middag. Net op dat moment wordt de hemel erg donker in het noorden en hoor ik het in de verte onweren. Enkele zonnestralen weten nog wel het dal te bereiken.

Door natte sneeuw klim ik verder tussen de naaldbomen met regelmatig naderende donderslagen tot de Dümlerhütte verschijnt. Ik heb er ocharme maar 500m vandaan gebivakkeerd. Dat had gisteren nu toch nog wel gekund. Toch blijkt dat het niet veel uitmaakt. De hut is op slot en ook in de winterraum geraak ik niet binnen. Blijkbaar is voor deze hut een sleutel vereist.

Aan de hut krijg je een goed uitzicht in noordelijke richting, maar het Sengengebirge verdwijnt er nu helemaal in de donkere wolken. Het onweer komt steeds dichterbij en ik zie enkele bliksemschichten die het dal in schieten. Een dicht gordijn van sneeuw en hagel dat onder de onweerswolk naar beneden valt raast de berghelling op over het woud. Nog geen minuut later begint het hard te waaien en dikke vlokken te sneeuwen maar wel niet erg fel. Het zwaartepunt trekt oostelijker voorbij.

Ik bekijk de kaart even en twijfel even of ik niet zal schuilen maar beslis om meteen door te zetten. Van aan de hut loop ik het dal van de Zickalm in, een kort dal met weinig bomen. Achteraan in dit dalletje dien ik naar een zadel te klimmen. Er ligt nu meer dan een meter sneeuw en van een zomerroute valt niets meer terug te vinden buiten af en toe een plak verf op een boom. Slechts een vijf minuten sneeuwt het matig en dan houdt het op. Het onweer neemt afscheid in oostelijke richting en niet veel later verschijnt er terug zonneschijn over het Sensengebirge achter mijn rug. Wanneer ik naar het zadel klim wordt het plots weer terug erg donker en in een mum van tijd begint het weer te sneeuwen, sneeuw die al snel erg fel wordt, zo fel dat ik maar vijftig meter ver kan zien. Ik stop snel om regenjas weer aan te trekken. Op het zadel (1595m) moet ik stoppen. Zo hard het nu sneeuwt heb ik van mijn leven nog niet meegemaakt. Bovendien waait het redelijk hard op het zadel. Het slechte zicht verhindert me om het terrein te kunnen overzien aan de andere kant van het zadel. Ik wacht en wacht en probeer beschutting te vinden achter een kleine spar. Hopelijk begint het nu ook weer niet te onweren want hier op het zadel zit ik niet goed. Wanneer het wat later minder hevig sneeuwt haal ik de kaart boven om het vervolg achter het zadel te kunnen bestuderen. Dat ziet er alvast redelijk steil uit.

Ik daal af terwijl het minder hard begint te sneeuwen en het zicht betert. Lager wordt het redelijk steil maar net niet steil genoeg om te beginnen schuiven op de sneeuwschoenen. Beneden kom ik bij een forstweg uit waarop een langlaufloipe is gespoord die nu weer dicht gesneeuwd is. Intussen wordt het weer droog en niet veel later verschijnt er een brede blauwe hemel met het mooie aambeeld van de cumulonimbus die naar het oosten weg snelt. Het heeft nog geen half uur gesneeuwd en toch ligt er naar schatting ongeveer 5cm bij. Ik volg de weg in zuidelijke richting. Niet veel later kom ik op de Filzmoosalm uit (1373m). Dit is vrijwel de meest oostelijke punt van het plateau van de Warscheneck Gruppe. Ik volg de loipe verder op de grote almweide. Verderop ligt de Wurzeralm (1407m) waar de ondergrondse seilbahn vanuit het dal aankomt. De Wurzeralm is een skigebied. De meeste skiërs dalen hier weer over de pistes af naar het dal maar er is nog een lift die de skiërs nog verder de alm op brengt naar een piste die hoog tegen de zuidhelling van de Warscheneck Gruppe oploopt.

Teigl BachIk loop over de loipe verder op enige afstand van de skiërs en heb er al bij al geen last van want het zijn de bergen van de Warscheneck Gruppe die nu al mijn aandacht op eisen met de Warscheneck (2388m) zelf die zijn zuidkant frontaal voor me ten toon spreidt. Het aanbeeld van deze bergen doet me denken aan het Cotiella massief in de Pyreneeën. Horizontale kalksteenbanken worden afgewisseld met sneeuw. Het lijkt helemaal hetzelfde.

Een beek kronkelt zich een weg over de alm. Verderop verlaat ik de loipe en trek naar de rivier. De oever ligt bedekt met 2 meter sneeuw zodat ik niet zomaar bij het water kan komen. Het water stroomt er diep beneden tussen in de kloof. Elke gelegenheid om aan water te komen zonder sneeuw te hoeven smelten moet ik grijpen. Ik volg de rivier over lange afstand tot ik eindelijk een kleine spar tegen kom die over het water hangt in de kloof. Zijn stam loopt onderaan eerst horizontaal van de oever weg over het water om dan recht naar boven te lopen. Het lukt me om een trap uit te stampen in de sneeuw en zo op de stam te gaan staan en water te verzamelen.

Weer op de loipe stoot ik niet veel verder op de skipiste terwijl het zwaar bewolkt wordt. Er komen geen skiërs meer naar beneden. Men heeft net een half uur geleden de lift stil gelegd. Over de piste klim ik steil naar boven. Hogerop in een bocht kom ik dan bij het beginpunt van gemarkeerde winterroute over het plateau van de Warscheneck Gruppe. Een rood-wit-rood geschilderd latje tegen een boom wijst me de weg. Eronder hangt een bord met de tekst “Achtung! Hochalpiner Steig. Begehung nür bei gutem Wetter mit entsprechender Ausrüstung und Übung oder unter Führung. Für Unfalle wird nicht gehaffet!” Vooral de aanwezigheid van de skipiste zal dit bord hier verklaren. Skiërs die de markering opmerken zullen wel uit nieuwsgierigheid de route gaan volgen. En effectief, als ik de winterroute aanvang lopen er overal skisporen rondom me. Na een tweehonderd meter houdt het op. De skiërs zijn terug gekeerd.

Achtung!Door naaldwoud loopt het verder op en af. Ik merk dat de ondergrond een sterk karstreliëf moet vertonen. Een eind verder kom ik dan een karstgat tegen. Ik ga eens dichtbij kijken. Het gat lijkt zo’n vijf meter diep en loopt dieper misschien nog verder door doorheen een erg nauwe spleet. De sneeuw rondom het gat ligt zo’n drie meter dik. Wanneer ik verder trek begint het weer hevig te sneeuwen. Ik trek verder op en af, klimmend en weer een helling afdalend. De winterroute is niet goed gemarkeerd en uiteindelijk kom ik geen markeringen meer tegen. Wat nu? Hier tussen de bomen is het onmogelijk om je te oriënteren. Ik haal de kaart en kompas erbij en probeer in juiste richting door het karstreliëf mijn weg verder te zetten. De Lücker Hütte is mijn doel voor vandaag. Ik hoop dat ik ze zal kunnen vinden. Na een tijdje stopt het weer met sneeuwen en klaart het voorzichtig op.

Op de kaart blijkt dat de hut zich op een flauw breed zadel bevindt op het plateau, het Angersattel (1830m). Ik loop zover door tot ik plots uitzicht krijg over de Leckenböden, een grote depressie op het plateau terwijl ik aan de horizon de zon zie onder gaan. Voor even verkleurt het de zuidkant van de bergen van de Warscheneck Gruppe en ik blijf er een tijdje stil voor staan. Ik zit op het zadel.

Levensgevaarlijk karstgatNu is het nog een kwestie van de hut te zoeken. Een tijdje loop ik rond tot ik op de hut stuit. De hut zit half ingesneeuwd. Enkel het dak steekt boven de sneeuw uit. Langs de westkant waar de deur zich ook bevindt ligt een hele windkuil. Boven de deur hangt een schop. Ik heb ze nodig want de deur is nog half ingesneeuwd. Goed vijf minuten lang graaf ik en graaf ik tot de deur open gaat.

Met mijn hoofdlamp op stommel ik naar binnen en sluit direct weer de deur. Ik zit in een eerste ruimte die de slaapruimte blijkt te zijn. Er volgt een tweede deur. Hierbinnen kom ik in een kleine ruimte met nog een bed, een tafel tegen de muur en een kachel. De verbinding met de schouw is spijtig genoeg stuk. Op het tafeltje vind ik enkele kaarsjes die ik meteen aan steek. Eindelijk wordt de ruimte redelijk verlicht want met mijn Petzl had ik enkel licht over een klein gebied voor me uit.

De Lücker Hütte is maar een noodhutje waar niet veel plaats is om te zitten, maar toch kan er redelijk wat volk slapen. Ik kook water op het tafeltje en eet daarna mijn maaltijd op. Het is ijskoud in de hut en langs kieren en spleten in de muur is er sneeuw naar binnen gevallen. In zo enkele spleten in de muur maak ik een onaangename ontdekking. Tussen het hout in de binnenmuur tussen de twee vertrekken blijkt een rat haar nestje te hebben gemaakt, geen twijfel mogelijk. Als ik dan op de grond ook nog bevroren rattenkeutels terug vind begin ik alles onder te vloeken. Samen slapen met ratten is een van de minst plezante dingen. Die beestjes komen straks als het licht uit gaat zeker op verkenning in de hoop om iets lekkers te vinden en wie weet hoe uitgehongerd ze nu zijn.

Lücker HütteNa het eten stop ik alles weer in mijn rugzak en sluit alles zo goed mogelijk af. Die beesten zullen niet met mijn voedsel gaan lopen. Ik blaas de kaarsjes uit, leg me neer in mijn slaapzak op mijn matje op het bed en doe uiteindelijk mijn Petzl ook uit. Snel val ik niet in slaap. Ik luister goed rond en meen wat later geritsel te horen. Of is het de wind? Ik doe mijn Petzl weer aan en ga op verkenning. Het geluid lijkt van het dak te komen. Het is precies wel degelijk de wind. Ik probeer weer te slapen maar het lukt niet snel. Ik denk na. Hoe lang kan een rat zonder eten overleven? Hoe vaak zou deze hut tijdens de winter worden bezocht en kan een rat van die mogelijke restjes die worden achtergelaten blijven overleven? Mijn conclusie is dat de ratten moeten zijn omgekomen. Ik val uiteindelijk toch in slaap.

Woensdag 4 april: Lücker Hütte (1840m) – Große Kamperboden (1702m)

Lawinenlagebericht für die Steiermark vom 2007-04-04 07:30

Schlagzeile:
Nebel schränkt die Sicht ein.

Gefahrenbeurteilung:
Allgemein:1
In der Steiermark herrschen günstige Tourenbedingungen, die Lawinengefahr ist gering. Die Hauptgefahrenstellen bleiben im kammnahen Gelände sowie in sehr steilen Rinnen und Mulden der Exposition Nord oberhalb von 2100 m. Hier können noch bei großer Zusatzbelastung Schneebretter ausgelöst werden.

Schneedeckenaufbau:
Einige cm an Neuschnee sind in den Hochlagen dazugekommen. Je nach Exposition und
Höhenlage ist der Schnee grundlos, nass, hart oder pulvrig. In den Hochlagen der Schattseiten liegen noch ältere Triebschneepakete auf kantigen Formen auf, welche ausgelöst werden können.

Wetter:
In der Steiermark sind die Gebirge in Wolken. Es kann immer wieder etwas schneien, wobei die Schneefallgrenze bei 1000 m liegt. Am Nachmittag wird die Wolkendecke dünner und es kann sich auch die Sonne zeigen. Die Temperaturen in 2000 m liegen bei –3 Grad. Der Wind weht mäßig bis lebhaft aus Norden. Morgen scheint von Beginn an die Sonne, es wird ein toller Bergtag!

Tendenz:
Tagesgang der Lawinengefahr! Morgen früh starten, denn es wird mild und die Schneedecke verliert rasch an Festigkeit.

(Bron: Zentralanstalt für Meteorologie und Geodynamik / Regionalstelle Graz (www.lawine-steiermark.at)

  • Afstand: 15.0km
  • Duur: 8h50
  • Klimmen: 450m
  • Dalen: 590m

Lücker Hütte‘s Ochtends blijkt dat ik wel degelijk alleen ben in de hut. Wanneer ik na het ontbijt naar buiten trek tref ik een dichte mist aan. Als ik in deze omstandigheden de weg maar kan blijven vinden want ik heb enkel kaart en kompas bij me en dan is het nog niet de meest gedetailleerde kaart.

Wat verder van de hut vandaan vind ik de markeringen van de winterroute weer die ik gisteren kwijt gespeeld was. Het lukt nu toch om ze te blijven volgen. Om de 50 tot 100m hangt er wel ergens een latje of een bordje aan een boom. Naarmate de kilometers vorderen betert het zicht zich en de zuidwand van de bergen van de Warscheneck Gruppe komt bij momenten tevoorschijn. Op de sneeuw loopt het verrassend vlot. Mijn sneeuwschoenen zakken nauwelijks weg in het sneeuwdek. Na 1u45 loop ik de Brunnalm (1778m) voorbij terwijl het even wat begint te sneeuwen. Nog een uur later bereik ik de Liezener Hütte (1767m). Er stroomt een beek aan de hut en hier en daar is de bedding van de rivier niet dicht gesneeuwd. Ik verzamel weer wat water.

Er is volk in de Liezener Hütte. Alle sneeuw is van het dak geschoven en ligt naast de hut opeengehoopt. Het is een raar zicht. Nier ver voorbij de Liezener Hütte ligt een tweede hut, de Hochmölbinghütte (1684m). Op mijn weg naar de Niederhüttenalm, de almweide waarop deze hut gelegen is, sluipt een dichte mist het plateau op. Pas wanneer ik op een 30m voor me contouren van almhutjes mag waarnemen besef ik dat ik de Niederhüttenalm bereikt heb. De Hochmölbinghütte tref ik op de noordwestkant van de alm aan. Het is nog een grotere hut dan de Liezener Hütte. Ik houd er halt en verorber mijn middagmaal. Plots komt de huttenwaard naar buiten. Zijn hut is leeg, geen tourskiërs met dit slechte weer. We slaan een kort praatje en wat later ben ik weer weg na de kaart nog eens goed bestudeert te hebben.

Markering winterrouteIk zit nu op de westrand van het plateau van de Warscheneck Gruppe en krijg nu moeilijker terrein voor de voeten geschoven. Eerst moet ik nu naar een col klimmen, het Sumper Sattel (1757m) om over de col steil af te dalen naar de Grimmingbodem. Daar moet ik lang dit dal door trekken om later doorheen de Fleischgraben naar de Interhüttenalm te klimmen.

Ik houd de kaart in de broekzak en loop verder met het kompas aan mijn nek. Nergens op de hele winterroute over het plateau (met uitzondering van het stukje voor de Pühringerhütte) heb ik al sporen van tourskiërs of sneeuwschoenlopers gezien. Met de dichte mist wordt het een spannende bedoening om precies op het zadel uit te komen. De helling krijgt hogerop een redelijke steiltegraad en vermits ik al traverserend naar boven dien te klimmen maakt dit het lastig. Er verschijnt iets voor me in de mist. Na een paar stappen blijkt het maar een eenzame lork te zijn. Ik stop enkele malen om in te schatten op de kaart waar ik me zou bevinden terwijl ik mijn hoogtemeter goed in de gaten houd. Vervolgens maak ik een volgende peiling en begin mijn stappen weer te tellen.

Liezener HütteNa enige tijd verschijnt er pal voor me weer een silhouet in de mist. Wanneer ik dichter kom zie ik dat het een wegwijzer is. Volgens de hoogtemeter ben ik er. Ik zit pal op het zadel. Is dat goed kunnen navigeren of eerder beire veel chance hebben. Het zal het laatste wel zijn. Ik steek het zadel over, passeer de hutjes op de Sumperalm tegen het zadel aan en vind dan in de mist de Sumpergraben, een soort kloof in de helling waardoorheen ik steil afdaal naar de Grimmingboden (1496m). Hier kom ik al snel aan. Het sneeuwt weer licht en lage wolken scheren bergopwaarts door het dal, vrijwel tegen de dalbodem aan schurend waardoor het zicht weer erg slecht wordt.

Er stroomt een rivier door het dal. Ik steek ze enkele malen over zonder net niet nat te worden om zo over de gemakkelijkst beloopbare oever verder te gaan. Verder weg stroomafwaarts in de dal wringt de rivier zich in een kloof en vind ik een duidelijk pad onder de sneeuw dat het woud in loopt een stuk boven de kloof. Onder de bomen loop ik verder maar het gaat erg onaangenaam. De sneeuw is hard en ligt schuin geheld op de helling zodat ik met scheve enkels moet lopen op mijn sneeuwschoenen. Mijn voeten doen pijn bij elke stap maar ik bijt door. Hier en daar verspert een omgevallen boom de weg en duurt het even om eroverheen te geraken.

LawineEen eind verder daalt het pad kort en steil de kloof in waar ik de rivier over een bruggetje kan over steken. Het pad klimt langs een steile helling weer omhoog tot ik een eind verderop onderaan in de Fleischgraben aan kom. De Fleischgraben is een steil hangend dal waarin zich vaak lawines voor doen en zo is het deze winter niet anders. Een massa sneeuw ligt opeen gekoekt op de helling en aan de weinige verse sneeuw die erop ligt blijkt dat deze lawine nog niet zo oud moet zijn. Voor mij is het nu een goede zaak. Ik kan over de lawinebaan naar boven klimmen. Op zo’n lawinebaan ligt de sneeuw immers zeer stabiel. Vlot loopt het echter niet en hogerop wordt het alsmaar steiler. Door de mist kan ik de bovenrand van de helling niet ontwaren. De helling wordt steiler dan 45° en wanneer ik redelijk hoog ben moet ik de lawinebaan verlaten omdat deze veel te steil wordt. Ik zoek het minst steile traject verder maar begin goed te sukkelen. De helling is zo steil dat ik met mijn sneeuwschoenen niet hoger geraak. Ik zak redelijk diep weg in de sneeuw en schuif dan bij elke pas telkens weer achteruit in mijn oude afdruk. Ik kan niets anders dan mijn sneeuwschoenen uit doen en zo proberen hoger te komen. Daarvoor probeer ik me eerst naar een boom te begeven om houvast te krijgen bij het uit doen van mijn sneeuwschoenen. Wanneer ze op de rugzak hangen probeer ik omhoog te klimmen, of beter gezegd te zwemmen. Ik zit tot mijn heupen in de sneeuw. Toch lukt het me om naar een hoger gelegen groepje bomen te wringen alwaar ik me aan de stammen en takken hogerop kan trekken. Niet veel hoger merk ik plots de bovenrand van de helling op. De laatste meter moet ik een corniche boven aan de helling door zien te breken om op de rand van de Interhüttenalm te geraken. Plots valt alle sneeuw naar beneden op mijn kop en verder de helling af. Na een aantal maal wat houvast te zoeken met de armen, trekken en weer terug glijden lukt het me uiteindelijk toch om boven te geraken.

Oef, ik heb de Fleischgraben overwonnen, de sleutelpassage van de tocht en van de klassieke oversteek van het Totes Gebirge. Met ski’s kan ik me inbeelden dat het te doen is maar met sneeuwschoenen is deze helling er wel echt over (achteraf bekeken blijkt er een iets minder steile route te zijn dan welke ik heb genomen, maar door de mist en de niet zo gedetailleerde kaart die ik bij had, had ik deze niet gevonden).

Ik zet verder en passeer de Interhüttenalm (1680m). Vanaf deze alm krijg ik een spoor onder de voeten, een spoor dat van een sneeuwscooter blijkt te zijn. In westelijke richting volg ik het over de Grosse Kamperboden tot ik een tiental minuutjes verder van het spoor af buig op zoek naar een bivakplek. Op een 200m van de scootertrack stel ik mijn Akto recht. De piketten gaan deze keer vlot in de harde sneeuwlaag. Dat is maar goed ook want ik heb erg koude voeten en ze doen tevens erg pijn bij elke beweging die ik maak. Ik wil zo snel mogelijk met mijn voeten in mijn warme slaapzak zitten.

WondesIn de tent doe ik een lugubere ontdekking. Wanneer ik mijn kletsnatte kousen uit trek blijken er zich grote wonden te bevinden net onder mijn enkels en de huid van mijn voetzolen ziet helemaal wit en is sterk verschrompeld. Het is een lelijk zicht. Ik besef dat ik iets heb opgelopen door de kou maar weet niet wat. Ik stop ze meteen in de slaapzak en bereid het avondmaal maar mijn voeten warmen maar niet op. Weer krijg ik er geen kokend water uit met het kleine vlammetje uit mijn ionstoofje maar gelukkig wordt het toch nog redelijk heet en heb ik toch een bijna normale Adventure Food maaltijd.

Intussen hoor ik de sneeuwscooter enkele keren voorbij trekken. Na een paar keer geraakt hij vast te zitten en de motor begeeft het. Iemand met een slede blaffende honden komt wat later te hulp en er worden woorden gewisseld in de verte. Een tijd later hoor ik ze de sneeuwscooter proberen te starten. Na nog wat sleutelen gaat hij weer ik gang en de geluiden van de motor en de honden verdwijnen weer in de verte.

Koude voeten, koude voeten, alles is nat. Mijn slaapzak is vochtig, mijn kousen zijn nat en mijn schoenen zijn doorweekt. Ik maak die avond de grootste fout uit mijn hikingleven. Ik vergeet mijn schoenen mee in de slaapzak te nemen. Ze blijven in de voortent staan en met blijvend koude voeten val ik toch in slaap.

Donderdag 5 april: Große Kamperboden (1702m) – Ofenloch (1870m)

Lawinenlagebericht für die Steiermark vom 2007-04-05 07:30

Schlagzeile:
Tolle Fernsicht, wenig Wind und viel Sonnenschein – günstige Tourenbedingungen!!!

Gefahrenbeurteilung:
Allgemein:1
In der Steiermark herrschen günstige Tourenbedingungen, die Lawinengefahr ist gering. Im Tagesverlauf steigt die Lawinengefahr auf mäßig an. Aus den Sonnseiten, sind spontane nasse Rutschungen bis auf Grund möglich. Die Hauptgefahrenstellen bleiben im kammnahen Gelände sowie in sehr steilen Rinnen und Mulden der Exposition Nord oberhalb von 2100 m. Hier können noch bei großer Zusatzbelastung Schneebretter ausgelöst werden.

Schneedeckenaufbau:
Mit der Ausstrahlung in der Nacht hat es auch abgekühlt und es ist ein tragfähiger Harschdeckel entstanden. Mit der Sonneneinstrahlung verliert dieser rasch an Festigkeit und der Schnee wird recht nass. In den Hochlagen der Schattseiten liegen noch ältere Triebschneepakete auf kantigen Formen auf, welche ausgelöst werden können.

Wetter:
Hochdruckeinfluss. In den steirischen Gebirgen scheint von in der Früh weg die Sonne! Es wird ein toller Bergtag. Eine weite Fernsicht rundet das heutige Bergerlebnis ab. Die Temperaturen in 2000 m steigen auf 0 Grad. Der Wind weht nur schwach aus Nordwest. Auch am Freitag nochmals Sonnenschein und wärmer, ehe es am Samstag etwas eintrübt und am Nachmittag kann es auch kurze Schauer geben.

Tendenz:
Tagesgang der Lawinengefahr! Morgen früh starten, denn es wird mild und die Schneedecke verliert rasch an Festigkeit.

(Bron: Zentralanstalt für Meteorologie und Geodynamik / Regionalstelle Graz (www.lawine-steiermark.at)

  • Afstand: 19.0km
  • Duur: 6h45
  • Klimmen: 1070m
  • Dalen: 900m

DachsteinMijn voeten zijn toch warm geworden wanneer ik wakker word. Maar dan als ik na het ontbijt de schoenen in wil lukt het niet. Ze zijn stokstijf bevroren en de opening is zelfs te klein om er nog maar met mijn tenen in te geraken. Aan de schoen wringen haalt niets uit. Ze zijn versteend. Wat nu? Ik stop ze in de slaapzak in de hoop ze zo te kunnen ontdooien. Na een half uur heb ik al door dat dit misschien nog langer dan een dag zal duren. Buiten klaart het op en de zon verschijnt even later boven de met rijm beklede naaldbomen. Als ik ze nu eens in de zon leg. Het aprilzonnetje geeft al heel wat warmte af. Maar de tent staat nog in de schaduw. Pas 20m verderop beschijnt de zon het sneeuwdek. Ik maak me geïmproviseerde schoenen met mijn getten om over de sneeuw te kunnen lopen zonder natte voeten te krijgen en leg mijn schoenen in de zon in de sneeuw met de opening naar de zon gekeerd. Vlug terug de Akto in. Brrrr, nu zijn mijn voeten weer ijskoud. In de slaapzak probeer ik ze weer op te warmen. Na een kwartier trek ik mijn getten weer onder mijn voetzolen en ga mijn schoenen weer halen. De bovenrand is duidelijk ontdooit en er komt beweging in als ik wring. Maar toch geraak ik er nog niet in met mijn voeten. Weer terug gaan zetten en opnieuw de slaapzak in kruipen, wachten, wachten, wachten.

Nu wacht ik lang genoeg en na een half uur probeer ik het opnieuw. Ik wring de opening van de schoenen zo ver mogelijk open met al mijn armkracht. Vervolgens duw ik mijn voet in de schoen. Het doet ontzettend veel pijn door de wonden op mijn voeten. Maar ik duw en duw en zal er in geraken. Plots schuift mijn voet door en zit ik er in maar tegelijkertijd schreeuw ik het uit van de pijn. Vlug probeer ik de tweede schoen en na hard duw en wringwerk lukt het bij de tweede ook met veel pijn. Mijn voeten worden meteen ijskoud. Natuurlijk, de schoenen zijn binnenin nog bevroren en al de lichaamswarmte verdwijnt uit mijn voeten om mijn schoenen te ontdooien. Ik breek snel de tent af terwijl ik mijn voeten gevoelloos voel worden.

Ik trek weer naar het spoor van de sneeuwscooter en vervolg het verder in westelijke richting. Het weer is al snel fantastisch. Een brandende zon staat aan een bijna wolkenloze felblauwe hemel te schitteren en maakt de toplaag van de sneeuw vochtig. Zonder sneeuwbril lopen vandaag is vragen om sneeuwblind te worden. Dus die draag ik alvast op mijn neus. Maar toch loop ik ongerust verder. Ik heb geen gevoel in mijn voeten en twijfel of ik er niet beter aan doe te stoppen en mijn voeten uit die rotte schoenen te halen. Wat verder beginnen mijn voeten dan plots te tintelen en voel ik de pijn bij elke stap weer feller worden. Het gevoel komt terug, mijn schoenen zijn volledig ontdooit. Nu loop ik wel verder.

Natte sneeuw lawinesVoorbij de Leistalmhütte (1647m) daalt het spoor gestaag naar de dichtgevroren Schwarz See (1552m). Verschillende kleine natte lawinebanen liggen op de noord gerichte hellingen langs de zuidkant van het meer. Achter het meer wordt er een col doorgestoken en daalt het verder af naar de Steirersee (1447m). Ik passeer het redelijk grote meer langs de zuidoever en klim dan kort naar de Steirerseealmhütten (1545m). Er lopen wat dagjesmensen rond met kinderen en enkele tourskiërs vertrekken net omhoog om Großes Tragl (2184m) te beklimmen en weer af te skiën. Deze berg ligt op de zuidoostrand van het plateau van het Totes Gebirge. Het is hier aan deze alm dat de klim naar het plateau weer aanvangt.

Na een korte pauze vertrek ik op weg. Matig steil klim ik naar boven, daarbij van de tourskisporen proberend te profiteren. Het uitzicht over de Steirersee en de Niedere Tauern achter de bergkam wordt erg mooi. Hogerop krijg ik echter een redelijk steil stuk voor de voeten en het is wat sukkelen met de sneeuwschoenen om doorheen de natte bovenlaag van het sneeuwdek verder omhoog te klimmen. De helling is hier ongeveer 35° steil. Enkele tourskiërs die alweer naar beneden skiën stoppen even speciaal bij me om me in de gaten te houden.

Na dit steile stuk bereik ik het plateau en is het meestal nog zwak verder klimmen. Wat verderop tref ik de eerste palen aan in de sneeuw, markeringen van de winterroute over het plateau. Langs de steile oostwand van Großes Tragl sneeuwschoen ik voort in noordelijke richting. Ik steek een zadel over waarop ik een eerste overweldigend zicht krijg over het oostelijk deel van het plateau. Achter het zadel schuilt een grote doline. Beneden in de doline laat ik mijn rugzak achter en leg een dun laagje sneeuw in mijn donker gekleurde regenhoes. De zon brand genadeloos hard en ik gok erop om op deze manier sneeuw te kunnen smelten zonder brandstof te moeten verspillen.

Große TraglDaarna steek ik de doline door in westelijke richting en weet zo de zachte noordflank van Großes Tragl op te gaan. Skisporen lopen slalommend van de helling naar beneden. Boven op de top blijken alle tourskiërs alweer afgedaald te zijn. De wind heeft de sneeuw op de meeste plekken weg geblazen. Ik kijk lange tijd rond. Het plateau oogt indrukwekkend en zo verlaten. Geen enkele tourskiër die zich dieper het plateau op waagt.

Ik daal weer af en wanneer ik weer bij de rugzak ben kan ik inderdaad de thermos weer bijna helemaal vullen. Ik trek dieper het plateau op, daarbij mijn eigen spoor trekkend en de palen van de wintermarkering zoekend. Ontelbare dolines worden voorbij getrokken, ingedaald en weer uit geklommen. Verder op het plateau is de sneeuw weer droog. Afwisselend is het lopen over een harde korst en dan weer over een laagje opeen gewaaid poeder. De bergen op de noord- en oostrand van het plateau schuiven maar erg traag dichterbij. Dit is het allermooiste stuk op heel het plateau en wanneer de zon weer duikt naar de westelijke horizon kleurt de uit de sneeuw op stekende kalksteen oranje.

Nabij de Ofenloch zet ik mijn Akto recht voor de laatste nacht op het plateau. Ik geniet van de schitterende avond en zonsondergang. Er staat geen zuchtje wind en daardoor koelt het plots sterk af. Door de felle zon heb ik vandaag in t-shirt en fleece kunnen rond lopen. Wanneer het donker wordt trek ik de tent in. Als ik mijn voeten uit mijn schoenen trek kijk ik op rode sokken. De wonden zijn nog groter geworden en hebben gebloed en het uitzicht van mijn voetzolen is nog serieus verslechterd. Nadat het gevoel deze ochtend terug keerde heb ik constant met pijn verder gelopen. Het gevoel is terug gekeerd in mijn voeten, maar duidelijk niet in mijn voetzolen. Die zien spierwit, zijn compleet verschrompeld en lijken bezig te rotten. Op dat moment geloof ik dat ik vrieswonden heb opgelopen (wat niet het geval is). Ik kan het niet meer aanzien en droog ze snel af om op te kunnen laten warmen in de slaapzak. Meer kan ik er nu toch nog niet aan doen. Dit keer gaan mijn schoenen resoluut weer de slaapzak in.

OfenlochIntussen koelt het bliksemsnel af en de thermometer duidt al -7° aan in de tent wanneer het weer eens niet wil lukken om een deftige vlam uit mijn ionstoofje te krijgen. Die avond eet ik weer een koude Adventure Food maaltijd. Het maakt me nog weinig uit. Morgen nog proberen te genieten van de laatste dag en hopen dat ik mijn voeten niet naar de vaantjes loop.

Vrijdag 6 april: Ofenloch (1870m) – Gößl (720m)

Lawinenlagebericht für die Steiermark vom 2007-04-06 07:30

Schlagzeile:
Günstige Tourenbedingungen!!!

Gefahrenbeurteilung:
Allgemein:2
In der Steiermark herrschen günstige Tourenbedingungen, die Lawinengefahr ist gering. Im Tagesverlauf steigt die Lawinengefahr auf mäßig bis erheblich an. Aus den Sonnseiten, sind spontane kleine bis mittlere Nassschneelawinen bis auf Grund möglich. Besonders betroffen sind höher gelegene Gras- und Wiesenhänge. Die Hauptgefahrenstellen im Tourenbereich bleiben im kammnahen Gelände sowie in sehr steilen Rinnen und Mulden der Exposition Nord oberhalb von 2300 m. Hier können noch bei großer Zusatzbelastung Schneebretter ausgelöst werden.

Schneedeckenaufbau:
Mit der Ausstrahlung in der Nacht hat es auch abgekühlt und es ist ein tragfähiger Harschdeckel entstanden. Mit der Sonneneinstrahlung verliert dieser rasch an Festigkeit und der Schnee wird recht nass. In den Hochlagen der Schattseiten liegen noch ältere Triebschneepakete auf kantigen Formen auf, welche ausgelöst werden können.

Wetter:
Heute erwartet den Alpinisten großteils wieder ein strahlend schöner Bergtag. Am Nachmittag verdecken einige Wolken den Sonnenschein. Die Temperatur in 2000 m steigt auf +1 Grad an. Der Wind hat zugelegt und weht lebhaft aus Nordwest. Der Samstag gestaltet sich am Vormittag noch freundlich. Am Nachmittag werden die Wolken dichter und vereinzelte Regentropfen sind möglich.

Tendenz:
Tagesgang der Lawinengefahr!

(Bron: Zentralanstalt für Meteorologie und Geodynamik / Regionalstelle Graz (www.lawine-steiermark.at)

  • Afstand: 18.0km
  • Duur: 9h50
  • Klimmen: 600m
  • Dalen: 1750m

HochkastenDe zon schijnt alweer fel wanneer ik uit de tent kruip. Het is schitterend weer, compleet helder met een staalblauwe lucht en de zon doet het snel warm aanvoelen. Het is al tien uur voorbij wanneer ik me op gang trek.

Ondanks de pijnlijke voeten weet ik van het landschap te genieten. Het is hier supermooi boven. Door het karstreliëf zet ik verder door in noordwestelijke richting de palen volgend. Wanneer ik het Hetzkogelsattel (1920m) over ben vind ik weer bekend terrein. Hier heb ik ook gelopen op de tweede dag. Ik vind mijn sporen zelfs nog net terug, nu met verse sneeuw er over gewaaid.

Het daalt weer af naar de Pühringerhütte (1638m). Nu valt er geen water meer te verzamelen. Er ligt geen sneeuw meer op het dak. Wel vind ik enkele tourskisporen van skiërs die hier na mij zijn gekomen enkele dagen terug. Ik houd even de middagpauze.

Daarna zet ik door naar de Elmgruben (1621m) alwaar ik afscheid neem van mijn eerder gelopen route en in noordelijke richting afbuig om onder de verticale oostwand van Salzofen (2072m) een karstdal in te klimmen naar het Ablasserscharte (1840m), op enkele kaarten ook wel Ablasbühel genaamd, de col centraal op het plateau die de toegang vormt naar de westelijke helft van het plateau . Ik kan in een vers spoor van een eenzame tourskiër omhoog gaan. Boven op de col blaast er een koude bries. Ik zet meteen door en probeer de helling langsheen de doline achter de col te traverseren. De helling ligt de hele dag in de schaduw onder de noordwand van Wildgössl (2066m). Op de laatste dertig meter begint de sneeuw onder mijn gewicht plots te schuiven. Ik kan nog snel wat omhoog lopen en me in veiligheid brengen. Een plak sneeuw glijdt de helling af naar de bodem van de doline. Ik heb een kleine lawine teweeg gebracht. Onder de gekartoneerde toplaag vind ik allemaal Schwimmschnee. De Fransen spreken over Gobelets. Ik pak de sneeuw eens vast in de handschoenen. Allemaal losse prut, precies suiker die zo door de handen glijdt.

SuikersneeuwVoorzichtig overbrug ik de rest van de helling, daarbij de toplaag steeds door stampend om zo min of meer rechtstreeks op de Schwimschnee te rusten. Zo is het nog moeilijker lopen maar riskeer ik toch heel wat minder de sneeuwlaag opnieuw in beweging te brengen. Voorbij de doline opent zich het zicht over de westelijke helft van het plateau en wat voor een zicht! Kilometers ver valt het plateau te overzien met in de verte de centrale grote depressie op het plateau, weggezonken in het sneeuwlandschap. Het lijkt wel een grote witte woestijn door de brandende zon.

Ik zet mijn weg verder. Markeringen van de winterroute vind ik nu niet meer maar ik kan nog steeds het spoor van de eenzame tourskiër volgen. Het blijft op en af gaan met weer eens veel geslalom rondom dolines en enkele diepe karstgaten waarvan de bodem hier toch goed met sneeuw gevuld is.

Tussen Wilderkarkogel (1952m) en Hinterer Bruderkogel (2033m) in verlaat ik het spoor en klim kort naar het zadel waarachter de Wilderkar verschijnt, een breed karstdal op het plateau dat uitgeeft op de steile zuidrand van het plateau. Over enkele steilere stroken daal ik het zadel af en zoek me een weg door het karstreliëf in het karstdal. Nabij de zuidrand van het plateau klim ik richting Klammkogel (1796m) alwaar langs de oostkant van deze top een gemarkeerde zomerroute het plateau op komt.

WildgößlWanneer ik op de rand aankom ligt er een steile helling voor me. Meer dan 1000m lager in de diepte glinstert de Grundlsee in het zonlicht. Erachter rijst het Dachstein massief op. Ik heb geluk dat de helling intussen alweer even in de schaduw ligt. De sneeuw is alweer hard en ik kan redelijk gemakkelijk afdalen, al is het soms zo steil dat ik gecontroleerd naar beneden glijdt. Moest de sneeuw nog nat zijn geweest bestond er het gevaar om een natte sneeuwlawine te veroorzaken.

De afdaling over het pad loopt aanvankelijk niet altijd van een leien dakje. Af en toe geraak ik het pad kwijt en kom op erg steile stroken terecht. Lager wordt het sneeuwdek al snel minder dik en is het duidelijker hoe de route onder de sneeuw verder loopt. Onder 1300m kom ik in het dichte naaldwoud terecht waar een netwerk van paden doorheen loopt. De nacht valt en met hoofdlamp aan zoek ik mijn weg verder naar beneden. Het duurt lang wanneer ik terug in het dorpje Gössl (742m) aan de Grundlsee (708m) aankom.

De auto staat nog op de parkeerplek aan het rond punt. Ik kook mijn avondmaal buiten naast de wagen, probeer zo goed mogelijk mijn voeten te verzorgen en ga na het eten meteen slapen. Ondanks de slechte toestand van mijn voeten maak ik de volgende dag nog een korte dagwandeling aan de Gosausee in het Dachsteinmassief en sluit de dag af met een tweede wandeling langs de Almsee (589m) onder de 1500m hoge noordwand van het Totes Gebirge. Het is al volop lente en warm hier beneden. De almweiden staan al vol bloeiende voorjaarsbloemen. Meer dan voldaan trek ik weer huiswaarts.

GrundlseeEen gevoel zegt me dat mijn eerste bezoek aan het Totes Gebirge zeker niet mijn laatste zal geweest zijn. Anderzijds heb ik enkele belangrijke lessen geleerd. Dit was slechts mijn derde wintertrekking na één maal door de sneeuw gelopen te hebben in de Eifel en één maal in de Vogezen. Op alcohol vertrouwen als brandstof op een wintertrekking, al werd het nu niet meer zo koud, is een grote vergissing. En met versleten lekkende goretex schoenen door de natte sneeuw trekken is je bloot stellen aan het risico om trench foot (loopgraafvoet) op te lopen.

Pas maanden later had ik zelf ontdekt wat ik eigenlijk heb op gelopen. De wonden genazen snel, maar de trench foot zelf heelde maar erg langzaam ook al hinderde het me niet meer op latere wandeltochten. Pas na 4 maanden zagen mijn voeten er weer min of meer normaal uit. Sinds deze tocht loop ik ‘s winters altijd met vappr barrier socks. Eenmaal je trench foot eens hebt gehad ben je extra vatbaar om het opnieuw op te lopen.

Conclusie

Het Totes Gebirge is een erg onbekend gebied in de Alpen, wellicht omdat het zo ver weg ligt in de Oostelijke Alpen. Landschappelijk heb ik het als een megagebied ervaren. Het plateau is erg wild en tegelijkertijd erg mooi om over te lopen.

HET TOTES GEBIRGE
Het Totes Gebirge is een kalksteengebergte met een plateaukarakter in de oostelijke Alpen, gelegen in de Oostenrijkse provincies Oberösterreich en Steiermark. Het gebergte meet zo’n 40 bij 15km waarvan het plateau zelf een lengte heeft van 20km in oost-west richting en in noord-zuid richting tussen 4 en 15km breed is. De hoogte van het plateau varieert tussen 1400 en 2100m met daarop vele bergkammen en enkele geïsoleerde bergtoppen waarvan de Großer Priel (2515m) op de noordoostrand de hoogste top vormt. In het oosten bestaat het Totes Gebirge uit een lange bergrug, de Warscheneck Gruppe, met op de zuidflank een lang smal verder lopend plateau. Het plateau is erg sterk verkarst en kent in de ondergrond een uitgebreid grottensysteem.

KLIMAAT EN SNEEUWCONDITIES
Het klimaat in de Oostelijke Alpen is veel continentaler in vergelijking met de Westelijke Alpen. De wintertemperatuur op het plateau van het Totes Gebirge ligt dan ook gemiddeld 6° lager dan op vergelijkbare hoogte in de Vercors waardoor er hier in de regel ook vroeger in de herfst sneeuw valt en die in de lente langer blijft liggen dan in de Vercors. Typisch voor kalksteenplateaus zijn de extreem lage temperaturen die kunnen optreden in de karstdepressies. De laagste temperatuurrecords in Centraal-Europa zijn allen gevestigd in karstdepressies in de Oostelijke Kalkalpen (-53° op de Gstettneralm ten oosten van Totesgebirge, -46° aan de Funtensee op het Steinernes Meer). Ook op het plateau van het Totesgebirge treden er ongetwijfeld elke winter temperaturen op die onder -30° duiken, zoals in het karstdal van de Augstwiesen. Dit gebeurt voornamelijk bij opeenvolgende wolkenloze nachten met weinig wind in de periode december tot februari. Het is daarom raadzaam om bij een stabiel weertype niet in karstdepressies te bivakkeren.

In de loop van oktober/november wordt het wintersneeuwdek op het plateau gevormd. Sommige winters valt er meteen veel sneeuw en worden karstspleten en karstgaten vrij snel bedolven. Af en toe gebeurt het dat het sneeuwdek slechts gestaag aangroeit en kan het lang gevaarlijk blijven op het plateau doordat er zich slechts zwakke sneeuwbruggen vormen over de karstspleten. Bij weinig sneeuw volgt het sneeuwdek nog sterk het grillige onderliggende karstreliëf wat het moeilijk laveren maakt over het plateau. Pas wanneer er zich in de regel een sneeuwdek van meer dan 2m heeft gevormd wordt het gemakkelijker en veiliger om over het plateau te lopen. Wanneer het sneeuwdek die veilige marge nog niet heeft bereikt is het sterk aangeraden om al het materiaal mee te nemen (touw, pickel, bandlus en musketons) om een slachtoffer uit een karstspleet te redden (situatie is gelijk zoals een redding uit een gletsjerspleet).

Ook het risico op diepsneeuw (dit is sneeuw met een losse structuur waar je met sneeuwschoenen gemakkelijk tot dieper dan de knieën in weg zakt) is vaak aanwezig op het plateau. In dat geval kan je op sneeuwschoenen nauwelijks iets komen uitrichten op het plateau. De beste periode om een tocht te plannen op het plateau is daarom de vroege lente (eind maart en begin april zijn meestal ideaal) vermits het sneeuwdek zich dan omvormt tot de compactere lentesneeuw en karstgaten dan meestal allemaal veilig gevuld zijn met sneeuw.

Meestal in de eerste helft van april wordt het sneeuwmaximum bereikt dat gemiddeld rond 2m50 ligt. In de loop van april wordt het sneeuwdek vochtig en begint pas goed te smelten in mei. Pas in de loop van juni komt het plateau weer sneeuwvrij te liggen.

BEREIKBAARHEID

  • Met de wagen: Viamichelin (Afstand vanuit Brussel ongeveer 1000km)
  • Met de trein: NMBS. Het Totesgebirge is perfect te bereiken per trein. Mogelijke stations om uit te stappen zijn in het westen Bad Aussee en Bad Mitterndorf. In het oosten is de Warscheneck Gruppe te bereiken via de stations van Windischgarsten en Spital am Pyhm. Er zijn goede busverbindingen langs de zuidkant van het Totes Gebirge.

HET PLATEAU OP EN AF RAKEN TIJDENS DE WINTER
Het plateau van het Totes Gebirge is niet eenvoudig op te geraken tijdens de winter. Alle zomerroutes zijn potentieel lawinegevaarlijk en sommigen van die zomerroutes bevatten kabelpassages langsheen kalksteenwanden welke tijdens de winter onmogelijk zijn te nemen. De eenvoudigste toegang loopt vanuit Ramsau boven Altaussee over het skigebied van de Loserhütte op de uiterste westflank van het plateau. Andere mogelijke toegangsroutes zijn:

  • Zomerroute naar de Wildenseehütte en het Albert-Appel-Haus vanuit Altaussee, steile passages maar eenvoudigste toegansroute van alle zomerroutes.
  • Vanuit Gössl aan de Gründlsee over de Gössleralm via Klammkogel, finale passage aan 35°.
  • Vanuit Gössl aan de Gründlsee naar de Pühringer hütte door het karstdal van de Lahngangsee, korte kabelpassage bij Drausengatterl die niet altijd overbrugbaar is, traversee over lange helling van 30°.
  • Over de route boven de Steirersee via het Tauplitzhaus, passage aan 35°.
  • Vanuit Hinterstoder via het Priel-Schutzhaus door de Klinserschlucht, moeilijke route met passages aan 40-45°.

OVERNACHTEN EN WILDBIVAKKEREN
Wildbivakkeren is hier in de regel verboden maar tijdens de winter wordt dit oogluikend getolereerd als het niet anders kan. Op het plateau liggen enkele berghutten waarvan er 3 tijdens de winter bruikbaar zijn:

  • Wildenseehütte (1521m): toegankelijk tijdens de winter met AV-sleutel die te bekomen is bij de toeristische dienst te Altaussee. Slaapplek voor 20 personen, kachel, hout, potten en pannen aanwezig, toilet is apart kotje achter de hut.
  • Albert-Appel-Haus (1638m): winterraum vrij toegankelijk, slaapplek voor 8 personen, kachel, hout, potten, pannen en toilet aanwezig.
  • Pühringerhütte (1638m): winterraum is apart gebouw dat toegankelijk is tijdens de winter met AV-sleutel. Slaapplek voor 20 personen, toilet is kotje achter de hut.
    Op het plateau van de Warscheneck Gruppe bevinden zich ook enkele hutten waarin een overnachting mogelijk is.

ORIËNTATIE
Bij goed weer is oriëntatie normaal niet zo lastig. Bij slecht zicht daarentegen is het best om op GPS te vertrouwen vermits navigeren op kaart dan vrijwel onmogelijk kan worden. Er zijn enkele winterroutes gemarkeerd op het plateau met houten palen. Deze zijn bij slecht zicht moeilijk te volgen vermits de palen zo’n 50 tot 200m en soms nog verder uit mekaar staan.

BESTE PERIODE EN UITRUSTING

  • Winter & lente: Met sneeuwschoenen is het uitkijken voor diepsneeuw. In dat geval vermijd je zelfs best het plateau. Met ski’s kan je in geval van diepsneeuw het plateau nog wel redelijk op. In geval het sneeuwdek nog niet dik genoeg is neem je materiaal mee om takeltechnieken toe te passen in geval iemand in een karstspleet valt. Eind maart en april lijken mij daarom de beste maand om te sneeuwschoenen omdat de poedersneeuw dan geleidelijk wordt omgevormd tot de compactere lentesneeuw. Het meest geschikt om het plateau te verkennen tijdens de winter lijken me toch tourski’s. Om langlauf/pulka eens te willen testen is het microreliëf te geaccidenteerd. Bij hoog lawinegevaar is het plateau ook niet volledig veilig. Ook op de kortere en steilere hellingen op het plateau kunnen zich dan verschuivingen voor doen.
  • Zomer: Vooral veel water voorzien want de vele bronnen die op de kaarten staan aangegeven kunnen vaak droog staan.
  • Herfst: Tijdens de maand oktober verkleuren de lorken. Het is wel oppassen voor bronnen die al dichtvriezen wat problemen kan leveren om aan water te komen als er nog geen sneeuw te vinden is.

Reacties

Niemand heeft gereageerd tot nu toe.


U bent aan het woord

Naam:

Email:

Locatie:

Website:

Onthou mijn gegevens

Hou me op de hoogte van verdere reacties?

Lokatie

  • Beschrijving

    Totes Gebirge, kalksteengebergte in de oostelijke Alpen.

  • Geschatte totale afstand
    116km in 8 dagen
  • Kaarten

    Totes Gebirge – Windischgarsten – Tauplitz – Liezen (Freytag & Berndt / 1:50k), beter is de AV-kaarten te gebruiken (Totes Gebirge Mitte & Totes Gebirge Ost).

  • GPS coordinaten vertrekpunt
    47.639035 (lat), 13.902211 (lng)

Steekkaart

  • Deelnemers
    Solo
  • Reisdatum
    van 30 maart tot 06 april 2007
  • Type van de activiteit
    Sneeuwschoenen
  • Moeilijkheidsgraad
    Zwaar en af en toe wat technisch.

Fotoalbum

Grundlsee Hoch Kogel Feuertalberg Klinsersclucht Klinserschlucht Gems Warscheneck Grüppe Brandleck, Kleine & Großer Hochkasten Warscheneck Sneeuwbui Warscheneck Zonsondergang Warscheneck Gruppe Grimmingboden Avondstemming Große Kamperboden Große Kamperboden Roßkogel & Mitterberg Großer Tragl Hoogplateau Weiße Wand Pühringer Hütte & Rotgschirr Hoogplateau Dreibrüder Kogel Almsee

Bekijk alle foto's in het fotoalbum.

Wie bent u?
Aanmelden | Registreren

Copyright © 2010 Hiking-info.net. | Vragen, Problemen? Stuur een .
Niets mag gekopieerd worden zonder voorafgaande toestemming van de respectieve maker of auteur.