Hiking-info.net: Informatie over hiking, wandelen, buitensport,...

Verslagen  >  Zevendaagse langs de GR15

Zevendaagse langs de GR15

Wie geeft het eerst op: de voeten of de schoenen?

Het was eerst de bedoeling om tijdens de zomer van 2007 richting Alpen (Parc des Ecrins) te trekken, maar mijn partner haakte uiteindelijk af, en zonder al te veel solo-ervaring meteen naar deze bergen trekken leek me toch niet zo verstandig. De keuze voor een wandeltocht in eigen land viel dan uiteindelijk op de GR15. Het vertrekpunt zou Bohan worden, en het eindpunt…sja, dat ging afhangen van de moraal en de voeten. Ik had kaarten bij om tot in Bastogne te geraken, maar dat zou ietwat overmoedig blijken te zijn. Bovendien had ik besloten om deze tocht te ondernemen op combats van 70 euro, die in feite niet meer zijn dan een vibram zool met een stuk leder eraan vast gemaakt. De Meindl Borneo’s die ik enkele jaren daarvoor had gekocht om in Zweden te gaan trekken hadden definitief afgedaan vanwege steeds terugkerende pijn in de hielen en achillespezen. Waarschijnlijk heb ik ze te klein gekocht. Geld voor een deftige B/C schoen had ik niet, aangezien m’n volledige kampeerbudget in een Lightwave tentje en een slaapzak stak. De rugzak woog zo’n 20 kg, niet weinig, maar ook niet ondoenbaar. Een fotocamera had ik niet bij, wat het gebrek aan foto’s verklaart.

Verslag van Bruno M, 29 januari 2008.

Dag 1, 9 juli 2007

Aankomst in Bohan rond twaalf uur, na twee treinen en twee bussen (Antwerpen Berchem- Brussel-Noord, Libramont en uiteindelijk een taxibusje tot in Bohan). De nodige kaarten uitgehaald, een gedroogd pruimpje gegeten, en meteen beginnen wandelen richting Membre. De dag begint meteen met een stevig klimmetje en boven moet er meteen al even uitgerust worden. Ik zweet als een paard, dus gaat de trui die ik aanhad meteen aan de rugzak. Niet veel later staan we in Membre, waar de lunch langs de Semois bestaat uit bruin brood, chocolade, droge pruimen en water. Daarna is het voort richting Vresse-sur-Semois. Eenmaal daar aangekomen besef ik plots dat ik hier al geweest ben in een ver verleden, en, wat blijkt, het mooie stuk tussen Vresse en Chairière heb ik ook al eens gedaan! Maar, het is de moeite. Spijtig dat het geen herfst is, dan stond het hier vol blauwe bessen. Helaas slaag ik erin op het hoogste stuk van de heuvel verkeerd te lopen, deels omdat de GR aanduiding plots verdwenen is, en deels vanwege een navigatieblunder. Na een omweggetje van drie kwartier sta ik terug in Vresse. Het stuk naar Charière doe ik dan maar over de asfaltweg. Vandaaruit is het twee heuvels en de Semois over naar Alle. Tijdens het dalen merk ik dat die combats toch niet zo’n fantastisch idee waren. Ik heb geen last van mijn hielen of kuiten maar ik schuif naar alle kanten en veel steun hebben m’n enkels niet. Gelukkig heb ik een geschikte wandelstok gevonden, die z’n nut in de komende dagen meermaals zal bewijzen. Twintig kilo op je rug voegt waarlijk een extra dimensie toe aan het wandelen!

Over de camping in Alle weet ik niet veel, enkel dat ze bestaat en op de kaart staat (het een vormt geen garantie voor het ander, zo zal blijken), en eenmaal aangekomen blijkt het dan ook niet veel soeps te zijn. In een schimmig café zitten enkele marginale figuren die mij met een mengeling van achterdocht en verbazing aangapen. Rond de tien euro voor een veld achter een café, waar niet eens warm water beschikbaar is, laat staan een douche… Enkel de kinderen van de ‘regulars’ zijn vriendelijk en geïnteresseerd, maar voor de rest is het maar een triestige bedoening. Het gebrek aan comfort is niet echt het probleem, het feit dat ik tien euro betaald heb daarentegen…Maar, het eten en de slaapzak zijn warm en na nog wat lezen bij kaarslicht is het tijd om te gaan slapen.

Dag 2, 10 juli 2007

Voor vandaag staat de etappe richting Bouillon op het programma. Het ontbijt bestaat uit trekkersbrood en oploskoffie. Ik ben maar wat blij dat ik deze onderkant van Wallonië kan verlaten, en beloof plechtig aan mezelf slechte reclame te verspreiden over alle campings van deze soort die ik de volgende dagen tegenkom.

Het spannende aan deze dag is dat de route niet helemaal op mijn kaart staat. Ik kan dus niet exact inschatten hoe de dag er zal gaan uitzien (of hoe lang hij zal duren), maar het doel staat in elk geval vast: Bouillon.

Na even op te warmen langs de Semois kom ik op het pad terecht dat uiteindelijk zal uitkomen op de Crêtes des Frahan. Het weer is niet fantastisch, en de bewolking slaat al gauw om in gietende regen. Het pad is op verscheidene plaatsen onderbroken door omgewaaide bomen die ofwel fameus in de weg liggen ofwel met hun wortelbasis een gat in de heuvel hebben geslagen. Ik moet verschillende keren meters de heuvel die vol puin ligt opklimmen om over deze bomen te klauteren. De regen zorgt voor een extra dosis glibberigheid en er moet ook nog over stroompjes regenwater gesprongen worden. Het gebeurt regelmatig dat ik eerst m’n rugzak over de boom gooi of eronder schuif, en er daarna zelf achteraan ga. Het risico is dan wel dat m’n rugzak de helling afdondert, wat gelukkig niet gebeurt. Met rugzak en al over de bomen klimmen is helemaal te gek. Voor je het weet wordt je richting rivier gesleurd door het gewicht aan je rug. De waterfles valt wel enkele keren, wat telkens resulteert in extra klauterwerk. Het is onwaarschijnlijk wat een eenvoudige wegwerp pvc fles allemaal kan verdragen! Eenmaal het bos uit is het tijd voor een wel verdiend stukje chocolade. Achteraf gezien zijn dit de leukste stukken van de tocht, maar een voet is toch snel gebroken, en wat dan gedaan? Geen onoverkomelijk probleem in de Ardennen, maar wat gedaan als je ergens in de Alpen of de Highlands zit?

Ondertussen is de zon doorgebroken en is het tijd om de Crêtes des Frahan aan te vangen. Ik verheugde me op laddertjes klimmen, maar als ik eenmaal de Crêtes uitben, heb ik nog steeds geen ladder gezien! Bruggetjes, dat wel, en een lastige afdaling richting Frahan, maar geen ladders. Eenmaal de brug over de Semois overgestoken volgt een beestige klim richting Rochehaut. Het lijkt wel loodrecht omhoog, en het feit dat het zo’n rechte weg is (en je dus ziet dat je er nog niet bent) maakt het extra uitdagend. Uiteindelijk kom ik boven, waar juist een groepje dagjestoeristen uit de auto stapt, compleet met dure wandelstokken en een paklast van ruim 1.5 kg (die fles water in hun rugzak). ‘Watjes’ denk ik bij mezelf. ‘Mijn tocht geeft toch meer voldoening!’.

Omdat dit deel niet op mijn kaart staat, loop ik verkeerd in Rochehaut en ook daarna ben ik niet helemaal zeker van m’n stuk, ook al omdat de GR markeringen plotseling wel erg lang op zich laten wachten. Gelukkig laat mijn richtingsgevoel me deze keer niet in de steek, en al snel bevind ik me terug langs de oever van de Semois. Het is even aangenaam vlak wandelen, waarna we terug het bos intrekken. Na een stevig klimmetje en het kruisen van een paar families met kinderen die de andere kant opgaan, sta ik naast een groot grasveld, waar het ongelooflijk stil is. Hoevaak hoor je in de stad enkel het geluid van de wind, zonder het gedraas van auto’s of sirenes van ambulances? Voor dit soort momenten doe je het.

Niet veel later sta ik aan de fameuze Tombeau de Géant. Een korte pittige afdaling brengt me terug aan de oever van de Semois, en vandaar is het een aantal kilometer vlak wandelen, waarbij de rivier nooit ver weg is. In plaats van de GR te volgen tot aan de abdij, neem ik een alternatieve route richting het uitkijkpunt ten noorden van Bouillon. Het gaat weer even stevig omhoog over met stenen bezaaide, half uitgespoelde weggetjes. De moeite wordt beloond met een mooi uitzicht op Bouillon en omstreken vanuit de toren. Vanaf daar is het nog één afdaling en je staat in het stadje. Heel de etappe heb ik me ondanks alles staande weten te houden. Op het laatste trapje van de dag schuif ik echter uit, zonder al te veel erg gelukkig. Mijn broek is wat modderig, maar het staartbeen en het ego is niet gekrenkt. Ik besluit voort te trekken naar de camping d’Alireu. Een van de twee andere campings ken ik niet, en de tweede is naar verluid een typische bier en worsten toestand, te mijden dus. Op de kaart is het niet duidelijk of het pad langs de rivier doorloopt tot aan de camping of niet, dus ik neem de asfaltweg richting Corbion. Om een of andere reden is die weg een stuk langer dan hij lijkt op de kaart, en ook m’n voeten zijn me niet dankbaar. Ik loop op niet veel meer rond dan enkel een vibram zool, en dat begint zich te wreken. De camping zelf is best ok, een vriendelijke uitbaatster die me fijntjes meldt dat ik langs de rivier had moeten komen, een warme douche en ditto knorr maaltijd…Meer heeft een mens niet nodig. Ik heb geen idee hoeveel kilometer ik vandaag gestapt heb. Een ruwe schatting met behulp van Google Earth zegt dat het om twintig kilometer gaat. Dit lijkt niet zo veel, maar de vele klimmetjes maken het een stuk zwaarder dan je zou denken.

Dag 3, 11 juli 2007

Ontbijt op koffie en trekkersbrood. Daarna is het richting Bouillon, langs de rivier deze keer. Hier ben ik nog als zesjarig ventje komen vissen met mijn vader, en het zag er een stuk anders uit dan vijftien jaar geleden. In Bouillon wordt er brood en Knorr ingeslagen. Waarom veel geld aan trekkersmaaltijden uitgeven als je Knorr hebt? En nee ik word niet gesponsord. Ik besluit ook een paar sandalen te kopen. Heel de dag ronddokkeren op die vervloekte combats is één ding, maar ze ook steeds moeten dragen als je naar de wc gaat of gaat afwassen is nog veel minder leuk. Vooral omdat er zich op mijn beide hielen mooie vochtbleinen aan het ontwikkelen zijn, die gelukkig stand houden mits de nodige tape en pleisters. Bij het verlaten van Bouillon wijk ik ongewild weer wat af van het GR pad, maar een uur of wat later sta ik wel terug aan de Semois. Ginne stress! Geluncht wordt er aan de oever van de rivier. Helaas begint het op dat moment te regenen en het zal niet meer stoppen tot de late middag. Uiteindelijk kom ik op de weg naar Dohan terecht, waar geen enkele vorm van beschutting is tegen de regen die ondertussen met bakken uit de lucht valt. De camping in Dohan blijkt geen camping meer te zijn, maar is omgetoverd tot een soort weekendhuisjespark. Niet dat het verschil met de gemiddelde waalse camping groot is, maar goed, er kan niet gekampeerd worden.

De volgende camping bevindt zicht tussen Dohan en Auby sur Semois, aan de Gué du Maka. Laat je niet misleiden door het eerste padje aan je linkerkant als je richting Auby stapt, het loopt namelijk dood. Het is het tweede pad aan je linkerkant dat je moet hebben. Ook kan het verstandig zijn dit pad zo snel mogelijk te verlaten, aangezien het steeds smaller wordt, en je het na een tijdje door de overgroeiende planten niet meer kan zien liggen. Een schuiver zorgt ervoor dat je vier à vijf meter naar beneden schuift wat zelden een aangename ervaring is en kan resulteren in bloederige handen. De camping blijkt uitgebaat te worden door Nederlanders, en ik ben echt blij onze noorderburen te zien (zeeaauu, lekker gestapt jongen?), aangezien hun campings gericht zijn op toeristen en ze ook moeite doen deze tevreden te stellen. Ik probeer mijn kleren wat te laten drogen, maar veel haalt dat niet uit. Het weer blijft onstabiel en er staat weinig wind. ‘s Avonds zie ik voor de tweede keer dat er zich rond de schemering mist vormt op en rond de rivier. Een mooi schouwspel, hoewel ik niet helemaal begrijp hoe het in z’n werk gaat. Een ding om te onthouden is dat bouillonblokjes compleet waardeloos zijn om te consumeren in soepvorm. Het zout alleen al zorgt ervoor dat je héél de nacht dorst hebt. En volgende keer moet ik minder theelichtjes meezeulen.

Dag 4, 12 juli 2007

Het doel voor vandaag is Herbeumont. Ik kijk niet op het aantal kilometers dat ik doe per dag. Ik probeer ontspannen te wandelen, rustig in te pakken, enz. Het is ten slotte ook vakantie, en afzien doe je sowiezo. Asfalt brengt me tot in Auby, waarna de GR even westwaarts gaat om vervolgens richting zuiden te lopen en uiteindelijk in Herbeumont uit te komen. Als je Auby verlaat, gaat de GR even naar links. Leuker is het om tijdens de zomer rechtdoor te lopen en te genieten van de frambozenstruiken die dan volop vrucht dragen. Er hangt wel een bordje verboden toegang, maar als je commentaar krijgt doe je maar alsof je geen Frans begrijpt. Anders eten de vogels al die lekkere bessen oVers fruit is voor mij veruit het grootste gemis op tocht, en schatten zoals deze laat je dan ook niet liggen. Iets verderop kom ik voor het eerst drie vrouwelijke trekkers tegen, en het zou niet de laatste keer zijn. Het weer is terug opgeklaard, hoewel je voelt dat het snel kan omslaan. Ik eet wat brood en gedroogde vruchten als middageten op een weggetje in Mortehan. Iets verderop verlies ik het GR pad en na een aantal keer in cirkeltjes te zijn rondgedraaid, besluit ik terug te gaan en een andere weg te nemen. De lokale dorpshond is maar wat blij dat ik eindelijk wegga, en zijn bazin blijkbaar ook, die geen enkele moeite doet het dier bij mij weg te halen. Je weet wat ze zeggen over honden en hun baasjes…

Het stuk naar Herbeumont kan als volgt samengevat worden: asfalt, asfalt, stijle klim, asfalt en nog meer asfalt. Iets voorbij Le Croix Du Soldat besluit ik dat het mooi geweest is en daal ik via een padje af richting Semois. Plots steekt er voor mij een groep everzwijnjonkies het pad over, en aangezien moeder duidelijk waakt in het struikgewas rep ik mij voort. Op mijn kaart staat een pad dat langs de oever van de Semois loopt. In de praktijk is er van een pad maar weinig sprake. Een kilometer op de kaart wordt al snel meer dan een uur klauterwerk op het terrein. Je moet elke stap die je zet nauwkeurig plannen, neerzetten, testen, vervolgens je wandelstok plaatsen, zorgen dat je gewicht naar links hangt, en dan je andere voet verzetten. De stenen zijn spekglad, je moet verscheidene stroompjes over, en uitschuiven staat gelijk aan drie meter lager in de Semois vallen, die er alles behalve diep uitziet langs de oever. Ook zijn er een paar lastige heuveltjes waar je met behulp van boomwortels over moet, en zoals gezegd, dit alles is helemaal extra uitdagend als je 20 kg dood gewicht meedraagt. Na veel gevloek en getwijfel of dit wel zo verstandig was, kom ik uiteindelijk terug op de GR terecht en kijk ik niet zoveel later uit op Herbeumont. Overnacht wordt er op de camping naast de brug, uitgebaat door een Waal die zijn uiterste best doet om Nederlands te spreken, en aangezien hij dat doet vanaf er een woord Frans uit mijn mond komt, is het duidelijk dat mijn Frans niet veel beter is dan zijn Nederlands. Op de camping staan een paar Nederlanders, en helaas ook de Waalse versie van Eddy Planckaert, die het nodig vindt constant luide muziek te spelen. Ondertussen is het beginnen regenen en voor de schemering stopt het niet. De avondmaaltijd wordt bekroond met een blonde Leffe en opnieuw hult de rivier zich ‘s nachts in de mist.

Dag 5, 13 juli 2007

Ontbijt: koffie en trekkersbrood. Het weer is nog steeds grijs, maar gelukkig regent het niet meer. Inkopen worden gedaan in Herbeumont, ondermeer een krant en een aantal hemelse appelsienen. De GR volgt vandaag steeds de Semois, via overwegend goed begaanbare brede onverharde weggetjes. De zon breekt door en tijdens het middageten is het genieten geblazen van het mooie weer en de rust langs de Semois. Ondertussen ben ik de drie vrouwelijke treksters weer tegengekomen en het feit dat ze me ‘Den derde keer is trakeren!’ toeroepen, maakt duidelijk dat het hier niet om Fransen of Walen gaat. Het terrein blijft hetzelfde en na een aantal kilometers zie ik de drie treksters op een grote rots zitten naast de Semois. De daad bij het woord voegend ga ik een praatje maken, veel te trakteren heb ik echter niet. Ze blijken eveneens uit Antwerpen te komen, en lopen een gelijkaardige route. Ik begrijp niet helemaal dat de dochter en haar vriendin een sigaret zitten te roken, maar wie ben ik om commentaar te geven.

Ondertussen is het best bakken in de zon, ook al omdat er geen wind is. In Sainte Cécile zien ze me niet echt graag komen, en de eerste camping die ik tegenkom is een typisch stacaravan geval, zonder een milimeter schaduw. Gelukkig is de tweede camping wel de moeite waard. Opnieuw uitgebaat door Nederlanders, met een apart stuk voor tenten naast de rivier waar geen auto’s door kunnen, prima sanitair, een stroompje waar koters in kunnen spelen…mooi!

Met behulp van wat takken en touw zet ik een droogrek op en de rest van de natte spullen worden op de draad van het hek gehangen. Voor het eerst in vijf dagen is alles terug droog. Ondertussen hoor ik van een vader en zijn zoontje Kobe dat Boonen een rit in de Tour heeft gewonnen. Goed nieuws en een stap in de richting van groen in de Tour! Naast mij staan twee koppels uit Aalst (Vanwaar zijde golle? Olsjst! Eh? Aalst! Aaaah ok) die mij ‘s avonds bbq aanbieden. De Geuze komt lekker fris uit de rivier (die visdraad heeft dan toch nog nut) en smaakt bijzonder goed, hoewel ze mij wel bijna Kriek hadden verkocht…‘s Avonds geraak ik dan nog aan de praat met een Groninger over de verschillende aard van Nederlanders en Vlamingen en het gebrek aan goede campings in Wallonië en dat de uitzonderingen door Nederlanders uitgebaat lijken te worden.

Ik ben van plan morgen zo snel mogelijk in Florenville te geraken, om daar dan nog een dagje uit te rusten, en de dag erna huiswaarts te keren.

Dag 6, 14 juli 2007

Na het ontbijt, het afhalen van het brood en het inpakken is het over asfalt richting Florenville. In Laiche stoot ik plots op een straat die vol ligt met afgevallen appelen, peren en pruimen. De boomgaard langs de kant van de weg is al lang verwaarloosd maar draagt hopen en hopen fruit, en aangezien het anders toch wegrot en ik in geen dagen geen vers fruit meer heb gegeten is het oogsten geblazen. Geladen met 3 a 4 extra kilo fruit is het vervolgens oostwaarts, rechtstreeks naar Florenville, i.p.v. de Semois te volgen.

In de vroege namiddag sta ik in Florenville en ga ik op zoek naar de camping. Eenmaal aan de balie begin ik te beseffen om wat voor camping het hier gaat: een van de ergste soort. Ik mag mijn tentje opzetten op een stukje gras speciaal voor de tentgebruikers, die ongeveer 200 tegen 1 in de minderheid zijn. Een paar tiental meter achter dit stuk gras ligt een weg waarover regelmatig brommers de helling opscheuren. Na mijn overnachting betaald te hebben en de tent opgeslaan te hebben, is het tijd voor een wandelingetje op de camping. Ik heb in mijn 21 jaar al wel wat campings gezien, zowel in binnen- als buitenland, maar deze spant met afstand te kroon wat betreft marginaliteit. Wat je hier ziet hou je niet voor mogelijk. Stacaravans uitgedost in far west stijl, of volledig bekleed met roze en mauve plastieken bloemen, of mensen die de 5 meter gras aan het afrijden zijn voor hun deur, of die naast x aantal bakken bier de eerste worsten van de dag zwart aan het blakeren zijn, of… Je denkt steeds dat je het ergste gezien hebt, tot je de volgende hoek omdraait en oog in oog staat met een nieuw figuur of getikte stacaravan. Ik heb dikke spijt dat ik Sainte Cécile verlaten heb, maar nu terugkeren zou dom zijn. Ik zie midden van al dat volk een koppel staan met twee kleine koters die enthousiast roepen ‘das sie hier bleiben willen!’. Je ziet de ouders met een mix van wanhoop en ongeloof om zich heen kijken. Dit is ongetwijfeld de zoveelste camping die ze bekijken, de kinderen zijn het beu, papa en mama zijn het beu, maar hier staan is niet wat ze in gedachten hadden. Aan de andere kant zijn de kinderen hier tevreden…een bijzonder herkenbare situatie! In mijn beste Duits verwijs ik ze naar de camping in Sainte Cécile, waar evengoed speeltuigen staan en waar de kinderen in de Semois kunnen spelen, wat hier niet mogelijk is. Er is wel een zwembad…Hopelijk heb ik zo die mensen toch nog een mooie vakantie bezorgd.

Zoals het spreekwoord zegt: in Rome, do as the Romans do, en dus was het tijd om drank te gaan kopen in de lokale supermarkt. Ik drink normaal nooit om zat te zijn maar hier werd ik zo depressief dat ik voor één keer een uitzondering maakte. Een dutje zorgde dat het snel avond was. Helaas was het die dag de franse nationale feestdag, dus was het vollebak ambiance tot een gat in nacht. Niet bepaald een kers op een anders redelijk geslaagde taart.

Dag 7, 15 juli 2007

Ik sta voor mijn doen erg vroeg op en vertrek zo snel als ik kan. Ik ontbijt op de markt van Florenville en ga daarna op zoek naar de bushalte. Rond de middag neem ik dan de bus richting Aarlen en vandaaruit gaat het via Brussel naar de koekenstad, een dag eerder dan gepland.

Conclusie

Ik heb weer heel wat bijgeleerd over wat je best meeneemt, wat niet, enz. Navigeren gaat weer wat vlotter, net zoals de kaart interpreteren. Het is ook duidelijk dat wandelen op goedkope combats leuk is voor een dag, maar dat het voor langere trektochten onbegonnen werk is. Ik heb heel de week met een blein ter grote van een golfbal op mijn hiel rondgelopen, en in de weken na de tocht vervellen m’n voeten volledig. Ondertussen heb ik me Lowa Tibets aangeschaft en ik hoop ten zeerste dat het wandelen daarmee vlotter gaat. Een rugzak met een beter draagsysteem is ook broodnodig, maar daar heb ik momenteel de financieën niet voor.

Volgende keer kampeer ik bij de boer of desnoods in het wild, want tien of twaalf euro neerleggen voor wantoestanden zoals ik gezien heb, is ronduit belachelijk. Het viel me ook op dat de lokale bevolking niet echt happig was op rugzaktoeristen. Of dat aan het feit ligt dat we weinig geld in het laatje brengen of aan de communotaire toestanden laat ik in het midden. Ik vermoed een combinatie van beide.

Dit verslag is een halfjaar na de tocht geschreven, sommige details en tijdstippen zijn dus niet meer zo helder, maar het leek me best om deze herinneringen op te schrijven voor dat ze volledig in de mist des tijds zouden verdwijnen.

Ik heb enkele heel mooie stukken gewandeld, maar lang niet alles is even hard de moeite. Vooral de tweede helft bevatte iets te veel asfalt naar mijn zin, maar daar kan steeds een mouw aangepast worden met behulp van de kaart.

Op het vlak van overnachten zijn er campings zat, maar je doet er best aan er eerst wat over op te zoeken zodat je bij aankomst om 7 uur ‘s avonds niet voor voldongen feiten staat.

Ik heb bij de moeilijkheidsgraad ‘piece of cake’ ingevuld, maar ik moet er wel bijzeggen dat er zeker in de eerste dagen stevig geklommen en gedaald moet worden. Ik kan me voorstellen dat dit met een stevige rugzak voor iemand zonder conditie best zwaar kan zijn. Ook zijn er een aantal stukken die niet geheel zonder risico zijn. Voorzichtig je voeten zetten is de boodschap!

Reacties

Jonas

De klachten met de combats zijn zeer herkenbaar smile. ook ik heb me al een tijdje Lowa Tibets aangeschaft en nooit meer een blijn/blaar gehad. De camping de la semois in Sant-Cécile is idd een van de weinige lichtpunten in de Ardennen. Heb er vorig jaar met de vriendin ook eens een weekje gestaan en genoten van de rust en de omgeving.

Bruno M

Die camping aan de Gué de Maca is ook wel aan te raden.


U bent aan het woord

Naam:

Email:

Locatie:

Website:

Onthou mijn gegevens

Hou me op de hoogte van verdere reacties?

Lokatie

  • Beschrijving

    De vallei van de Semois in de provincie Luxemburg, België.

  • Geschatte totale afstand
    87 km
  • Kaarten

    Stafkaarten van het NGI op schaal 1:25.000 (63/7-8, 67/1-2, 67/3-4, 67/7-8) gecombineerd met de kaartjes uit de topogids van de GR15.

  • GPS coordinaten vertrekpunt
    49.8638824050825 (lat), 4.8841094970703125 (lng)

Steekkaart

  • Deelnemers
    Solo
  • Reisdatum
    van 09 juli tot 15 juli 2007
  • Type van de activiteit
    Wandelen
  • Moeilijkheidsgraad
    Alle wandelaars kunnen dit aan.
Wie bent u?
Aanmelden | Registreren

Copyright © 2008 Hiking-info.net | .
Niets mag gekopieerd worden zonder voorafgaande toestemming van de respectieve maker of auteur.
Alle rechten voorbehouden.