Trekking op de Hardangervidda
10-daagse tocht op Europa's grootste hoogplateau
Dit was mijn allereerste echte trekking door verlaten gebied. Joris kende Noorwegen al een beetje van gezinsvakanties vroeger en na enig opzoekwerk op internet beslisten we al snel dat de Hardangervidda ons gebied zou worden : De routes op dit immense hoogplateau dat het grootste Nationale Park van Scandinavië herbergt zijn vrij eenvoudig, de uitzichten steeds geweldig en het aantal mensen verwaarloosbaar. Het werd een zinderende tocht waar ik – hoewel ik nu graag langere en moeilijkere tochten doe – met zeer veel plezier op terugkijk.
Verslag van Willem, 12 februari 2008.
Dag “0” : Brussel – Finse
Een heerlijk gevoel om na 6 weken blok en examens de rugzak in te pakken voor een eerste trektocht. We vliegen met SN tot Oslo (75€ slechts en nog goeie service aan boord ook), waar we ons, na benzine voor de brander te hebben gekocht, neerploffen in het grasveldje voor het station. Het is 27 graden, wij dachten nog te ontsnappen aan de Belgische hitte (juli 2006, jaja). Gelukkig voert de trein ons later op de avond letterlijk naar hogere sferen. Om half negen ’s avonds stappen we uit in Finse, op 1222 meter boven de zeespiegel het hoogst gelegen treinstation van Scandinavië. 17 graden hier, half bewolkt, fris windje, kortom : ideaal. De gletsjers van de Hardangerjokulen baden in de oranjerode gloed van de avondzon.
We stappen het dorp nog uit en zetten na een uurtje stappen de tent op aan de westelijke oever van Finsevatnet. De muggen hangen meteen in grote wolken rond ons. Met DEET zetten we de tegenaanval in. Eerste ervaringen met de Noorse muggen : Het jeukt hard, maar het jeukt maar 5 minuten. We kruipen in de tent wanneer de zon iets voor elven achter de bergen zakt. De nacht brengt complete stilte en rust.
Dag 1 : Finse – Rembesdalseter, 17km
We worden gewekt door de zon. Het is al 14 graden wanneer we opstaan, behoorlijk uitzondelijk voor deze streek. In de wetenschap “het zal niet elke dag zo zijn” ga ik mij wassen in het ijs-ijs-ijskoude meer. Nog maar twee weken ontdooid. Eventjes afzien, maar het doet eigelijk wel deugd. We pakken rustig in en beginnen daarna aan de klim naar de gletsjer. Regelmatig moeten we een steile sneeuwvlek oversteken of een stukje steil klimmen, en dit gecombineerd met een rugzak van 24kg (15kg basisuitrusting en nog een 9kg eten) zorgt ervoor dat we niet erg opschieten. Rond de middag staan we op de pas, op goed 1500 meter hoogte. Hier worden we verwend met een grandioos uitzicht over de gletsjer, die zich schijnbaar eindeloos uitstrekt, en de ontdooiende meren daaronder. Grote ijsschotsen drijven er nog in rond. Watervallen donderen van de bergwanden naar beneden. We worden er stil van.
We lopen nu door over de hoogvlakte, die voor grote delen nog met sneeuw bedekt is. De UV-index moet hier geweldig hoog liggen, want ik ben m’n oren vergeten insmeren met zonnecrème en ’s avonds zijn ze zodanig verbrand dat de etter er gewoonweg uitloopt. Regelmatig lopen we een stukje rond om riskante sneeuwbruggen over smeltwaterbeken te vermijden. Bij een enorme zomerbrug, een waggelend geval van wel 30 meter lang en 8 meter hoog, houden we een lange pauze. Donkere wolken hebben inmiddels verzamelen geblazen in het zuiden en we besluiten een stukje gas te geven om nog voor de regen een stukje te kunnen afdalen.
De regen is ons te snel af. We verzeilen in dichte mist en het is dikwijls even zoeken naar de steenmannetjes het pad markeren. Over gladde, aflopende steenplaten gaat het vervolgens naar de hut van Rembesdalseter. Op dit stuk ga ik wel enkele keren op mijn bakkes, gelukkig zonder erg. Joris kan zich wonderwel rechthouden. Ik ben wel ’n beetje jaloers op zijn wandelstokken op zo een moment, eigelijk. Tegen half zes ’s avonds, we zijn dan meer dan zeven uur onderweg, bereiken we de hut. We zijn de hele dag niemand tegengekomen en ook hier is niemand. We eten binnen ons vriesdroogprakkie op, lezen wat in het gastenboek en duiken vervolgens de regen in om in de tent te gaan slapen.
Dag 2 : Rembesdalseter – Skytjedalsvatnet, 9km
Het is droog als we opstaan, maar wolken komen al snel uit het dal opgestegen en hullen ons af en toe in de mist. Nu en dan valt er een beetje regen. Aangezien de luchtdruk wel stijgt pakken we erg rustig in en gaan pas tegen een uur of elf op pad. Middagonweer moeten we hier in tegenstelling tot het zuiden toch niet vrezen. Hier en daar een steenmannetje met een rode T, voor de rest struikgewas en enorme rotsblokken waartussen je je een weg moet banen. Na een uurtje staan we aan de zomerbrug over de smeltwaterbeek van de indrukwekkende gletsjertong Rembesdalskaki. De bewolking breekt open en de zon tovert de ijsmassa om een in glinsterend, diepblauw geheel.
Na de zomerbrug volgt een klim van zo’n 250meter. Op zich niets, maar het grootste deel ervan verloopt over spekgladde, met korstmossen overgroeide steenplaten. Hier en daar moeten we ook wat klauteren. Zeer voorzichtig banen we ons een weg naar boven. We hebben al bijna 3 uur gewandeld sinds de hut als we daar aankomen. Een afstand van niet eens 4km. Het scenario van gisternamiddag herhaalt zich vervolgens : terwijl we over een bergkam naar het zuidwesten lopen daalt de bewolking over ons neer en begint het te regenen. Dat we het (volgens de wandelgids) fenomenale uitzicht over Simadalen en de fjorden nog te zien zullen krijgen, daar hopen we op dat moment zelfs niet meer op. Maar kijk, plots trekt de mist op en merken we dat we op de 1000 meter hoge rotswand staan. In de verte glinstert het water van de Eidfjord. De rotswanden vallen overal een kilometer loodrecht af in het dal. Een wonderlijk beeld.
De wolken komen even later terug en we dalen af naar het Skytjedalsvatnet (846m). De knieën laten zich nu duidelijk voelen. Een blik op de kaart leert dat we na dit punt eerst nog eens een klim van bijna 400 meter moeten doen en daarna enkele kilometers door een moeras lopen. Niet echt geschikt om een tent neer te zetten allemaal, dus houden we het hier al bekeken voor vandaag. We hebben bijna zes uur gewandeld over een afstand van 9km. We moeten er zelf even van slikken, maar voelen ons toch moe en voldaan genoeg om niet ontevreden te zijn over onze dag. ’s Avonds komt de zon nog te voorschijn en zetten we de enige zomerbrug die nog niet gebouwd was zelf in elkaar. Gevolgd door een zwempartij in het meer, om een onverklaarbare reden zo’n 10 graden warmer dan alle andere die we op de tocht tegenkomen. En mensen? Die hebben we al 48 uur niet gezien.
Dag 3 : Skytjedalsvatnet – Liseth – Berastolen, 20km
Het regent een groot deel van de nacht en ook ’s ochtends nog, waardoor we wat later opstaan. Het eerste anderhalve uur klimmen we van 850 naar goed 1200 meter of dikwijls modderige paden en naar de top toe ook enkele sneeuwvlekken. Eenmaal boven hebben we een uitgestrekt panorama over het plateau. In de verte zien we zelfs even de bolhoed-vormige berg Harteigen liggen, haar top gehuld in de wolken. Onder ons Bjoreidalen, waar we in moeten afdalen. Anderhalf uur later staan we, na 500 meter te zijn gedaald, aan het Liseth Pensionat. Dit hotel ligt aan de top van Voringsfossen, 182 meter hoog en de bekendste waterval van heel Noorwegen. Maar niet de mooiste. Z’n bekendheid dankt hij vooral aan z’n strategische positie langs de N7 van Bergen naar Oslo. Bussen lossen hier horden toeristen. Na de rust en kalmte van de vorige dagen een schok, die ervoor zorgt dat we dit bezoek zo kort mogelijk houden.
We moeten de weg zo’n kilometer volgen en duiken vervolgens weer de wildernis is. Nog eens 450 meter klimmen, om door te dringen tot de centrale Hardangervidda. Tegen de top aan trekt de wind plots aan tot windkracht 8 en worden we gegeseld door een striemende, horizontale regen. We pauzeren twee uur lang niet en krijgen allebei een hongerklop wanneer ons einddoel van de dag, de hutten van Berastolen, in zicht komen. In de laatste afdaling komen 3 knappe Noorse meiden van een jaar of 18 ons tegemoet. Naast een grote rugzak draagt de eerste over haar schouder ook nog een…gitaar ! Ze lopen vandaag nog tot Fossli, bijna 3 uur stappen en het is al zes uur ’s avonds. We voelen ons op dat moment maar watjes met onze rugzak van 20 à 25 kilo. We zetten ons tent neer naast een muurtje van een ruïne. De avond brengt meer regen en wind. We gaan al slapen rond half negen.
Dag 4 : Berastolen – Viveli – Hedlo/Rjotomyrane, 11km
Rond 4 uur wordt ik voor een eerste keer wakker en mag ik met de rol wc-papier de schemerdonkere nacht en de stromende regen induiken. Om 6u nog eens. En om 7u. Ik voel me kotsmisselijk. Bij m’n 589e passage tussen de struiken braak ik m’n avondmaal van de vorige dag er nog uit ook. Hopelijk is daar de rest van de zomer niemand meer voorbijgekomen. Geen idee hoe ik hieraan ben gekomen. We gebruiken waterzuiveringstabletten en hebben al ons eten mee van thuis. Ik steek het op de Zigeunertopf-vriesdroog van de vorige avond. Die eet ik nooit meer. In elk geval, het gaat nog een hele ochtend tegen hetzelfde tempo door. Ik neem een overdosis Immodium-tabletten en die beginnen tegen de middag toch hun werk te doen. Ik durf niet te eten en overleef tot ’s avonds op 1 mueslireep. Eén voordeel aan de situatie : het heeft de hele ochtend gegoten, maar als we rond 13u ’s middags ingepakt hebben schijnt de zon, en dat blijft ze de rest van de dag ook doen.
Deze dag hadden we vooraf beschouwd als een makkie, maar dat draaide nu heel anders uit. De kracht is uit m’n benen verdwenen en bij de minste helling stroomt het zweet van me. We moeten om de tien minuten even pauzeren. Tot overmaat van ramp lopen we even verder nog eens fout ook, gelukkig zien we onze fout al na enkele honderden meters in. Door het bos bereiken we na een uur of twee uiteindelijk het schitterende Veigdal met de hut van Viveli. Hier pauzeren we een half uurtje voor we de Veig verder stroomopwaarts volgen richting Hedlo. Dit is één van de populairste trajecten van de hele Hardangervidda (dat wil zeggen : we komen toch wel minstens 1 iemand per uur tegen). De weinige klimmetjes worden beloond met prachtige panoramas over het uitgestrekte vlakbodemdal waar de breed meanderende Veig zich een weg door kronkelt.
We passeren de hut van Hedlo en gaan nog even verder. Iets na zessen houden we het voor bekeken aan een droog stukje gras temidden het moeras. 11km hebben we gedaan, gezien de omstandigheden nog een relatief succes. We staan aan het begin van de uitgestrekte moerasvlakte van de Rjotomyrane en vrezen de muggen, die hier thuis zijn. Onze opluchting is dan ook groot als al snel een frisse bries opsteekt die de mormels verjaagt. M’n vriesdroog krijg ik nu gelukkig wel binnen. Rond negen uur wordt het echt koud en zoeken we de slaapzak op.
Dag 5 : Hedlo/Rjotomyrane – Hadlaskard – Aremot, 16km
Terug regen vanochtend, maar deze keer ben ik niet ziek dus beginnen we maar meteen in te pakken. Het eerste deel van het traject is relatief vlak en loopt naar de hut van Hadlaskard. Vanop Hallaskarhalsen hebben we nog een laatste wijdse uitzicht op het Veigdal. De Harteigen is intussen nog maar een tiental kilometer van ons verwijderd maar die krijgen we door de laaghangende bewolking nog steeds niet te zien. We bereiken de hut van Hadlaskard nog relatief droog. De waardin is er net brood aan het bakken en de hele hut ruikt werkelijk overheerlijk, maar twee uur tijd hebben we helaas niet… Als troost kopen we ons voor de volgende ochtend een pak knakkebrod en confituur. Peperduur uiteraard, maarja, dat telt nu even niet.
In tegenstelling tot 2 West-Vlamingen die we in de hut ontmoeten kiezen we niet voor de rechtstreekse route naar Harteigen (we hoan wider nor hartihen hoan), maar maken we een brede lus naar het zuiden, via Litlos. Als we buitenkomen stroomt de regen naar beneden en wijst de thermometer nog 6 graden aan. M’n 5-jaar oude Gore-tex jas van Eider (in feite die van m’n pa, een student heeft daar geen geld voor) begeeft het na een halfuurtje. Gelukkig stopt het nog eens een half uur later met regenen en breekt de zon zelfs door. De wind gaat liggen, een enorme stilte valt. Alleen de beek zo’n 100 meter verder horen we nog. In een mum van tijd komt het hele landschap tot rust. De mist en wolken trekken weg en onthullen één van de mooiste plekken van de hele tocht. We ploffen neer op een rotsblok en genieten.
We lopen in de namiddag nog enkele kilometers verder, tot een plaats waar het pad volgens onze kaart uit 1995 plots de rivier oversteekt, met een doorwaad-symbooltje erbij. Schoenen uit dus, niet nadenken en erdoor. Kniediep water, ijskoud en toch wel 100 meter waden, het is eigelijk wel plezant maar dan vraag je je wel eens af waar je mee bezig bent. Op de andere oever zien we niet meteen een pad of steenmannetjes en aangezien het al half zes is besluiten we de tent op te zetten en het morgen wel te zoeken. Gelukkig maar, want ’s avonds in de gids lezen we : “In 1997 is het pad verlegd naar de andere oever om de gevaarlijke rivierdoorwading van de Grono te vermijden”. Eventjes goed gelachen met onszelf. De volgende ochtend nog eens erdoor.
Dag 6 : Aremot – Litlos – Grondalsvatnet, 19km
Het regent die nacht zoals het de hele week nog niet geregend heeft. De gamellen staan bijna vol als we opstaan. De weergoden zijn ons gunstig gezind en houden het overdag meestal bij wat gemiezer. Zon krijgen we vandaag niet te zien. Na het knakkebrod en het inpakken starten we met de desolate tocht door de westelijke uitlopers van de moerasvlakte Grotflott en z’n duizenden meren. We vinden er een rendierkarkas in zeer verregaande staat van ontbinding. Er zitten naar verluidt meer dan 40000 rendieren op de Vidda, de grootste kudde van heel Europa, maar meer dan dit hebben we er niet van gezien.
De wind giert over de vlakte, de wolken jagen laag over. We moeten er tegen inbeuken om vooruit te komen. Whaaa, het echte trekkersgevoel. Na de moerasvlakte volgt een pas langs de berg Hjolken, die ons boven de 1300 meter brengt. Op de top waait het zo’n 100km/h. Volgens zeiler Joris toch. Wie ben ik om hem tegen te spreken. Er staan in elk geval grote schuimkoppen op plassen van nog geen 5 meter groot en onze gelaatsuitdrukking spreekt boekdelen. Tijdens de daaropvolgende afdaling ruiken we de houtkachel van de hut van Litlos al. Een paar minuten later zitten we warm en droog in het salon.
Onze tocht naar het zuiden zit erop ; vanaf nu lopen we terug noordwestwaarts om uiteindelijk de Sorfjord te bereiken in Kinsarvik. De wind hebben we in de namiddag dus terug in de rug en dat schiet een stuk beter op. De regen nemen we er dan maar bij. We klimmen nog een uurtje en slaan onze tent op bij de westelijke uitlopers van het Grondalsvatnet, op bijna 1300 meter hoogte. Een drassig plekje, dat wel, maar veel beter vind je hier niet en door de mist zien we toch geen 20 meter ver. Heel erg veel uitzicht hebben we vandaag niet gehad. We zitten nog maar goed in de tent of het begint weer te gieten.
Dag 7 : Grondalsvatnet – Harteigen – Torahytten, 13km + beklimming Harteigen
En gieten doet het opnieuw een hele nacht lang. In die mate zelf dat ons drassig plekje in een regelrechte plas verandert en het grondzeil van de tent het begeeft. Nuja, niet onvergeeflijk als je gewoon in een paar centimeter water kampeert. De ochtend brengt godzijdank droger weer, een strakke wind en zelfs wat zon. We krijgen onze spullen min of meer droog voor we vertrekken.
De eerste uren van de dag klimmen we langzaam naar de voet van de indrukwekkende bolhoed-berg Harteigen, de Keizer van de Hardangervidda, een massieve blok graniet die enkele honderden meters boven de rest van het plateau uittorent. Het weer is niet slecht en het grootste deel van de tijd zien we z’n 1690m hoge top liggen. We bereiken de voet rond de middag en verbergen de rugzakken tussen de enorme rotsblokken. Enkel EHBO, touw, overlevingszakken en wat eten en drinken gaan mee naar boven. Het eerste deel van de klim loopt via een enorme puinhelling van zo’n 40-50°. Een pad is er niet, dus het is opletten voor steenslag. Andere klimmers zijn er gelukkig niet. Aan de bovenzijde van deze puinhelling volgt de enige technische passage : een quasi loodrechte wand van enkele meter hoog met erg weinig handgrepen. Gelukkig is er een touw gespannen waarmee je je omhoog kunt heisen. Daarna leidt een pad op de bergflank naar de top. Een schuiver is hier fataal, zoals een Nederlandse vrouw enkele jaren geleden mocht ondervinden.
Na een goed half uur bereiken we de top. Helaas ís de bewolking vanuit het zuiden tot bij ons gekomen en kijken we uit op een grijs gordijn. Geen uitzicht over de hele Vidda dus. Snel een foto bij de enorme steenman op de top (1690m) en dan maar weer naar beneden, want het is intussen ook aan het druppelen. Extra opletten dus, en vooral het technische stukje is nu met de billen dicht. We dalen meer dan een uur en zijn toch een beetje opgelucht als we terug op het gewone pad staan. We nemen onze rugzakken en beginnen aan het stukje naar Torahytten.
We boenken een uurtje stevig door en worden door de waard uitgenodigd mee van een koekje te genieten. Een aanbod dat we niet kunnen weigeren, aangezien het buiten 4 graden is met een felle wind. Als we zeggen wat we de laatste week al hebben gedaan lijken ze zelfs een beetje respect te krijgen. Als we zeggen dat we de Harteigen hebben beklommen nog wat meer, we waren blijkbaar ongeveer de eersten dit jaar. Geef toe, respect van Noren, daar doet ge het toch gewoon voor
Dag 8 : Torahytten – Austmannavatnet, 12km
Een droom… de tent wordt een serre. De zon jaagt ons al om 7u naar buiten. Blauwe lucht. Hoogstens hier en daar een pluisje. We worden er zowaar een beetje euforisch van. Koud is het buiten wel nog, maarja, we staan dan ook op meer dan 1400m. Een graad of vijf en een snijdende noordenwind. We maken van het uitstekende weer gebruik om de slaapzakken wat uit te luchten enzo. En daarna héél rustig inpakken. Pas tegen de middag zijn we goed op weg. Een blik op de kaart heeft ons geleerd dat we de komende drie dagen nog nauwelijks 35km moeten afleggen, hoofdzakelijk dalend. Haast is er dus helemaal niet meer.
De eerste kilometers hebben we nog enkele linke sneeuwvlek-oversteken, daarna dalen we stilaan naar het grillig gevormde meer Veivatnet, dat baadt in de middagzon. Het water vertoont erg mooie kleurschakeringen, van diepgroen tot donkerblauw. Wat verder buigt het pad af naar het noorden, waar we nog enkele meren en bruisende watervallen passeren. De paden zijn hier, op enkele kleine modderige stukjes of klauterpartijen na, ook heel wat beter dan tijdens de eerste dagen. In de late namiddag bereiken we Austmannavatnet. We zetten de tent op aan de oever en wassen ons in het ijzige meer. Narillend nuttigen we ons avondmaal. Het is een prachtige avond en tot zonsondergang (rond elf uur) zitten we buiten. Voor het eerst in zeven nachten horen we de regen niet tikken (of neerdonderen) op het tentzeil.
Dag 9 : Austmannavatnet – Stavali – Sotefossen, 14km
Als gisteren goed was, dan was vandaag, tja, nog beter. Geen wolkje gezien van ’s ochtends tot ’s avonds, windstil en vooral : warm. Bijna 25 graden op 1000 meter hoogte, behoorlijk uitzonderlijk op deze breedte. Wat een contrast met 2 dagen geleden. Helaas krijgen de muggen hiervan ’s ochtends en ’s avonds ook een serieuze energieboost. Het eerste stuk van de dag krijgen we een Noorse versie van een “sentier balcon”, met schitterende uitzichten op de rustige meren onder ons. We zitten nu in het uiterste westen van de Vidda en de bergen worden hier nog een stuk ruiger.
Rond de middag bereiken we de hut van Stavali en vanaf hier komen we plots veel meer volk tegen dan we gewend zijn : veel mensen maken een tweedaagse tocht Kinsarvik – Stavali – Lofthus. Met start en aankomst aan de Sorfjord. Over één ding zijn ze het roerend eens : het stukje dat wij nu aanvatten, de afdaling naar de Sorfjord via het dal van de Kinso-rivier, is het spectaculairste dat ze in jaren hebben gezien. Deze rivier, die de hele noordwestelijke Hardangervidda afwatert (en das heel wat water) stort zich via een opeenvolging van vier honderden meters hoge watervallen over enkele kilometers in totaal een kilometer omlaag richting Sorfjord. Thuis hadden we ook al een site gezien waar deze vallei stond ingedeeld bij de 5 mooiste watervallen-sites ter wereld!
We besluiten het eerste deel van deze afdaling vandaag al te doen en zo de 1200 meter dalen over twee dagen te spreiden, temeer ik behoorlijk last krijg aan een overbelaste pees in m’n rechterknieholte. De Voltaren-zalf zijn we helaas thuis vergeten. Plots zien we van achter de berg de eerste waterval te voorschijn komen, Sotefossen. Een dubbele val van in totaal 250 meter hoog die we vanuit de hoogte kunnen overschouwen, een prachtig schouwspel. Wanneer we even later een koningsarend door de vallei zien vliegen is het plaatje compleet. We dalen nog af tot bij de voet van de waterval en zetten pas bij zonsondergang de tent recht. De laatste nacht in de wildernis valt, kalm en rustgevend.
Dag 10 : Sotefossen – Kinsarvik, 8km
We pakken wat vroeger in vandaag, want we willen nog voor de middag Kinsarvik bereiken. Het weer is nog steeds prachtig, zonnig en warm. We dalen verder en passeren al snel de volgende grote waterval, Nykjesoysfossen, zo’n 120 meter hoog. Het uitzicht vanop het pad is niet zo geweldig bij deze waterval. Dat is het wel bij de volgende, Nyastolsfossen. Deze dondert over een breedte van misschien wel 80 meter in totaal meer dan 200 meter naar beneden. We kunnen hem naderen tot op enkele tientallen meters, en dat is griezelig dicht bij zo’n enorme waterval. Elkaar verstaan is hier in elk geval behoorlijk moeilijk. Wat verder, na een vervelend stuk dalen langs een grote stalen buis van de waterkrachtcentrale, ligt de vierde waterval, Tveitafossen. Deze is een kleine honderd meter hoog.
Langs een asfaltbaantje dalen we af richting Kinsarvik. We zijn volledig uit het oog verloren dat het zondag is dus hongeren we nog een avondje. De volgende dag genieten we nog na aan de prachtige fjorden, met een boottochtje onder meer, en doen we ons tegoed aan alle eten dat we 10 dagen hebben moeten missen. Via een dagje Oslo gaat het daarna richting België. Waar we de 19e ’s avonds bij temperaturen van 35 graden aankomen. Juli 2006, inderdaad.
Conclusie
Als ik een tocht over de West Highland Way in Schotland even niet meetel, was dit onze eerste echte trekking. Dat was er op het moment zelf natuurlijk een beetje aan te merken, zo sleurden we achteraf gezien nogal wat nutteloze kilo’s mee. Maar het werd een prachtige en leerrijke tocht. De westelijke Hardangervidda is een behoorlijk gevarieerd gebied dat later zeker nog verder verkend zal worden. Een fan van het echte gebergte zal zich misschien niet helemaal tevreden stellen met deze tocht, maar voor elke andere wandelaar is deze streek aan absolute aanrader!
Transport
Oslo is bereikbaar met het vliegtuig. Wie op tijd boekt raakt met SN voor 100 euro heen en terug. Vanuit Oslo namen we de trein naar Finse (op de lijn naar Bergen). Wie via www.nsb.no een minipris-ticket kan bemachtigen doet deze treinreis voor 199kroon (zowat 25 euro).
Vanuit Kinsarvik namen we de bus naar Geilo (180 kroon), vanwaar we met een minipris-ticket opnieuw tot Oslo spoorden.
Overnachting
Er zijn verschillende berghutten langs het parcours : Finse, Rembesdalseter, Liseth, Viveli, Hedlo, Hadlaskard, Litlos, Torahytten, Stavali. Het is mogelijk de tocht te lopen met overnachting in deze hutten. Hou er rekening dat overnachting meestal zowat 400 kroon kost (ongeveer 50 euro). Leden van DNT krijgen korting. Wij liepen de tocht gewoon met de tent.
Bevoorrading
In principe zijn er geen mogelijkheden tot het inslaan van proviand onderweg. In Fossli/Liseth zijn er enkele kleine winkeltjes en in de berghutten zijn soms maaltijden in blik, pasta en andere basic-zaken verkrijgbaar. Gezien de logistieke moeilijkheden van de berghutbevoorrading én het feit dat dit Noorwegen is kan je je er wel blauw aan betalen. Wij droegen dus eten voor de hele tocht.
Beste periode
Half juli – september.
Schitterend verslag en heel mooie foto’s
Ik ben ook geïnteresseerd om een soortgelijke trekking in noorwegen te houden.
Mocht je nog ervaringen of tips hebben, alvast bedankt!