Vroegwinterse sneeuwschoentocht door het Totes Gebirge
Wahnsinn! Wahnsinn! Wahnsinn!
September verschijnt op de kalender, de zomer bolt naar haar einde en de gedachten verschuiven al naar sneeuw, koude en winter. Waar gaan we deze winter naartoe op onze jaarlijkse eindejaarstrek tussen kerst en nieuw? De voorbije jaren waren we steeds naar de Vogezen geweest en vermits enkelen van ons de bergen van de Elzas al beter schijnen te kennen dan onze eigenste Ardennen komen we gezamelijk al snel tot de conclusie dat we de Vogezen deze winter links zullen laten liggen. Ik stel voor om het spannend te houden en ons nog niet op één gebied vast te pinnen. Vroeg in de winter zijn er immers nog geen zekere sneeuwcondities en als we enkele opties open houden kunnen we de meest geschikte bestemming van het moment uitkiezen. Een top 10 van bestemmingen op minder dan 1000km rijden vanuit België circuleert rond waaruit de Jura, Vercors en het Karwendelgebergte de voorkeur halen.
Maar dan nadert kerstmis en ondanks de stevige winterinval in ons Belgenlandje begint het duidelijk te worden dat het daarentegen maar schaars gesteld is met de sneeuw op al onze top 10 bestemmingen. Er ligt nergens genoeg sneeuw om deftig op sneeuwschoenen te kunnen wandelen, op de meeste plekken heerst er bovendien gevaarlijk slecht weer met tevens dooi en regen en in de Vercors ligt zelfs compleet geen sneeuw meer! Ik stel voor om in aller ijl naar het Totes Gebirge uit te wijken in de oostelijke Alpen, een bestemming die we totaal niet in de lijst hadden opgenomen maar waar de winter nog wel weet aan te houden. Ook daar ligt er echter op het plateau niet veel sneeuw voor de tijd van het jaar, slechts rond 1m maar dat is alvast een pak meer dan elders. Ik besef daarmee al wel dat dit het heel anders lopen zal maken dan bijna 3 jaar terug toen ik solo over het plateau liep met bijna 3m sneeuw. Het Totes Gebirge kan tijdens de vroege winter een bestemming zijn vol gevaarlijke verrassingen.
Tot enkele dagen terug leek het onbegonnen werk om het Totes Gebirge als sneeuwschoenbestemming uit te kiezen. Volgens het lawinebulletin lag er door de aanhoudend koude temperaturen deze maand niets dan opgewaaide diepsneeuw. Bij geluk maakt een korte stevige dooiaanval rond kerstmis nu een einde aan de diepsneeuwsituatie. Als ik het lawinebulletin en de weercondities bestudeer zou het wel eens ideaal lopen kunnen worden. Een dunne laag verse poedersneeuw op de hard aangevroren dooilaag, de reden om het Totes Gebirge toch groen licht te geven als noodbestemming.
Maar toch besef ik dat het met zo weinig sneeuw een moeilijke trekking zal worden. Zo plan ik een tocht met slechts dagafstanden rond 10km. De kans om in een bedolven karstspleet te vallen is bij zo weinig sneeuw ook nog eens erg groot en wie het Totes Gebirge al eens sneeuwvrij heeft gezien weet dat dit pas echt een kaasplateau is met meer gaten dan kaas. Ik waarschuw mijn kompanen al maar dat het erg zwaar zal worden en dat we een touw zullen moeten meedragen in het geval we een slachtoffer uit een karstspleet zullen moeten redden. Ze lijken mijn woorden niet geheel te beseffen.
In de week voor kerstmis slaat het noodlot verder toe. Wim heeft buikgriep en geraakt gelukkig enkele dagen voor vertrek wel hersteld. Maar dan op kerstmis krijgen we slecht nieuws van Bert te horen. Ook hij is ziek geworden en heeft tijdens de nacht krampachtig over de wc gehangen. We wachten af en hopen dat hij snel nog dezelfde dag hersteld. ‘s Avonds beslist Bert om toch mee te gaan. Hij voelt zich nog niet genezen maar heeft tenminste het toilet niet meer hoeven op te zoeken. We beslissen om wat later te vertrekken dan eerder voorzien.
‘s Ochtends op tweede kerstdag spreken we om 10u af bij Lieven thuis om vandaaruit in de Skodamobiel de lange rit naar de Oostenrijkse Alpen aan te vatten. Tot slot van ramp komen Wim en Bert te voet aan. We denken dat ze de grapjas uithangen maar al snel lijkt het bittere ernst. Bert heeft zijn wagen perte totale gereden, geslipt in een bocht vol ijsplekken, knal op een boom geknotst en met het gezicht in de airbags gevlogen. Gelukkig geen ernstige lichamelijke schade. Wim heeft enkel een gekneusde elleboog. Bert daarentegen is vooral van de kaart. De auto ligt helemaal in de prak.
Toch kunnen we snel deze rampsituatie van ons afbuigen. Klokslag twaalf rijden we af. Bert heeft het moeilijk onderweg om het ongeval van zich af te zetten. Bovendien is hij nog ziek en kan niet eten wat hij zou willen. En dan te weten dat deze grote tegenslagen hier nog niet zijn geëindigd voor hem en de groep…
Verslag van den dzjow, 03 januari 2010.
Zo 27 dec: Ramsau (854m) – Schwarzmoossattel (1684m)
Lawinenlagebericht für die Steiermark vom 2009-12-27 07:30
Schlagzeile:
Schneebrettgefahr in den Schattlagen!
Gefahrenbeurteilung:
Allgemein:1
Die Lawinengefahr wird in der Steiermark als gering bewertet. Zu beachten sind allerdings die eingewehten Rinnen und Mulden der Schattlagen, hier liegen auch die Gefahrenstellen! Besonders zu beachten sind Geländekanten im Nordsektor.
Schneedeckenaufbau:
Die gestrige Sonneneinstrahlung wirkte sich positiv auf die Schneedecke aus. Der Setzungsprozess konnte sonnseitig voran schreiten. Lokale Triebschneelinsen liegen in nordausgerichtete Hängen und Mulden. Die Altschneedecke wurde in den letzten Tagen föhnbedingt angefeuchtet. Durch die Abkühlung konnte die Schneedeckenoberfläche in den mittleren Lagen an Festigkeit zulegen. In den Hochlagen schwächen weiche Schichten sowie kantige Formen die Altschneedecke. In Kammnähe gibt es auch Plankeis.
Wetter:
Mit einer nordwestlichen Strömung gelangen immer wieder Wolken in die Steiermark. Heute gibt es einen Mix aus Sonnenschein und Wolken. Kurzandauernde Niederschläge werden am Vormittag im Bereich der Koralpe erwartet. Sonst bleibt es großteils trocken. Die Temperaturen in 2000 m liegen bei -6 Grad. Der Wind lebhaft bis stark aus Nordwest. Heute in der Nacht beginnt es in den Nordalpen zu schneien. Die Neuschneemengen bleiben aber gering.
Tendenz:
Keine wesentliche Änderung der Lawinengefahr.
(Bron: Zentralanstalt für Meteorologie und Geodynamik / Regionalstelle Graz (www.lawine-steiermark.at)
- Afstand: 8.7km
- Duur: 6u15
- Klimmen: 990m
- Dalen: 160m
‘s Avonds laat komen we aan bij de jeugdherberg van Bad Aussee aan de voet van het Totes Gebirge. ‘s Ochtends verdelen we het voedsel, nemen een stevig ontbijt en rijden naar de parking van het kleine skigebied van de Loserhütte te Ramsau (854m). Als we dan de stoeltjeslift naar de hut willen nemen krijgen we de volgende tegenslag te verwerken. “Nur mit Ski!” is het enige wat de uitbaters ons koppig blijven toeroepen. Zelfs smeken en de belofte om een strontdure dagskipas ervoor te kopen helpt niet. Zonder iets wat voor een ski kan doorgaan in de hand kom je de stoeltjeslift niet op.
We talmen niet en maken ons klaar om het hoogteverschil van 650m te voet te overbruggen. De skiërs bekijken ons maar als vreemde vogels na. De kansen om de Wildenseehütte op het plateau vandaag al te bereiken slinken hiermee drastisch. Door het bos klimmen we steil omhoog. Het gaat toch erg vlot. Ook zieke Bert beschikt schijnbaar nog over al zijn krachten. Na een uur klimmen zijn we 450m hoger maar begint de sneeuwlaag plots aanzienlijk dikker te worden. We vinden het pad niet meer onder de sneeuw en zwoegen ons verder omhoog naar een forstweg. Hier aangekomen is het even uitblazen en de sneeuwschoenen eindelijk aantrekken.
Na een kort stuk komen we bij de skipiste uit. We moeten ze een stukje volgen waarbij we al oppassende voor onoplettende skiërs zo naar de Loserhütte (1497m) klimmen. Ondanks dat deze hut een hut van het Oeav (Oestereichischer Alpenverein) is, is het ‘s winters een pure skihut. We blazen even uit op het terras tussen de skiërs met een mooi zicht op het Dachstein Massief aan de overkant van de vallei. Het is zonnig weer maar er staat wel een koude wind.
Na de middagpauze zetten we verder en kunnen nog even de dichtgesneeuwde asfaltweg volgen die niet veel verder ten einde loopt bij de Loseralm (1590m). Vanaf nu trekken we eindelijk de wildernis in en laten skidrukte en beschaving achter ons. De route naar het plateau van het Totes Gebirge over de skipistes van de Loserhütte mag dan wel onaantrekkelijk zijn door die skidrukte, het is de enige relatief gemakkelijke route naar het plateau en de enige die nagenoeg 100% lawinesave is.
Ondanks dat het erg aangenaam loopt op de wintersneeuw (de harde onderlaag is een echte zegen en we zakken nooit dieper dan 10-20cm weg in de sneeuw) vlot het toch langs geen kanten. Het frustreert me wat vanbinnen maar ik laat niets merken aan mijn tochtgenoten. Wim moet elke 50m halt houden omdat zijn schoen uit zijn TSL schiet. Na vele stops kunnen we zijn TSL’s eindelijk redelijk naar zijn schoenen afstellen en blijft hij van uitschieters gepaard. Maar dan wanneer ik denk dat we eindelijk goed kunnen gaan opschieten begint de fysieke zwakte van Bert op te steken. De jongen heeft nu in twee dagen nauwelijks gegeten en zit er bijna door. Lieven en Wim geraken ook niet snel vooruit. Telkens ik 100m afleg tegen een voor mezelf rustig tempo liggen ze 50m verder achterop.
Het is al 15u00 wanneer we de Bräuningalm (1609m) bereiken. Als ik bedenk dat we precies 2u nodig hebben gehad om over de 2,5km afstand van de Loserhütte deze alm te bereiken weet ik dat we deze nacht in de tent zullen moeten slapen en dat het morgen zelfs nog moeilijk wordt om de ongeveer 9km verderop gelegen Wildenseehütte of Albert-Appel-Haus te bereiken voor zonsondergang. Wat een tegenslag! Het plan was om één van deze hutten vandaag al te bereiken. Een tocht tot helemaal bij de Pühringerhütte zit er met deze groep absoluut niet in. Hadden we de stoeltjeslift maar kunnen gebruiken.
Ik wil doorzetten bij de Bräuningalm om vandaag toch nog zo ver mogelijk te geraken zodat we morgen de Wildenseehütte of het Alber-Appel-Haus voor zonsondergang kunnen bereiken maar de groep denkt er anders over en neemt weer een pauze. Ik zwijg maar over de situatie, bessefende dat de kans bestaat de ze er nu al de brui aan willen geven als ik zou uitleggen waar ze voor staan. Wanneer we weer op gang schieten roept een toevallige zondagse toerskiërs ons de vraag toe wat we van plan zijn. “Albert-Appel-Haus!” roep ik hem toe waarop ik zijn gezicht al scheel zie draaien. “Das ist noch fünf oder sechs stünden! Das ist ünmöchlich!” “Weiss ich!” roep ik hem nors toe en loop verder. Maar natuurlijk moet Bert er het fijne van weten en laat de ongeruste Oostenrijker naderbij komen. Uiteindelijk is hij gerust gesteld als Bert laat vallen dat we tenten bij ons hebben. Wanneer de Oostenrijker verder terugkeert naar het skigebied kan ik niet anders dan de woorden van hem bevestigen tegen de groep. “Ja jongens we zullen deze nacht in de tent moeten slapen maar ik zou graag nog zo ver mogelijk geraken dat we morgen nog één van de hutten kunnen bereiken.” Bij Lieven schiet de schrik er al in, hij zou nog liever dood vallen dan in een tent in de sneeuw te moeten slapen, maar als het niet anders kan dan kan het nu eenmaal niet anders.
De laatste kilometer naar het Schwarzmoossattel (1684m) loopt erg moeizaam en Bert staat vaak voorovergebogen over zijn stokken uit te hijgen. Uiteindelijk slagen we erin om na meer dan een uur het 1km verder gelegen Schwarzmoossattel te bereiken. Ik ben al bezig met een vlakke plek in de sneeuw uit te graven voor de tenten wanneer de rest in mijn sporen volgend de bivakplek bereikt.
We stellen de tenten op en graven buiten een kuil om te zitten en het avondmaal te bereiden. Lieven krijgt het erg koud buiten en trekt meteen de slaapzak in wanneer zijn buik gevuld is. We volgen niet veel later. Wanneer Lieven en ik een tijdje in de Vaude Taurus II liggen duidt de thermometer -2°c aan. Buiten is het wellicht nog een stuk kouder want de tent zit goed dicht gestopt in de sneeuw. ‘s Nachts begint het wat te waaien en te sneeuwen.
Ma 28 dec: Schwarzmoossattel (1684m) – Wildenseehütte (1521m)
Lawinenlagebericht für die Steiermark vom 2009-12-28 07:30
Schlagzeile:
Schneebrettgefahr in den Schattlagen!
Gefahrenbeurteilung:
Allgemein:1
Die Lawinengefahr wird in der Steiermark als gering bewertet. Zu beachten sind allerdings die eingewehten Rinnen und Mulden der Schattlagen, hier liegen auch die Gefahrenstellen! Besonders zu beachten sind Geländekanten im Nordsektor.
Schneedeckenaufbau:
Der Setzungsprozess konnte sonnseitig voran schreiten. Lokale Triebschneelinsen liegen in nordausgerichtete Hängen und Mulden. Älterer Triebschnee liegt auf den harten Harschdeckel vom Oktober auf. Durch die Abkühlung konnte die Schneedeckenoberfläche in den mittleren Lagen an Festigkeit zulegen. In den Hochlagen schwächen weiche Schichten sowie kantige Formen die Altschneedecke. In Kammnähe gibt es auch Plankeis.
Wetter:
Mit einer westlichen Strömung gelangen am Vormittag noch einige Wolkenfelder in die Obersteiermark. Es schneit noch ein wenig. Die Neuschneemengen sind aber nicht recht üppig. Südlich der Mur- Mürzfurche scheint länger die Sonne. Während des Tages lockert es auch im Norden der Steiermark auf. Am späten Nachmittag ziehen Wolkenfelder aus Südwest auf. Die Temperaturen in 2000 m liegen bei -7 Grad. Der Wind weht mäßig im Osten auch lebhaft aus westlichen Richtungen. Etwas Neuschnee wird am Beginn des neuen Jahr erwartet.
Tendenz:
Keine wesentliche Änderung der Lawinengefahr.
(Bron: Zentralanstalt für Meteorologie und Geodynamik / Regionalstelle Graz (www.lawine-steiermark.at)
- Afstand: 7.2km
- Duur: 7u00
- Klimmen: 380m
- Dalen: 520m
De volgende ochtend ontwaken we met natte slaapzakken en onder mijn matje wordt een zee van water ontdekt. Zouden we dit allemaal hebben uitgeademd deze nacht? We ontbijten vanuit de slaapzak en trekken dan naar buiten. Bert en Wim volgen wat later. Buiten waait er soms een stevige bries doorheen het zadel die de vers gevallen sneeuwlaag hoog doet opwaaien en het zicht telkens herleidt tot enkele meters, af en toe ontstaan er snow devils. Mooi om te zien maar telkens zo’n ding onze tenten uitkiest op zijn pad moeten we even ogen dichtknijpen want we krijgen alle stuifsneeuw in het gezicht. Het is betrokken en het sneeuwt nog lichtjes. Er is zo’n 10cm nieuwe sneeuw gevallen vannacht. Tegen de achterkant van de tenten licht het al redelijk opgewaaid.
We vertrekken en krijgen op het zadel na een korte maar zeer steile klim een zicht over het uiterste westelijk deel van het plateau waar lage wolken tegen de hogere delen aanschuren. We zetten verder en proberen de markeringen van de winterroute te vinden. Nabij de bivakplek vonden we de eerste stokken in de sneeuw die de route van de Bräuningalm naar de Wildenseehütte markeert, maar achter het zadel vinden we niets meer. We slalommen doorheen het karstreliëf. Het plateau heeft een heel andere aanblik dan 3 jaar geleden in april. Nu ligt er zo weinig sneeuw dat kalksteenrichels en struiken nog niet geheel bedolven liggen onder het sneeuwdek. Bovendien botsen we links en rechts op ontelbare karstgaten waarvan sommigen zwarte gaten die de toegang vormen tot het grottensysteem onder het Totes Gebirge.
Wim ontdekt hogerop een steenman. We beslissen om er naartoe te gaan want misschien maakt die wel deel uit van de wintermarkering. Maar wanneer we bij de steenman toe komen vinden we geen verdere markeringen meer. Waar staan die palen verdomme? Positie bepalen op de kaart is nu erg moeilijk door de laaghangende wolken en het matige zicht. Ik neem de GPS erbij om te checken. We zitten pal op de juiste route. Dan maar onze eigen weg verder zetten en regelmatig op de GPS checken.
Onze weg wordt versperd door een diepe karstkloof waarover zich reeds enkele sneeuwbruggen gevormd hebben. Ik besluit om in de kloof af te dalen en over de eerste sneeuwbrug te trekken. Ik zie mijn tochtgenoten al denken, in wat voor toestanden heeft hij ons nu weer gebracht. Met de weinige sneeuw is het karstlandschap indrukwekkend maar het oogt tevens erg gevaarlijk. Als we de uitstekende struikjes wegdenken lijkt het wel alsof we op een immense gletsjer lopen, laverend langsheen ontelbare spleten en gaten. Ik spoor constant voorop, het beste traject uitkiezend tussen de gaten en uitkijkend om over geen bedolven gat uit te komen.
Een eind verder merken we een paal van de wintermarkering op boven op een rotsrichel. We besluiten ernaartoe te gaan en moeten ervoor een hele omweg maken om een reeks diepe dolines te omzeilen. Onderweg gebeurt het dan dat Lieven plots met zijn linker been wegzakt in een bedolven karstspleet. Gelukkig is het geen brede spleet en kan hij er op zijn eentje gemakkelijk terug uit geraken. We zetten verder.
Bij de eerste paal aangekomen houden we een korte pauze en eten onze mandarijntjes op. Een stukje hogerop tegen de rotsrichel aan zien we dan de volgende palen voor ons uit staan op het plateau. Een goede zaak want zo hoef ik niet meer om het kwartier de GPS uit mijn broekzak te halen. We lopen verder door het karstreliëf en na paal twee gepasseerd te zijn komen we voor een helling te staan waar we de volgende palen op zien staan. De helling ziet er redelijk steil uit en niet gemakkelijk op te raken door alle uitstekende struiken. Om op de best ogende route te geraken op de helling moeten we een doline door waar wel een stuk of zeven karstgaten op de loer liggen. Ik laveer tussen de gaten door doorheen de doline en kan niets anders dan tot op twee meter van de gaten langs trekken.
Wanneer ikzelf en Lieven voorbij het gat zijn getrokken gebeurt het dan. Plots hoor ik achter me Bert luidt roepen: “Whaaaaa!!!” en het geluid verdwijnt in de grond. Ik kijk ogenblikkelijk achterom en zie enkel Lieven en Wim in mijn sporen staan. “Waar is Bert!” roep ik. “Bert is door de sneeuw gezakt!” roept Wim. Wim is er als eerste bij en vindt Bert in het karstgat geklemd met nog een hele hoop sneeuw op zich. Zijn hoofd zit een meter onder de grond. Het gat wordt achter zich breder en daar zien we de bodem gapen op naar schatting zo’n 8m diep. Ik zie meteen dat dit bittere ernst is en haal vliegensvlug het touw uit mijn rugzak. Bert roept om snel te zijn. Hij lijkt met zijn sneeuwschoenen vast geklemd te zitten. Zijn neus en mond hangen vol bloed. Ik maak een lus in het touw en beveel hem zijn hand er in te leggen. We proberen met z’n drieën eens te trekken maar natuurlijk komt er nog geen millimeter schot in de zaak. Als we maar geen helikopter moeten bellen denk ik al bij mezelf. Het lijkt erop dat we takeltechnieken moeten gaan toepassen om hem eruit te krijgen. Toch eerst nog iets anders proberen. Wim en Lieven houden het touw strak zodat Bert niet verder weg kan zakken. Ik ga op mijn buik liggen in de sneeuw en kan zo met mijn arm uitgestrekt in het gat net Bert zijn rugzak vast nemen aan de lits. We trekken simultaan zo hard we kunnen. Het lukt! We krijgen hem omhoog getild. Maar dan breekt plots de lits van de rugzak door en Bert valt weer een halve meter omlaag het gat in. Ik probeer dieper het gat in te komen en kan zo toch één van de schouderbanden van zijn rugzak beet nemen. We verzamelen weer al onze krachten en krijgen de 100kg naar omhoog gehesen. Wanneer Bert met zijn armen langs de rand van het gat kan mee duwen is hij er snel uit.
De adrenaline puilt uit zijn lijf. We verzorgen zijn bloedneus en laten hem bekomen. Al een geluk dat we hem er uiteindelijk nog zo vlot uit hebben gekregen. Hij moest maar eens dieper zijn gezakt en daar beneden 8m diep hebben gelegen. Toch, Bert blijft de tegenslagen maar opstapelen. Ziek, auto perte totale en nu in een karstspleet gevallen. Wanneer de val wat verwerkt is besluiten we om de doline niet meer verder door te trekken langsheen die andere gaten. We nemen de kortste weg naar veiligere oorden maar spijtig genoeg hebben we daardoor wel een erg zwaar stuk te nemen om de helling te kunnen overbruggen.
Ik spoor constant voorop. Regelmatig wordt het zo steil dat ik de helling terug af schuif over de harde onderlaag. Op de sneeuwschoenklauw proberen we omhoog te klimmen. En dan staan we weer eens voor een diepe onoverbrugbare put die op de helling ligt. Klimmen we tussen de struiken steil omhoog, ons omhoog trekkend aan de takken. Wat een rotstuk! Wanneer het zwaartste voorbij is nemen we de middagpauze. Het is nu al een tijdje gestopt met sneeuwen en regelmatig trekken zonnestralen door de wolken over het plateau, de sneeuw fel oplichtend. Het zicht is mooi maar ik geloof niet dat er erg van genoten wordt. Bij mijn tochtgenoten lijkt het vooral tijd om weer op effen te komen.
Na de middagpauze klimmen we gestaag verder waarbij we om de 100 à 200m wel een paal terug vinden. Naarmate we hoger klimmen verdwijnen de struikjes en komen bloot gewaaide kalksteenrotsen in de plaats. Ik merk dat we regelmatig over lapiazvelden trekken. Dat is weer erg oppassen want in zo’n veld zitten ontelbare smalle karstspleten verborgen. Hier en daar ontdek ik een klein gat in de sneeuw. Als ik het met een leki open maak verschijnt er een lange diepe spleet. Wanneer we bij zo’n spleet even halt houden en ik de rest attent maak op de aanwezigheid van de spleet onder de sneeuw gaat Bert, de jongen die voor het ongeluk geboren lijkt deze week, er toch niet pardoes op staan. Zijn sneeuwschoen zakt er niet diep in weg maar raakt wel geklemd. Met Wim’s hulp raakt hij weer recht.
Achter de bergrug loert het zadel onder Rauchfang (1976m). Door dat zadel moeten we doorsteken en volgt de lange afdaling naar de Wildenseehütte. Het laatste stuk naar het zadel loopt over afgeblazen sneeuw en slalommend langsheen lapiazvelden, en diepe karstkloven waarbij we met succes de smalle karstkloven kunnen vermijden. Op het zadel aangekomen verschijnt voor mij het mooiste zicht dat ik al in het Totesgebirge heb mogen aanschouwen, een weidse blik over het centrale deel van het plateau met vooraan de uitgestrekte met naaldbomen beklede depressie waarop ergens de Wildenseealm ligt en aan de horizon ontelbare bergtoppen die enkele honderden meters uit het plateau opsteken en waarvan de helft met hun top in de over schurende wolken hangen. We gaan er even bij zitten beschut tegen de wind achter een rots. Iedereen is onder de indruk van het uitzicht maar van de afdaling die voor ons loert krijgen sommigen het weer meteen op de heupen. Een diep karstdal loopt frontaal naar het zadel toe maar zit vol met dolines en bulten, een doolhof om door naar beneden te trekken.
Op weg probeer ik het beste traject te volgen. Dat we daarbij enkele erg steile passages moeten nemen kunnen we niet vermijden. Soms schuiven we een heel stuk naar beneden en laveren dan weer langs diepe dolines en enkele karstgaten. Het gaat niet snel vooruit en ik moet telkens wachten tot de rest weer bij komt. Ik merk dat ze met schrik in de benen lopen, schrik om weer door de sneeuw in een gat te vallen.
In het karstdal verschijnen weer meer en meer struiken en moeten we af en toe steil over hun takken verder afdalen. Wim valt een keer pardoes voorover in de sneeuw. Het karstdal geeft uit op een laatste steile afdaling naar de grote depressie op het plateau. We maken de gekste kronkels om ons een weg te banen door het karstreliëf. Wanneer we tussen de naaldbomen uit komen valt de nacht. Bert is weer volledig uitgeput en geraakt geïrriteerd. Het is echt niet ver meer tot de Wildenseehütte. We hopen dat we er binnen kunnen want voor deze hut is een AV-sleutel nodig en die hebben we niet kunnen bemachtigen. Indien de hut op slot is moeten we uitwijken naar de winterraum van het bijna anderhalve kilometer verderop gelegen Albert-Appel-Haus.
Na een eindje door de naaldbomen te lopen stuiten we op een sneeuwschoenspoor. We volgen het en komen achter de heuvel op de Wildenseealm aan waar we de Wildenseehütte (1521m) frontaal voor onze neus zien liggen. Er brandt licht! Er zit al volk binnen. Wat een geluk want zo kunnen we zeker binnen. Alleen maar hopen dat er nu nog plaats voor ons is.
Bij de hut gaat Bert als eerste naar binnen. Een groep met 6 locals, vijf mannen en een vrouw, allen afkomstig uit het dorp Altaussee beneden in het dal vult de hut. Ze verwelkomen ons vriendelijk en maken plaats. Ze hebben de hut bereikt op sneeuwschoenen over de zomerroutte langs het meer. Dat stelt ons gerust want de steile route bleef voor ons een vraagteken of ze goed te overbruggen zou zijn. Binnen is het warm en gezellig. De grote kachel brandt fel. We installeren ons en maken het avondmaal klaar, zelf gedroogde kip-currie met groenten. De Oostenrijkse vrouw is onder de indruk van de maaltijd.
We vertellen wat we die dag hebben meegemaakt en dat Bert in een diepe karstspleet gevallen is. “Wahnsinn! Wahnsinn! Wahnsinn!” is het antwoord. Er ligt erg weinig sneeuw voor de tijd van het jaar vertellen ze ons. In de maand oktober lag er al zo goed als 2m sneeuw maar tijdens november heeft het meer gedooid dan er nog sneeuw bij viel. Met zo weinig sneeuw is het erg gevaarlijk op het plateau weten ze ons te vertellen. Laat op de winter wanneer er veel sneeuw ligt is het heel wat veiliger, de karstgaten liggen dicht en het sneeuwdek op het karstreliëf ligt uitgevlakt. Ik moet zeggen dat de vergelijking met april 2007 alvast een wereld van verschil is. Toen had ik op heel mijn 8-daagse slechts één enkel karstgat open zien liggen op het plateau. Vandaag moeten we er wel honderden zijn gepasseerd!
Een hele tijd later merkt één van de locals door het raam nog een hooflamp op onder het zadel. Er is nog volk op komst. Zo goed als een uur later strompeld een Duits koppel uit Dresden de hut binnen. Ze hebben onze route vandaag gevolgd door het zadel op toerski’s. Vrijwel tegelijkertijd komt een tweede koppel aan. Zij zijn ook op sneeuwschoenen. Wat een volk! We zijn nu met veertienen in de hut. Tussen kerst en nieuw is het hier nooit leeg vertelt één van de locals. “Je kan dan gerust naar boven gaan zonder sleutel want elk jaar komen wij hier naar de hut 27-29 december.” Goed om weten!
De locals zitten al goed aan de drank. Vier van hen beslissen om naar het Albert-Appel-Haus te gaan. Daar is er bier en wijn aanwezig! Ze stellen voor om mee te gaan maar na wat twijfel beslissen we om in de Wildenseehütte te blijven. We hebben al hard genoeg afgezien voor vandaag. Eén van hen stelt voor om bier voor ons mee te brengen op de terugtocht zodat we nog een slaapmutje kunnen drinken. Zo gezegd zo gedaan. Met z’n tienen blijven we achter en we geraken aan de praat met het Duits koppel en bediscussiëren wat nu het gemakkelijkst zou zijn om in deze omstandigheden over het plateau te trekken: ski’s of sneeuwschoenen? De Duitser houdt het steevast op ski’s ook al vertelt hij dat ze erg verrast werden op het zadel en dat ze in plaats van de tien minuten naar beneden skiën op de afdaling zoals ze verwacht hadden, er net uren over hebben gedaan omdat ze nog voor geen tien meter konden blijven skiën door het karstreliëf.
Wanneer het negen uur gepasseerd is gaat iedereen slapen in de slaapruimte maar wij wachten nog op ons bier. Waar blijft die Oostenrijker met ons bier? Tegen tienen nog geen volk en we beslissen om ook te gaan slapen. Net wanneer we tien minuten in de stapelbedden liggen horen we de zatte loete binnen vallen. Snel vallen we in slaap. Echter heel de nacht blijft het niet duren. De Oostenrijkers hebben de deur open laten staan en zo verplaatst al de warmte van de kachel zich in de frisse slaapruimte. We slapen niet goed meer door al het zweten.
Di 29 dec: Wildenseehütte (1521m) – Albert-Appel-Haus (1638m)
Lawinenlagebericht für die Steiermark vom 2009-12-29 07:30
Schlagzeile:
Lokale frische Einwehungen in Ost- und Südhängen!
Gefahrenbeurteilung:
Allgemein:1
In der Steiermark herrscht weiterhin geringe Lawinengefahr. Zu beachten sind die eingewehten Rinnen und Mulden der Schattlagen, hier liegen auch die Gefahrenstellen! In Kammnähe sind im Osten und Süden lokale Triebschneeablagerungen entstanden. Diese sind spezifisch zu hinterfragen.
Schneedeckenaufbau:
Die Schneedeckenoberfläche ist je nach Höhenlage und Hangexposition pulvrig bis sehr hart. Lokale Triebschneelinsen liegen in nordausgerichteten Hängen und Mulden. Älterer Triebschnee liegt auf den harten Harschdeckel vom Oktober auf. In den Hochlagen schwächen weiche Schichten sowie kantige Formen die Altschneedecke. In Kammnähe gibt es auch Plankeis.
Wetter:
Mit einer westlichen Strömung werden Wolken einer Warmfront in die Steiermark geführt. Am Vormittag ist es großteils noch sonnig, während des Tages werden die Wolken dichter. Schneeflocken werden nur im Bereich des Dachstein erwartet. Die Temperaturen in 2000 m steigen auf 0 Grad an. Der Wind weht schwach bis mäßig aus westlichen Richtungen. Morgen bleibt es mild.
Tendenz:
Keine wesentliche Änderung der Lawinengefahr.
(Bron: Zentralanstalt für Meteorologie und Geodynamik / Regionalstelle Graz (www.lawine-steiermark.at)
- Afstand: 1.3km (+4.2km Redender Stein)
- Duur: 0u30 (+1u30 Redender Stein)
- Klimmen: 130m (+290m Redender Stein)
- Dalen: 30m (+290m Redender Stein)
- Bergtoppen: Redender Stein (1902m)
Het oorspronkelijke plan om op het plateau een lus te maken via de Pühringerhütte zit er al lang niet meer in. De geplande eerste dag heeft ons twee dagen gekost. Vandaar is de beslissing gemaakt om vandaag naar het wat verderop gelegen Albert-Appel-Haus te trekken en vandaaruit een dichtbij gelegen interessante plek aan te doen. De locals hebben ons al een mooie tip gegeven die luistert naar de naam Redender Stein (1902m) een steile bergtop op de westkant van een hogbackrug op het plateau die op het eerste zicht op de kaart nogal steil lijkt om ‘s winters te beklimmen. We zullen wel zien wat het wordt.
‘s Morgens zijn de Oostenrijkers er al weer als eerste uit. Zij dalen vandaag weer af naar hun huisjes in Altaussee. Wij komen een tijdje later tevoorschijn terwijl de andere hutbewoners ons na enige tijd ook volgen. Er wordt afscheid genomen en we zijn op weg. Het is mooi weer en de zon schijnt volop maar ik weet al dat dit niet heel de dag zal gaan duren. Volgens de Oostenrijkers is het Albert-Appel-Haus slechts 20 minuten lopen tussen de naaldbomen. We volgen hun sporen en komen precies na een half uur bij de hut aan. Het Appel-Haus is een grote hut waarvan ‘s winters slechts een kleine winterraum geopend is die plek bergt voor 8 personen, maar dan zit het wel echt stampvol. We trekken naar binnen, installeren ons materiaal en brengen de kachel op gang. Daarna is het al tijd voor het middagmaal. Intussen verslechtert het weer buiten en de zon kruipt weg achter de opzettende wolken. Ik trek naar buiten om de omgeving rond de hut te verkennen. De top van Redender Stein met het topkruis is goed zichtbaar van aan de hut. Niet veel later begint het te sneeuwen.
Weer binnen roep ik tegen mijn metgezellen: “Jullie mogen doen wat jullie willen maar ik blijf niet voor de rest van de dag in de hut zitten. Ik ga Redender Stein op gaan. Wie wil gaat maar mee.” Zo gebeurt het dat we rond één uur met z’n allen naar buiten trekken in matige sneeuwval.
We kunnen het spoor van de Oostenrijkers nog goed volgen. Zij zijn eergisteren de berg op gegaan. Ik zet er nogal stevig de pas in. Het begint vrij heftig te sneeuwen en het zicht rijkt niet ver over het plateau. Toch blijft het topkruis van Redender Stein zichtbaar door de sneeuwvlokken door. Bert en Wim roepen plots dat ze niet meer volgen. Lieven en ik gaan nog een eindje door totdat ook Lieven besluit om terug te keren voor de sporen door de hevige sneeuwval zullen dichtgesneeuwd zijn. Uiteindelijk zet ik solo door naar de top ondanks de gedachten dat ik boven uitzicht zal krijgen op een grijze muur door de sneeuwval.
De route is best smakelijk. Over enkele steile stukken bereik ik de zuidwestkam waarover het laverend tussen de uitstekende struikjes matig steil verder klimt. Een groep van 6 gemzen vlucht een eind verder van me weg door de sneeuw. De laatste tien meters tot de top verlopen zeer steil maar ik geraak probleemloos boven.
Op de top blijft het nog sneeuwen en waait het hard zodat ik mijn donsjas aantrek. Aanvankelijk zie ik niks van het plateau rondom. Toch kan ik in het westen door de sneeuwvlokken door bergen ontwaren. Een opklaring wordt ginds zichtbaar en breidt zich redelijk snel in mijn richting uit. De sneeuwval zwakt af en een uur later wordt heel het plateau zichtbaar met nog restwolken die rond de top van Grosser Woising en de oostelijke toppen van het Totes Gebirge blijven hangen. Wie had die weersverbetering zo snel verwacht! In het zuiden achter de Alpenhoofdkam wordt het volledig helder en de zon weet zo de bergen van de Niedere Tauern te beschijnen. Ondanks de koude wind blijf ik ongeveer twee uur lang op de top rondhangen en de omgeving te beturen en te fotograferen. Ook zet ik mijn naam in het Gipfelbuch. De Oostenrijkers eergisteren en ik vandaag zijn de enige bezoekers van de top deze maand.
Wanneer de zon zo goed als weg zakt achter het Dachstein Massief en de bewolking weer toeneemt trek ik weer naar beneden. Onderweg begint het weer te sneeuwen. Het is duidelijk natte sneeuw en de toplaag van het sneeuwdek is ook nat en plakkerig geworden wanneer ik dichter tot de hut nader. Regelmatig moet ik de aangekoekte sneeuw onder de sneeuwschoenen eraf kloppen. Bij de hut aangekomen zet de nacht zich alweer in. De thermometer aan de hut duidt +1°c aan.
Ik trek naar binnen en zet me bij mijn metgezellen die er al een gezellige avond zijn van aan het maken. We eten rustig, drinken wat bier en gaan laat slapen terwijl het buiten stilletjes verder dooit.
Wo 30 dec: Albert-Appel-Haus (1638m) – Altaussee (727m)
Lawinenlagebericht für die Steiermark vom 2009-12-30 07:30
Schlagzeile:
Wenig Änderung der Lawinensituation – Schneebrettauslösung in den Nordsektoren der Hochlagen möglich!
Gefahrenbeurteilung:
Allgemein:1
In der Steiermark herrscht weiterhin geringe Lawinengefahr. Zu beachten sind die eingewehten Rinnen und Mulden der Schattlagen, hier liegen auch die Gefahrenstellen!
Schneedeckenaufbau:
Die Schneedeckenoberfläche ist je nach Höhenlage und Hangexposition pulvrig bis sehr hart. In den mittleren Lagen wurde der Schnee durch die milden Temperaturen etwas angefeuchtet. Lokale Triebschneelinsen liegen in nordausgerichteten Hängen und Mulden. Älterer Triebschnee liegt auf den harten Harschdeckel vom Oktober auf. In den Hochlagen schwächen weiche Schichten sowie kantige Formen die Altschneedecke.
Wetter:
Mit einer südwestlichen Strömung werden Wolken in die Steiermark geführt. Heute ist es wechselnd bewölkt und die Sonne zeigt sich immer wieder während des Tages. Am Nachmittag werden die Wolken dichter. Am Abend greifen einige Schneeschauer auf die Steiermark über. Die Schneefallgrenze liegt bei 1100 m. Mehr als 5 cm Neuschnee wird nicht erwartet. Es bleibt mild in der Höhe. Die Temperaturen in 2000 m liegen bei 0 Grad. Morgen gibt es Sonne und Wolken. Am Abend ist mit etwas Neuschnee zu rechnen.
Tendenz:
Noch wird keine wesentliche Änderung der Lawinengefahr erwartet.
(Bron: Zentralanstalt für Meteorologie und Geodynamik / Regionalstelle Graz (www.lawine-steiermark.at)
- Afstand: 13.3km
- Duur: 5u10
- Klimmen: 490m
- Dalen: 1400m
Die ochtend is het weer zonnig. We ontbijten en pakken rustig in. Het is 0°c aan de hut. De bovenlaag van de sneeuw is tot een korst aangevroren. Waar de zon de sneeuw beschijnt wordt alles alweer vochtig. Vandaag zullen we afdalen naar Altaussee over de zomerroute die de Oostenrijkers ons aangeraden hebben. Daarvoor kunnen we terugkeren naar de Wildenseehütte en hun spoor van daaruit volgen maar ik opteer om ons eigen spoor te banen door de sneeuw richting Augstwiesen, een diepe en uitgestrekte doline, eigenlijk nog meer een karstdal dat het allerlaagste punt vormt op het hele plateau.
Het sporen loopt aanvankelijk vlot maar verder weg botsen we op vele dolines die we in moeten dalen en weer uit klimmen. Na zo’n laatste lastige doline komen we aan de steile afdaling tussen de naaldbomen naar de Augstwiesen. Het karstdal is gevuld met mist, een mooi zicht. Beneden verdwijnen we voor even in de mist. Aan de overkant van het karstdal klimmen we de mist weer uit en via een systeem van aaneengeloten dolines bereiken we zo het Hochklapfsattel (1498m), een col tussen het karstdal en de afgrond van het plateau richting Altaussee. We dalen steil af onder de verticale rotswanden. Bij veel sneeuw zal deze toegang tot het plateau met sneeuwschoenen toch niet even makkelijk zijn. Al zigzaggend dalen we verder af door het naaldwoud en na lange tijd bereiken we zo beneden de Altaussee (712m), één van de vele grote meren aan de voet van het bastion van het Totes Gebirge. Vele dagjesmensen wandelen rond aan de oever van het meer. We zetten door naar het gelijknamige dorp op de westflank van het meer. Het is rond drie uur wanneer we hier toekomen.
Onze wagen staat nog kilometers verderop geparkeerd bij het skigebied. We besluiten de bus te nemen die niet veel later voorbij komt. Bij de auto proppen we alles weer in de koffer en rijden weer huiswaarts. Onderweg overnachten we in de jeugdherberg van de Middeleeuwse stad Nürnberg. We verkennen nog kort het stadscentrum en gaan slapen om op oudjaar het laatste stukje door aanhoudende regen en mist naar huis af te leggen. Onze jaarlijkse groepswintertrekking zit er alweer op, één die mijn tochtgenoten beslist niet snel zullen vergeten.
Conclusie
Het Totesgebirge is een geval apart onder de kalksteenplateaus in de Alpen. Het is veel geaccidenteerder en uitdagender dan de populaire Vercors. Ook al lijkt het plateau niet zo groot, je kan hier dagenlang op rondzwerven vermits het terrein meestal zo zwaar is dat je meestal geen grote dagafstanden kunt afleggen op sneeuwschoenen. Zelf blijf ik het persoonlijk één van de mooiste plateaus vinden in de Alpen, mooier dan de Vercors en mijn tochtgenoten spreken over het mooiste uitzicht wat ze ooit al in hun leven gezien hebben toen ze op het zadel onder de Rauchfang het plateau overzagen. Anderzijds is het niet meteen een gebied om mee te beginnen als je nog geen ervaring hebt met zwaardere wintertrekkings vermits het terrein je hier aan grote uitdagingen en gevaren kan bloot stellen. Ook je conditie en uithouding moet erg goed zijn of je geraakt hier niet ver vooruit op de sneeuw. Achteraf gezien was de moeilijkheid van het terrein en de gevaren door de weinige sneeuw nog veel groter dan ik me voor vertrek had ingebeeld.
HET TOTES GEBIRGE
Het Totes Gebirge is een kalksteengebergte met een plateaukarakter in de oostelijke Alpen, gelegen in de Oostenrijkse provincies Oberösterreich en Steiermark. Het gebergte meet zo’n 40 bij 15km waarvan het plateau zelf een lengte heeft van 20km in oost-west richting en in noord-zuid richting tussen 4 en 15km breed is. De hoogte van het plateau varieert tussen 1400 en 2100m met daarop vele bergkammen en enkele geïsoleerde bergtoppen waarvan de Großer Priel (2515m) op de noordoostrand de hoogste top vormt. In het oosten bestaat het Totes Gebirge uit een lange bergrug, de Warscheneck Gruppe, met op de zuidflank een lang smal verder lopend plateau. Het plateau is erg sterk verkarst en kent in de ondergrond een uitgebreid grottensysteem.
KLIMAAT EN SNEEUWCONDITIES
Het klimaat in de Oostelijke Alpen is veel continentaler in vergelijking met de Westelijke Alpen. De wintertemperatuur op het plateau van het Totes Gebirge ligt dan ook gemiddeld 6° lager dan op vergelijkbare hoogte in de Vercors waardoor er hier in de regel ook vroeger in de herfst sneeuw valt en die in de lente langer blijft liggen dan in de Vercors. Typisch voor kalksteenplateaus zijn de extreem lage temperaturen die kunnen optreden in de karstdepressies. De laagste temperatuurrecords in Centraal-Europa zijn allen gevestigd in karstdepressies in de Oostelijke Kalkalpen (-53° op de Gstettneralm ten oosten van Totesgebirge, -46° aan de Funtensee op het Steinernes Meer). Ook op het plateau van het Totesgebirge treden er ongetwijfeld elke winter temperaturen op die onder -30° duiken, zoals in het karstdal van de Augstwiesen. Dit gebeurt voornamelijk bij opeenvolgende wolkenloze nachten met weinig wind in de periode december tot februari. Het is daarom raadzaam om bij een stabiel weertype niet in karstdepressies te bivakkeren.
In de loop van oktober/november wordt het wintersneeuwdek op het plateau gevormd. Sommige winters valt er meteen veel sneeuw en worden karstspleten en karstgaten vrij snel bedolven. Af en toe gebeurt het dat het sneeuwdek slechts gestaag aangroeit en kan het lang gevaarlijk blijven op het plateau doordat er zich slechts zwakke sneeuwbruggen vormen over de karstspleten. Bij weinig sneeuw volgt het sneeuwdek nog sterk het grillige onderliggende karstreliëf wat het moeilijk laveren maakt over het plateau. Pas wanneer er zich in de regel een sneeuwdek van meer dan 2m heeft gevormd wordt het gemakkelijker en veiliger om over het plateau te lopen. Wanneer het sneeuwdek die veilige marge nog niet heeft bereikt is het sterk aangeraden om al het materiaal mee te nemen (touw, pickel, bandlus en musketons) om een slachtoffer uit een karstspleet te redden (situatie is gelijk zoals een redding uit een gletsjerspleet).
Ook het risico op diepsneeuw (dit is sneeuw met een losse structuur waar je met sneeuwschoenen gemakkelijk tot dieper dan de knieën in weg zakt) is vaak aanwezig op het plateau. In dat geval kan je op sneeuwschoenen nauwelijks iets komen uitrichten op het plateau. De beste periode om een tocht te plannen op het plateau is daarom de vroege lente (eind maart en begin april zijn meestal ideaal) vermits het sneeuwdek zich dan omvormt tot de compactere lentesneeuw en karstgaten dan meestal allemaal veilig gevuld zijn met sneeuw.
Meestal in de eerste helft van april wordt het sneeuwmaximum bereikt dat gemiddeld rond 2m50 ligt. In de loop van april wordt het sneeuwdek vochtig en begint pas goed te smelten in mei. Pas in de loop van juni komt het plateau weer sneeuwvrij te liggen.
BEREIKBAARHEID
- Met de wagen: Viamichelin (Afstand vanuit Brussel ongeveer 1000km)
- Met de trein: NMBS. Het Totesgebirge is perfect te bereiken per trein. Mogelijke stations om uit te stappen zijn in het westen Bad Aussee en Bad Mitterndorf. In het oosten is de Warscheneck Gruppe te bereiken via de stations van Windischgarsten en Spital am Pyhm. Er zijn goede busverbindingen langs de zuidkant van het Totes Gebirge.
HET PLATEAU OP EN AF RAKEN TIJDENS DE WINTER
Het plateau van het Totes Gebirge is niet eenvoudig op te geraken tijdens de winter. Alle zomerroutes zijn potentieel lawinegevaarlijk en sommigen van die zomerroutes bevatten kabelpassages langsheen kalksteenwanden welke tijdens de winter onmogelijk zijn te nemen. De eenvoudigste toegang loopt vanuit Ramsau boven Altaussee over het skigebied van de Loserhütte op de uiterste westflank van het plateau. Andere mogelijke toegangsroutes zijn:
- Zomerroute naar de Wildenseehütte en het Albert-Appel-Haus vanuit Altaussee, steile passages maar eenvoudigste toegansroute van alle zomerroutes.
- Vanuit Gössl aan de Gründlsee over de Gössleralm via Klammkogel, finale passage aan 35°.
- Vanuit Gössl aan de Gründlsee naar de Pühringer hütte door het karstdal van de Lahngangsee, korte kabelpassage bij Drausengatterl die niet altijd overbrugbaar is, traversee over lange helling van 30°.
- Over de route boven de Steirersee via het Tauplitzhaus, passage aan 35°.
- Vanuit Hinterstoder via het Priel-Schutzhaus door de Klinserschlucht, moeilijke route met passages aan 40-45°.
OVERNACHTEN EN WILDBIVAKKEREN
Wildbivakkeren is hier in de regel verboden maar tijdens de winter wordt dit oogluikend getolereerd als het niet anders kan. Op het plateau liggen enkele berghutten waarvan er 3 tijdens de winter bruikbaar zijn:
- Wildenseehütte (1521m): toegankelijk tijdens de winter met AV-sleutel die te bekomen is bij de toeristische dienst te Altaussee. Slaapplek voor 20 personen, kachel, hout, potten en pannen aanwezig, toilet is apart kotje achter de hut.
- Albert-Appel-Haus (1638m): winterraum vrij toegankelijk, slaapplek voor 8 personen, kachel, hout, potten, pannen en toilet aanwezig.
- Pühringerhütte (1638m): winterraum is apart gebouw dat toegankelijk is tijdens de winter met AV-sleutel. Slaapplek voor 20 personen, toilet is kotje achter de hut.
ORIËNTATIE
Bij goed weer is oriëntatie normaal niet zo lastig. Bij slecht zicht daarentegen is het best om op GPS te vertrouwen vermits navigeren op kaart dan vrijwel onmogelijk kan worden. Er zijn enkele winterroutes gemarkeerd op het plateau met houten palen. Deze zijn bij slecht zicht moeilijk te volgen vermits de palen zo’n 50 tot 200m en soms nog verder uit mekaar staan.
BESTE PERIODE EN UITRUSTING
- Winter & lente: Met sneeuwschoenen is het uitkijken voor diepsneeuw. In dat geval vermijd je zelfs best het plateau. Met ski’s kan je in geval van diepsneeuw het plateau nog wel redelijk op. In geval het sneeuwdek nog niet dik genoeg is neem je materiaal mee om takeltechnieken toe te passen in geval iemand in een karstspleet valt. Eind maart en april lijken mij daarom de beste maand om te sneeuwschoenen omdat de poedersneeuw dan geleidelijk wordt omgevormd tot de compactere lentesneeuw. Het meest geschikt om het plateau te verkennen tijdens de winter lijken me toch tourski’s. Om langlauf/pulka eens te willen testen is het microreliëf te geaccidenteerd. Bij hoog lawinegevaar is het plateau ook niet volledig veilig. Ook op de kortere en steilere hellingen op het plateau kunnen zich dan verschuivingen voor doen.
- Zomer: Vooral veel water voorzien want de vele bronnen die op de kaarten staan aangegeven kunnen vaak droog staan.
- Herfst: Tijdens de maand oktober verkleuren de lorken. Het is wel oppassen voor bronnen die al dichtvriezen wat problemen kan leveren om aan water te komen als er nog geen sneeuw te vinden is.












Wow! Dat ziet er me wel een heel leuke en avontuurlijke tocht uit.
Ik ben zelf nog nooit in die omgeving geweest maar zet het zeker op men to-do lijstje.
Groeten,
Je dagboekverslag leest als een trein. Het is wel erg persoonlijk en af en toe ontsnappen de wandelmaten niet aan een kritische beoordeling. Ik neem aan dat ze daar tegen kunnen aangezien je ze al langer schijnt te kennen. Anderzijds zou het natuurlijk wel eens interessant zijn om te lezen hoe iemand anders van de groep die tocht emotioneel ervaart, met name Bert of Lieven. Doordat het af en toe vreselijk verkeerd loopt zit er ook wat spanning in. Eigenlijk heeft het een wat pervers kantje dat buitenstaanders vooral de sensationele kanten van een wandelverhaal willen horen. Anderzijds houdt dat de verhaallijn boeiend, vele dagboekverslagen vervallen immers nogal snel in het eentonige patroon van ontbijten - wandelen - eten - wandelen - eten - slapen. Interessant ook is dat je de typische kenmerken van dit karstgebergte mooi beschrijft en een goed beeld schetst van deze aparte geologische omgeving, het is niet zomaar ‘wandelen over besneeuwde hellingen en bergen’. Prima geschreven en geïllustreerd, ideale winterlectuur bij de snorrende stoof.
Zeer goed geschreven! Ook maar meteen op mijn to-do lijstje gezet.